Verlofregeling voor raadsleden nog onbekend

Het overgrote deel van de raadsleden is onbekend met de mogelijkheid om verlof op te nemen voor het doen van raadswerk. Slechts een kwart van de raadsleden kent de wettelijke mogelijkheid om verlof op te vragen.  Dit blijkt uit het onderzoek Politiek verlof: bekend bij raadsleden? dat de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden heeft laten doen.

Raadsleden hebben een wettelijk recht op onbetaald verlof van hun werk om raadsvergaderingen en – indien van toepassing – commissievergaderingen bij te wonen, dit is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek artikel 7:643. In dit artikel staat dat een arbeidsovereenkomst van raadsleden niet opgezegd mag worden wegens het bijwonen van deze vergaderingen. Indien een werkgever en werknemer niet tot een afspraak kunnen komen over de opneembare verlofuren beslist de rechter.

Raadsleden werkzaam in alle sectoren hebben sinds 1 januari 2020 in gelijke mate recht op politiek verlof, eerder was dit slechts van toepassing op raadsleden die werkzaam waren bij de overheid en in het onderwijs.

Hoewel slechts 23% van de raadsleden bekend is met de verlofregeling, geeft een groter deel (36%) aan, behoefte te hebben aan verlof om vergaderingen bij te kunnen wonen. Het deel dat behoefte heeft aan verlof neemt dit vaak op uit de eigen verlofuren.

Een minderheid geeft aan wel verlof nodig te hebben maar dit niet op te nemen. Deze raadsleden overlappen voorstelbaar grotendeels met de groep die geen kennis heeft van de verlofregeling. Zij zouden er profijt van kunnen hebben om hun werkgever te wijzen op het bestaan van de regeling politiek verlof.

Van de raadsleden in loondienst neemt 58,7% geen verlof op, 31,3% doet dat op eigen saldo, en 9,5% neemt verlof op buiten hun verlofsaldo via een afspraak met hun werkgever.

In zowel grote als kleine gemeenten neemt het merendeel van de raadsleden geen verlof op voor vergaderingen. Raadsleden die dat wel doen nemen maandelijks gemiddeld 5,8 uren politiek verlof op en werken gemiddeld 35,9 uren per week aan hun baan. In de allergrootste gemeenten met meer dan 150 duizend inwoners neemt iets meer dan de helft (50,6%) van de raadsleden af en toe verlof op om raads- en commissievergaderingen bij te wonen. Een relatief groot aandeel, 23% van de raadsleden in de allergrootste gemeenten geeft ook aan buiten het eigen verlofsaldo afspraken te maken met de werkgever, vaak dus aan de hand hun wettelijk recht op politiek verlof.

De verlofregeling gaat vooral op voor raadsleden die in loondienst werken. Dit is de meerderheid van de raadsleden, namelijk 52,7%. De regeling is verder ook van toepassing op raadsleden die een opleiding volgen, ook deze kunnen zich op de regeling beroepen om raads- of commissievergaderingen bij te wonen.