Vraag: art. 15 van de Gemeentewet of belangenverstrengeling
Een raadslid is gepensioneerd ambtenaar van de gemeente. Hij deed als ambtenaar de administratie van een stichting die door de gemeente was opgericht (btw-constructie). De stichting is opgeheven. Hij gaat de afwikkeling doen, tegen uurloon, betaald door de gemeente uit de middelen van de stichting. Mag dat? En welk risico loopt hij?
Antwoord
De eerste gedachte van de Juridische Vraagbaak is dat het
beschreven gedrag geen strijd oplevert met art. 15 van de
Gemeentewet. Mogelijk wordt wel de schijn van
belangenverstrengeling opgewekt. Dat levert voor het raadslid een
politiek risico op.
Het zijn de middelen van de stichting, waaruit betaald wordt.
Anders zou het zonder meer een voorbeeld van "het buiten
dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten
behoeve van de gemeente" (artikel 15, eerste lid, d. 2e.)
zijn. Een vraag die gesteld kan worden, is hoe nu intern de
besluitvorming verloopt. Besluit het college tot aanstelling of
doet dat het stichtingsbestuur? Als het college besluit kan de
vraag gesteld worden of er toch geen sprake is van strijd met
artikel 15, ongeacht waar de financiën vandaan komen.
Controlerende taak raad
De raad kan in de controlerende taak het werk van het college (en
daarmee het raadslid) controleren. Dat lijkt de Juridische
Vraagbaak iets dat men zou moeten vermijden. Dat zou zeer
schadelijk kunnen uitpakken voor zowel het raadslid als het imago
van de gemeente(politiek).