Vraag: recht op deelname stemming voor plaatsvangend raadsvoorzitter
Heeft het raadslid als plaatsvervangend raadsvoorzitter het recht om aan stemmingen deel te nemen?
Antwoord
In artikel 77, lid 1 staat dat het langstzittende raadslid
waarnemend voorzitter van de raad wordt. Hij is en blijft dus een
raadslid. In artikel 28 staat bij de uitsluitingen niet dat een
raadslid, die als voorzitter van de raad functioneert, niet aan een
stemming mag deelnemen. A contrario mag hij dus gewoon meestemmen.
In art. 68, lid 1, sub l van de Gemeentewet staat 'de
burgemeester is niet tevens lid van de raad'. Deze bepaling is
in artikel 80 gemeentewet van toepassing verklaard op de waarnemer.
Een burgemeester is enerzijds een bestuursorgaan met eigen
bevoegdheden en anderzijds voorzitter van college en raad. Een
waarnemer vervangt de burgemeester in beide hoedanigheden. Een
raadslid vervangt de burgemeester alleen als raadsvoorzitter.
Artikel 68 lid 1 sub l van de Gemeentewet regelt de onverenigbare
functies van de burgemeester. Hierbij gaat het om de burgemeester
als bestuursorgaan en niet als raadsvoorzitter. Het is daarom ook
logisch, dat deze bepaling ook voor de waarnemer van de
burgemeester geldt. Dit staat echter geheel los van het
voorzitterschap van de raad. Als een raadslid raadsvoorzitter is,
gelden deze onverenigbaarheden dus niet voor hem. Hij is en blijft
gewoon raadslid en vervult alleen het technisch voorzitterschap van
de raad.
De redenering is dat artikel 80 van de Gemeentewet alleen ziet op
de waarnemend burgemeester en niet op de plaatsvervangend
voorzitter van de raad. Als een raadslid door de Kroon zou worden
benoemd tot waarnemend burgemeester, zou hij immers geen raadslid
meer kunnen zijn. Dat is de betekenis van de verwijzing in artikel
80 naar artikel 68 van de Gemeentewet. Het raadslid dat de
raadsvergadering voorzit mag dan ook gewoon meestemmen. De
waarnemend burgemeester is ambtshalve voorzitter van de raad en
geen plaatsvervangend voorzitter.