Wob en stukken besloten raadsvergadering
Vraag:
Hoe om te gaan met een beroep op de Wet openbaarheid bestuur in
het geval van stukken die horen bij een besloten raadsvergadering.
Behoren bedrijfsvoeringsgegevens ook tot de persoonlijke
levenssfeer, zoals bedoeld in artikel 10 van de Wet openbaarheid
bestuur?
Een commissielid (zijnde niet-raadslid) en een inwoner doen via
artikel 3 van de Wet openbaarheid bestuur het volgende verzoek aan
het college en de raad: Zij wensen de vertrouwelijke
meningsvormende en beslisnota te ontvangen zoals die besproken zijn
tijdens de laatste besloten raadsvergadering en wensen de
vertrouwelijke conceptnotulen van die raadsvergadering te
ontvangen.
De argumenten van de indieners van het verzoek zijn dat
besluitvorming heeft plaatsgevonden in een aansluitend aan de
besloten raadsvergadering gehouden, openbare raadsvergadering en
dat de beperkingen van artikel 10 en 11 van de Wet openbaarheid
bestuur niet aan de orde zijn. Tijdens de openbare raadsvergadering
op die dag heeft de raad besloten dat hij geen geld wenst te
besteden aan de aankoop van een agrarisch bedrijf om te voorkomen
dat op die plek een etagestal wordt gebouwd. De raad heeft het
voornemen om tijdens de eerstvolgende besloten vergadering te
besluiten in hoeverre de onderliggende stukken en de notulen van de
besloten vergadering openbaar kunnen worden. Eén van de
onderliggende stukken is een mediationovereenkomst waarin is
afgesproken tussen de partijen welke gegevens wel en welke niet
openbaar gemaakt mogen worden. Het gaat hierbij onder meer om
bedrijfsvoeringsgegevens van het agrarisch bedrijf. Het voldoen aan
het verzoek om alle stukken openbaar te maken is in strijd met de
mediationovereenkomst.
Antwoord:
Voor de stukken van de besloten raadsvergadering is via artikel
25 Gemeentewet toetsing aan de Wob van toepassing. Met betrekking
tot de besluitenlijst is het wat minder eenvoudig. Zie artikel 23.
Dan is ook geheimhouding van toepassing als geheimhouding is
opgelegd over de stukken, én wanneer openbaarmaking in strijd is
met het openbaar belang. Het openbaar belang is niet helder
omschreven. Mogelijk dat een overeenkomst als zodanig is aan te
merken.
Vraag is vervolgens ook nog of een verslag van de vergadering is
aan te merken als besluitenlijst.
De rechter kan toetsen aan de Wob-criteria en voor wat betreft de
besluitenlijst/notulen ook nog aan het criterium openbaar belang.
Hoe dat in dit geval uitpakt is niet precies te voorspellen.