Column Douwe Jan Elzinga: Hoe ziet de gemeente nieuwe stijl eruit?

EEN TIEN-PUNTEN-PLAN VOOR NA DE KABINETSFORMATIE

Hoe moet de gemeente nieuwe stijl er uit komen te zien na de kabinetsformatie? De volgende tien punten zouden het minimumpakket moeten vormen.

  1. Iedere gemeente heeft een vrij besteedbaar budget van minimaal 30% van de gemeentebegroting. Tekorten die ontstaan door de overheveling van nationale taken mogen in beginsel niet meer worden afgewenteld op dit vrij besteedbare budget. Op die manier kan de noodzakelijke gemeentelijke autonomie, zoals verankerd in de Grondwet, worden hersteld.
  2. Taken die aan gemeenten worden gegeven moeten een ruime mate van beleidsvrijheid bevatten. Taken die geen of weinig beleidsvrijheid opleveren, worden in beginsel aan andere decentrale bestuurslichamen toebedeeld. Bestaande gemeentelijke taken met weinig beleidsvrijheid kunnen bij de gemeente worden weggehaald, zoals de organisatie van verkiezingen, het uitdelen van paspoorten en rijbewijzen, het controleren van brandblussers etc. Op die manier kan de gemeente als politiek stelsel worden hersteld.
  3. Voor te decentraliseren taken wordt het financiële arrangement uitgerekend door een onafhankelijke instantie en wordt een transitiefonds in het leven geroepen zodat taaktoedeling in combinatie met te weinig geld niet meer voor kan komen.
  4. De minister van BZK krijgt een versterkte regierol bij taaktoedeling aan gemeenten zodat het monopolie van de vakdepartementen op dit punt wordt doorbroken. In een Beleidskader decentraal bestuur worden criteria geformuleerd aan welke voorwaarden taaktoedeling door vakdepartementen moet voldoen. Decentralisatievoorstellen worden medeondertekend door de minister van BZK zodat een goede regievoering is gegarandeerd.
  5. De positie van de gemeenteraad als hoofd van de gemeente wordt aanzienlijk versterkt, onder meer door meer zeggenschap over het eigen budget voor ondersteuning en bijstand. In een jaarlijkse raming stelt de gemeenteraad vast welk budget daarmee is gemoeid en het college neemt in beginsel die raming over.
  6. Aan de lokale opposities worden aanzienlijk meer rechten en mogelijkheden gegeven, zoals voorrang bij het spreekrecht, extra fractiebudget en ambtelijke en griffie-bijstand.  De informatie voorziening aan de raden en aan individuele raadsleden wordt op moderne leest geschoeid en verbeterd.
  7. Het regionale bestuur wordt gebundeld en waar mogelijk gesaneerd. Beleidsvolle taken worden zoveel mogelijk aan provincie en gemeente gegeven en alleen bij hoge uitzondering aan regionale bestuursvormen. Voor iedere regiovorming is een wettelijke grondslag vereist, met medeondertekening van de minister van BZK, zodat aan de ongebreidelde regiovorming op initiatief van vakdepartementen een einde komt. In de landelijke gebieden kan een groot deel van het regionaal bestuur worden overgenomen door de provincies.
  8. Door taken niet aan alle 350 gemeenten te geven - en dus door toepassing van verdergaande vormen van differentiatie - kan de druk op regionalisering en gemeentelijke herindeling aanzienlijk worden verminderd en rust in het binnenlands bestuur worden gebracht.
  9. De onroerend zaak belasting (ozb) - de meest gehate belasting van Nederland - wordt vervangen door een lokale democratieheffing, waarbij burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven mee bepalen waar de opbrengsten van deze democratieheffing aan worden besteed. Deze lokale democratieheffing wordt gekoppeld aan de inkomstenbelasting en de bedrijfsbelastingen.
  10. Nieuwe vormen van burgerparticipatie worden met voorrang ingevoerd, maar dat is alleen zinvol indien de gemeente als politiek stelsel goed kan functioneren, er een ruime mate van beleidsvrijheid is en een vrij besteedbaar budget. Door aan deze aspecten in samenhang aandacht te geven, kan de lokale democratie sterk worden gerevitaliseerd. 

Is dit alles een moeilijk te realiseren wit huis aan de horizon of een reële route tot verandering? Het tweede is het geval. Er liggen vele aansprekende analyses en er zijn talrijke voorstellen die snel kunnen worden ingevoerd. Maar cruciaal zijn politieke moed en lef om de daad bij het woord te voegen.  

 

Douwe Jan Elzinga is hoogleraar Constitutioneel Organisatierecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.