Vraag: besloten vergadering
Mag een besluitenlijst van een besloten vergadering ook worden ingezien door een raadslid dat niet aanwezig was tijdens de bewuste vergadering? Of mag een commissielid de geheime informatie delen met zijn/haar fractievoorzitter?
Antwoord
Artikel 25 lid 1 en artikel 86 lid 1 van de Gemeentewet regelen
het opleggen van geheimhouding door raad of commissie ten aanzien
van stukken of ten aanzien van het behandelde. Hoe moet de volgende
zin worden uitgelegd: De geheimhouding wordt door hen die bij de
behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de
stukken kennis dragen, in acht genomen totdat commissie of raad
haar opheft.
De toelichting bij artikel 25 geeft voorbeelden van mensen die
kennis kunnen hebben van deze stukken of het behandelde, namelijk
deskundigen, ambtenaren, griffier, burgemeester,
commissieleden-niet raadsleden. Wanneer heeft deze groep kennis
genomen van de geheime informatie? Na de vergadering? Kortom: Mag
een besluitenlijst van een besloten vergadering ook worden ingezien
door een raadslid dat niet aanwezig was tijdens de bewuste
vergadering? Of mag een commissielid de geheime informatie delen
met zijn/haar fractievoorzitter?
Geheime stukken
Geheime stukken kunnen voorafgaande aan of in een
vergadering van commissie of raad ter kennis worden gebracht van de
geadresseerden. De geadresseerden zijn dat uit hoofde van hun
functie als lid van de commissie of raad of als ambtenaar.
Het feit dat een raadslid bij de bijeenkomst verhinderd was terwijl
hij er wel bij had mogen zijn, maakt niet dat de
geheimhoudingsplicht wordt geschonden als dat raadslid wordt
geïnformeerd. Bij het vaststellen van een verslag van een
geheime/vertrouwelijke bijeenkomst, dat is een vergadering waarin
de geheimhouding is bekrachtigd, kunnen dus alle personen die
qualitate qua tot de geadresseerden van de geheime informatie
behoren aanwezig zijn.
De personen die kennis dragen van de geheime informatie mogen die
niet delen met personen die niet tot de kring van geadresseerden
behoren. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de vertrouwenscommissie
bij de benoeming van een nieuwe burgemeester. Wat zich in die
commissie afspeelt, behoort daarbinnen te blijven en niet met
fractiegenoten te worden gedeeld die van de commissie geen deel
uitmaken.