Vraag: procedure benoeming wethouder van buiten de raad
Bij de benoeming van een wethouder van buiten de raad wordt volgens ons RvO een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Er zal worden voorgesteld een niet-ingezetene te benoemen. In welke volgorde verloopt de procedure als het gaat om: 'het onderzoek van de commissie', 'de stemming en benoeming' en 'het verlenen van de ontheffing vereiste ingezetenschap'?
Antwoord
Eerst vindt het onderzoek plaats en daarna de benoeming.
Gelijktijdig met de benoeming wordt de ontheffing van het vereiste
van ingezetenschap verleend, om de strijdigheid met de Gemeentewet
op te heffen.
In de afweging komt dus eerst aan de orde de vraag of iemand
ingezetene is of niet. Ofwel het voldoen aan de vereisten van
artikel 36a, lid 1 van de Gemeentewet. Is de kandidaat geen
ingezetene dan behoort dat te resulteren in een negatief advies aan
de raad. Zo ver komt de besluitvorming van de raad niet. Artikel
36a lid 2 Gemeentewet biedt de mogelijkheid tot het verlenen van
ontheffing en het opheffen van de strijdigheid. Dat gebeurt
gelijktijdig met de benoeming, zodat er volgens mij geen sprake is
van een benoeming in strijd met de Gemeentewet.