Vraag: Verschil vragenrecht en inlichtingenrecht
Vraag:
In het modelreglement van orde van de VNG is in de paragraaf
rechten van leden een artikel opgenomen over inlichtingen.
Wat is de toegevoegde waarde van dit artikel/recht als in andere
artikelen al het schriftelijke en mondeling vragenrecht en het
recht van interpellatie geregeld is. Wat voegt het recht van
inlichtingen toe? Waarin wijkt dit af van de andere rechten?
Antwoord:
De achtergrond van het vragenrecht en het inlichtingenrecht is
gelijk; namelijk dat het recht op informatie van raadsleden, en de
plicht van het college om deze te verstrekken, cruciaal is voor de
versterking van de controlerende functie van de raad die met de
dualisering wordt beoogd.
Het enige verschil wat men zou kunnen duiden is dat bij het recht
van inlichtingen de vragen en antwoorden per definitie een
agendapunt voor de eerstvolgende raadsvergadering vormen en dus tot
een debat kunnen leiden. Dit in tegenstelling tot het vragenrecht
dat bedoeld is om informatie te krijgen waarbij beantwoording een
agendapunt kan vormen. Daarnaast is bij het recht van inlichtingen
de termijn van beantwoording bepaald op de volgende
raadsvergadering, terwijl aan bij het recht van informatie bij
schriftelijk vragen een termijn van 30 dagen is gekoppeld. De
verschillen zijn echter marginaal en wellicht wat gekunsteld.
Het recht van inlichtingen blijkt wel als een wat zwaarder
instrument te worden beschouwd.
Als je naar de Gemeentewet naar artikel 169 lid 4 kijkt zie je
eigenlijk hetzelfde. Het eerste onderdeel, informatie op verzoek
van de raad, is in feite overbodig, want een doublure van art. 169,
lid 1, 2 en 3. Als de raad inlichtingen wil, dan bieden de eerste
leden van art. 169 daartoe voldoende aanknopingspunt.