Vraag: Stemming en weglopen raadsleden
In antwoord op een eerdere vraag stelt u dat de
geldigheid van een stemming pas kan worden vastgesteld nadat deze
stemming daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Dit sluit ook aan bij
het tweede lid van aritkel 29 Gemeentewet waarin wordt gesproken
over het opnieuw stemmen. In zijn artikel in het Binnenlands
Bestuur van 17 december 2010 (nr. 50, blz. 21), stelt Douwe Jan
Elzinga echter dat raadsleden door hun weglopen het stemquorum
kunnen torpederen en er geen hooofdelijke stemming kan
plaatsvinden. Is dat inderdaad zo, of moet dit anders uitgelegd
worden?
Antwoord:
Artikel 29 van de Gemeentewet zegt dat een stemming
alleen geldig is wanneer meer dan de helft van het aantal leden dat
zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet
onthouden, daaraan heeft deelgenomen. Als het de helft plus 1 dus
niet meer aanwezig is, kan er dus niet gestemd worden.
Een interessant aspect daarbij: Volgens de wet kan de raad kan wel
besluiten nemen, zolang dit zonder stemming geschiedt. Om te
vergaderen is volgens artikel 20 alleen bij aanvang het quorum
nodig.