Vraag: vaststelling presentiegelden voor commissieleden
Is het mogelijk om de feitelijke vaststelling van presentiegelden voor leden van raadscommissies die geen raadslid zijn over te laten aan de afzonderlijke fracties, door die presentiegelden te laten betalen uit de vergoeding fractiekosten, zonder de hoogte van de vergoeding in een verordening vast te leggen? Is het mogelijk om per verordening te regelen dat slechts een bepaald aantal commissieleden/niet-raadsleden per fractie recht heeft op presentiegeld?
Antwoord
De bedoelde commissieleden zijn lid van een zogenaamde
artikel-82-commissie (artikel 82 Gemeentewet). De instelling,
taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze wordt beheerst door
genoemd artikel. De benoeming is niet alleen een aangelegenheid van
de raad, maar de leden moeten ook voldoen aan de voorwaarden die
het vijfde lid van dit artikel stelt. Alleen al om deze redenen is
het niet mogelijk de bemensing van een artikel-82-commissie voor
zover het niet-raadsleden betreft, over te laten aan een fractie.
De vergoeding van commissieleden wordt geregeld in de artikelen 96
en 97 van de Gemeentewet en is nader bepaald in de artikelen 14 en
15 van het Rechtspositiebesluit Raads- en commissieleden en wordt
lokaal door de raad bij verordening vastgesteld. De samenstelling
van de commissie wordt geregeld in de verordening op de
raadscommissies.
Van geheel andere orde is de fractieondersteuning. Deze is
gebaseerd op artikel 33, tweede lid, van de Gemeentewet. Ook deze
voorziening wordt geregeld bij verordening, maar dient een ander
doel dan het lidmaatschap van een raadscommissie. Het is wel
mogelijk dat fractieondersteuners tevens lid zijn van een
raadscommissie, mits voldaan wordt aan de voorwaarden die artikel
82, vijfde lid, van de Gemeentewet stelt. Er is in de meeste
gevallen wel sprake van in het verlengde van elkaar liggende
activiteiten, maar een fractieondersteuner wordt benoemd door de
fractie en niet door de gemeenteraad. Wanneer de Verordening op de
ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning daartoe de ruimte
biedt en de raad daarvoor de middelen beschikbaar heeft gesteld,
kan een fractie aan een fractieondersteuner een vergoeding geven of
eventueel zelfs een salaris. Het laatste is mogelijk wanneer sprake
is van een dienstverband met een rechtspersoon die door de fractie
in het leven wordt geroepen of waar de fractie zich bij aansluit.
Een fractie ('in de raad vertegenwoordigde politieke
groepering') als zodanig heeft geen rechtspersoonlijkheid
Het gaat dus om twee ook in wettelijk opzicht gescheiden
activiteiten met eigen taken die door het benoemend orgaan worden
gesteld, respectievelijk een bestuursorgaan en een 'in de raad
vertegenwoordigde groepering'. Het ter beschikking stellen aan
de fractie van de vergoeding voor commissieleden/niet-raadsleden en
deze verder de hoogte van de vergoeding te laten bepalen is dan ook
in strijd met de wet. Evenals een lid van de raad is ook een
commissielid op persoonlijke titel lid van een commissie. Een
commissielid heeft conform artikel 96 van de Gemeentewet een
persoonlijk, onvervreemdbaar en bovendien imperatief recht op een
presentiegeld.