Vraag: vergoeding voor nieuw raadslid
In de SDU uitgave 2008 over de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers staat op pagina 25 dat een nieuw raadslid recht heeft op een vergoeding vanaf het moment van beëdiging. Art. 96 Gemeentewet spreekt over leden van de raad die recht hebben op een vergoeding. Ben je niet al raadslid vanaf het moment van benoeming?
Antwoord
Uit artikel V11 van de Kieswet blijkt dat het lidmaatschap van de raad aanvangt zodra de beschikking omtrent zijn toelating aan de benoemde bekend is gemaakt. In deze fase is sprake van het onderzoek door de raad van de geloofsbrieven van het toe te laten raadslid. Nadat het onderzoek in positieve zin is afgerond volgt de beslissing omtrent de toelating en de beëdiging. Dan vangt het lidmaatschap van de raad aan. Bij de beëdiging is de betreffende persoon immers op de hoogte van de toelating. Artikel 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bepaalt dat de vergoeding voor de werkzaamheden en de onkostenvergoeding door het lid van de raad worden genoten met ingang van de dag van de beëdiging.