Vraag: raadsleden in algemene besturen van gemeenschappelijke regelingen
Kunnen raadsleden in de toekomst nog plaatsnemen in de algemene besturen van gemeenschappelijke regelingen? Zo nee, bij wie ligt dan het initiatief om een en ander duidelijk te maken en deze verandering te effectueren?
Antwoord
De wijze van vertegenwoordiging in besturen van
gemeenschappelijke regelingen wordt geregeld in de
gemeenschappelijke regeling zelf. Het is dus aan het orgaan dat de
samenwerking aangaat om hier afspraken over te maken en vast te
leggen. Raadsleden kunnen uit dien hoofde zitting nemen in het
algemeen en/of het dagelijks bestuur van deze
samenwerkingsverbanden.
Het is de vraag of dit een gewenste aanpak en werkwijze is.
In X is na het van kracht worden van het duale stelsel de
beleidsbeslissing genomen om de werkzaamheden in gemeenschappelijke
regelingen aan te merken als bestuur en uitvoering. En dus behoren
zij tot het taakveld van het college. Sindsdien maken uitsluitend
wethouders en de burgemeester deel uit van de besturen van
gemeenschappelijke regelingen.
In artikel 13 van de Wet gemeenschappelijke regelingen staat wie er
in het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling zitting
kunnen hebben. Gemeenten zijn hier behoorlijk vrij in. Er kan
gekozen worden voor raadsleden in het algemeen bestuur (AB), maar
ook voor wethouders. Het dagelijks bestuur (DB) wordt samengesteld
vanuit het AB. In Weert wordt dezelfde gedragslijn gehanteerd als
in Veere. De werkzaamheden van de werkvoorziening worden als
verlengd bestuur gezien. Daarom heeft de raad besloten dat er
wethouders zitting in hebben. Dat is ook beter gelet op de
controlerende rol die de gemeenteraad in dezen heeft. Hoe kan een
raadslid, dat zelf AB-lid in de GR is, vervolgens controleren of de
regeling juist wordt uitgevoerd?
Het is aan de wetgever om hier eventueel verandering in te
brengen.