Vraag: nevenfuncties raadsleden
De gedragscode van onze gemeente bepaalt dat raadsleden geen nevenfuncties mogen vervullen die strijdig kunnen zijn met het belang van de gemeente. Nu is er vanuit de raad veel kritiek op een nevenfunctie van een raadslid. Hij weigert echter de nevenfunctie op te geven. Wat te doen? Is het aan de raad om bij raadsbesluit uit te spreken dat de nevenfunctie niet mogelijk is?
Antwoord
Een raadslid moet melding doen van zijn nevenfuncties. Al bij
kandidaatstelling moet hij ingevolge de Kieswet mededeling doen van
zijn openbare betrekkingen. Daaraan toetst de commissie voor de
geloofsbrieven mogelijke strijdigheid met de Gemeentewet.
Laatstgenoemde somt limitatief de incompatibiliteiten met het
raadslidmaatschap op (artikel 13). Deze openbare betrekkingen zijn
op grond van de wet onverenigbaar met het raadslidmaatschap.
Een gedragscode bevat geen juridisch afdwingbare normen. Op het
raadslid rust formeel geen andere verplichting dan de
openbaarmaking van de door hem/haar vervulde andere functies dan
het raadslidmaatschap (artikel 12, eerste lid). Er zijn in beginsel
geen rechtsgevolgen, indien een raadslid in strijd handelt met de
gedragscode. In politiek of moreel-ethisch opzicht kan de zaak
natuurlijk anders liggen. Een door de raad aanvaarde motie, waarin
het raadslid wordt opgeroepen de betreffende nevenfunctie neer te
leggen, kan worden opgevat als een moreel appèl. Echter, als hij
weigert aan deze oproep gehoor te geven zal de raad zich hierbij -
al dan niet knarsetandend - neer moeten leggen.