Vraag: openbaarheid ingekomen stukken aan de raad
Enkele vragen over de openbaarheid van ingekomen stukken aan de raad.
De lijst van ingekomen stukken aan de raad, met de stukken zelf erbij, is openbaar. Dit leidt echter soms tot onwenselijke situaties zoals:
- kennisgevingen van beslissingen op bezwaarschriften die behandeld zijn door de onafhankelijke commissie rechtsbescherming: de individuele zaak komt dan (soms met dossier) in de openbaarheid.
- brieven van burgers waarin zij andere burgers en ambtenaren met naam en toenaam van zaken beschuldigen.
- ingekomen zienswijzen en bezwaren op bestemmingsplannen worden aan de raad gezonden, maar dit zijn vaak privézaken waarvan bijvoorbeeld buren van een klager dan op de hoogte kunnen komen.
Moet alles wat voor de raad inkomt, onverkort op de
lijst van ingekomen stukken (dus openbaar) komen?
Notities die het college van b en w aan de raad stuurt, komen op de
lijst van ingekomen stukken. Soms echter is dit niet wenselijk. Het
college zet dan boven de notitie 'vertrouwelijk'. Echte
geheimhouding/vertrouwelijkheid kan echter alleen volgens een
procedure in de raad worden opgelegd. Een notitie van het college
aan de raad komt nooit op de agenda van de raad te staan en is als
zodanig nooit als vertrouwelijk te betitelen. Kan er een
informatielijn van college naar raad zijn, die niet openbaar
is?
Vergelijkbare vraag voor bijeenkomsten met de raad. Dit zijn, in
dit geval, niet altijd raadsvergaderingen, maar informele
bijeenkomsten in de informatieronde. Regelmatig wil men deze niet
openbaar houden, soms vanwege gegevens die uitgewisseld worden
(bestemmingsplannen) of gewoon omdat het nog te vroeg in het proces
is van een onderwerp om er mee in de openbaarheid te willen treden.
Kan de raad, buiten de figuur van raadsvergadering om, in
beslotenheid bijeen komen?
Antwoord:
Het antwoord op de vraag is, althans gedeeltelijk, te vinden in
de uitgave van het College bescherming persoonsgegevens (Cbp) uit
2009 "Richtsnoeren Actieve openbaarmaking en eerbiediging van
de persoonlijke levenssfeer" (zie referentiemateriaal).
Zie met name de blz. 15 en 16, waarin wordt ingegaan op het
voorbeeld van het publiceren van brieven die burgers aan de
gemeenteraad hebben gestuurd.
Het Cbp concludeert dat de belangenafweging (openbaarheid versus
eerbiediging persoonlijke levenssfeer) ertoe leidt dat er geen
noodzaak is om ook de naw-gegevens (naam, adres, woonplaats) en de
'natte' handtekening van de afzender van de brief op
internet te plaatsen. Dat geldt ook voor het op internet plaatsen
van bezwaarschriften, zodat de persoonsgegevens van bezwaarmakers
openbaar worden.
Het Cbp beveelt aan dat het bestuursorgaan de betreffende gegevens
bij het inscannen afschermt of de documenten anonimiseert. Ook kan
t.a.v. bepaalde gegevens toestemming worden gevraagd voor het
actief openbaar maken.
Hoewel sommige gemeenten een andere afweging maken dan het Cbp,
geven de richtsnoeren toch een bruikbare handreiking hoe met dit
dilemma om te gaan. (Het Cbp alleen is niet zaligmakend, het gaat
er om dat elk bestuursorgaan een goede belangenafweging maakt.)
Of alles wat voor de raad binnenkomt ook daadwerkelijk op de lijst
van ingekomen stukken moet komen, lijkt primair een zaak van het
presidium c.q. de griffie, die hier met wijsheid en gezond verstand
in het algemeen een goede afweging zal kunnen maken.
De aanduiding 'vertrouwelijk' biedt juridisch gezien geen
bescherming. De Gemeentewet hanteert het begrip
'geheimhouding' en biedt de mogelijkheid om op bepaalde
stukken 'geheimhouding' op te leggen onder vermelding van
de betreffende grond(en) ex art. 10 Wob. Zie de artt. 25 en 86
Gemeentewet.
De raad kan, buiten de figuur van raadsvergadering om, in
beslotenheid bijeenkomen, maar dan is uitdrukkelijk geen sprake van
een vergadering. Dat houdt in dat geen besluiten kunnen worden
genomen, maar ook dat geen geheimhouding kan worden opgelegd t.a.v.
datgene wat behandeld is. Dat laatste kan namelijk alleen in
vergadering van de raad.
Er is een onderscheid tussen actief en passief openbare stukken.
Stukken die aan de raad worden gericht zijn openbaar, maar dat
betekent volgens het Cbp nog niet dat een gemeente ze integraal op
de website mag plaatsen. Dat neemt echter niet weg dat deze stukken
wel openbaar zijn als ze de toets van art. 10 WOB doorstaan.
Desgevraagd moeten ze dus wel aan derden worden verstrekt.
Als er personen worden aangevallen in een brief of als een brief
persoonlijke gegevens van iemand bevat is het zeker aan te bevelen
die niet op de site plaatsen.
Brieven en notities die het college aan de raad zendt hoeven ook
niet op het overzicht van aan de raad gezonden brieven te worden
gezet. Dat valt onder de interne werkwijze tussen 2
bestuursorganen. Raadsvoorstellen die vanuit het college naar de
raad gaan worden immers ook niet allemaal bij de ingekomen stukken
gezet.
Referentiemateriaal
-
Richtsnoeren Actieve Openbaarmaking eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (CBP)
05 mei 2011, pdf, 557KB