Vraag: nota misbruik- en oneigenlijk gebruik versus gedragscodes
Welke dwarsverbanden zijn er tussen de nota misbruik- en oneigenlijk gebruik en de verordening voor gedragscodes voor o.a. raadsleden? En welke sancties staan er op het overtreden van gedragscodes door raadsleden, anders dan schorsing en vervallen verklaren van lidmaatschap van de raad?
Antwoord
Bij vraag 1 denkt de Juridische Vraagbaak aan het begrip
misbruik en oneigenlijk gebruik zoals de accountant dat toepast bij
de controle op de jaarrekening en denk ik aan de gedragscode voor
bestuurders op het overtreden waarvan geen expliciete sancties
staan en zeker niet het schorsen of vervallen van het
raadslidmaatschap.
Ervan uitgaande dat de gedragscode geen bepalingen bevat als die
genoemd in art. 15, lid 1 Gemeentewet (verboden handelingen
raadslid) kan de Juridische Vraagbaak zich niet voorstellen dat er
directe juridische sancties voortvloeien uit het overtreden van de
gedragscode. En zeker niet de sanctie van schorsing of
vervallenverklaring van het raadslidmaatschap! In de praktijk
zullen gedragscodes toch vooral bepalingen bevatten die weliswaar
uit oogpunt van bestuurlijk integer handelen of nalaten zeer
aanbevelenswaardig zijn, maar juridisch niet direct afdwingbaar.
Met betrekking tot schorsing en vervallen verklaring van het
raadslidmaatschap is in de Kieswet vastgelegd in welke gevallen dit
kan.
Artikel X1 Kieswet
Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een
vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het
lidmaatschap niet bezit (artikel 10 Gemeentewet) of dat hij een met
het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult (artikel 13
Gemeentewet), houdt hij op lid te zijn.
Artikel X8 Kieswet
Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met
artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn
betrekking worden geschorst door burgemeester en wethouders. Dit
college onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn
eerstvolgende vergadering. De raad kan, na de geschorste in de
gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van
zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen
aanleiding vindt, heft hij de schorsing op. De raad kan ook
ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de
Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld
zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen
verklaren.
De zware sancties van schorsing en vervallen verklaring van het
raadslidmaatschap kunnen dus alleen worden toegepast bij
overtreding van de Gemeentewet.
De gedragscode bestuurlijke integriteit kent geen sanctionering.
Gedragscodes kennen geen regels die rechtskracht hebben, maar wel
regels met politieke en bestuurlijke relevantie. Bestuurders zijn
op de naleving aanspreekbaar, zij kunnen daarover ter
verantwoording worden geroepen en wanneer zij zich er niet aan
houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en hun
positie.