Ontmoediging van fractiesplitsing versus het vrij mandaat

In mei van dit jaar hebben veel griffiers een bijdrage geleverd aan een enquête over de gevolgen van fractiesplitsing. Michel Bouwmeester Berends deed onderzoek naar deze gevolgen in het licht van het vrij mandaat van de volksvertegenwoordiger.

 

Uit dit onderzoek blijkt dat in circa 40% van de gemeenteraden en Provinciale Staten in meer of mindere mate sprake is van ontmoediging van fractiesplitsing door middel van het intrekken van (spreek)rechten of (geldelijke) voorzieningen. Hoe verhouden die maatregelen zich tot het vrij mandaat van de individuele volksvertegenwoordiger?

In zijn masterscriptie heeft Michel Bouwmeester Berends onderzocht (1) wat de oorsprong en reikwijdte van het vrij mandaat is; (2) wat de oorsprong, functie en het rechtskarakter van fracties in vertegenwoordigende organen is; (3) welke nadelige financiële en praktische gevolgen precies intreden bij fractiesplitsing in de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraad; en (4) welke toetsingsmaatstaf moet worden gehanteerd om te beoordelen of bepaalde gevolgen in strijd zijn met het vrij mandaat. Hij concludeert dat:

  • het vrij mandaat een positieve waarborgfunctie kent en dus breder is dan enkel het grondwettelijke lastverbod;
  • het effect op het zelfstandig en onafhankelijk functioneren van de volksvertegenwoordiger de best beschikbare maatstaf is voor toetsing aan het vrij mandaat;
  • het gehele samenstel van dreigende gevolgen een onaanvaardbare last kan opleveren en om die reden in strijd is met het lastverbod; en
  • afzonderlijke gevolgen die direct of indirect significante effecten hebben op het zelfstandig en onafhankelijk functioneren van de volksvertegenwoordiger in strijd zijn met het vrij mandaat.

De volledige scriptie is hier te lezen