Vraag: Op het snijvlak van WOB en WBP
In een bepaalde gemeente worden alle ingekomen brieven
gepubliceerd op internet. Brieven aan de raad vallen binnen de Wet
openbaarheid van bestuur en zijn dus in beginsel openbaar,
inclusief de naam, adres en woonplaatsgegevens van de afzender.
Vanwege de raakvlakken met de Wbp, wordt wel altijd toestemming
gevraagd voor de publicatie van eventueel. persoonsgegevens en de
brief desgewenst geanonimiseerd. Nu is een brief binnengekomen in
de vorm van een soort van zwartboek over een van de diensten van de
gemeente Delft. In deze brief worden een aantal mensen met naam en
toenaam genoemd, inclusief hun casus bij de gemeente. De vraag is
nu of voor de publicatie op internet toestemming moet worden
gevraagd van de in de brief genoemde personen, of dat volstaan kan
worden met een schriftelijke verklaring van de indiener van de
brief dat de genoemde personen toestemming hebben gegeven om hun
gegevens openbaar te maken. Dit gelet op de uitzonderingsgronden in
de WOB op het gebied van privacy aan aantasting van de persoonlijke
levenssfeer.
Antwoord:
Het college bescherming persoonsgegevens heeft richtsnoeren
uitgebracht. Hierin wordt aandacht gevraagd voor het op internet
publiceren van persoonsgegevens. In zijn algemeenheid komt het er
op neer dat gemeenten niet zonder meer ingekomen stukken op
internet moeten zetten, maar zorgvuldig moet worden bekeken of
daarin voorkomende persoonsgegevens moeten worden weggelaten. Het
uitgangspunt van de WBP en de WOB is verschillend. De WBP gaat
primair uit van het belang van degene die geregistreerd is, hetgeen
er toe leidt dat slechts in bepaalde gevallen informatie aan derden
mag worden verstrekt. De WOB daarentegen gaat uit van het belang
van openbaarmaking voor een ieder dat soms zijn grenzen vindt in de
uitzonderingsgrond: eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
De WOB bevat een uitputtende regeling met betrekking tot de
informatieverplichting van bestuursorganen aan een ieder en
prevaleert daarom boven de WBP. Laatstegenoemde kent echter wel een
uitputtende openbaarmakingregeling voor de eigen gegevens van een
betrokkene. Omdat het in dit geval onduidelijk is wiens
persoonsgegevens gepubliceerd gaan worden (van de betrokken burgers
of ambtenaren), is het zonder meer raadzaam om hun belangen te
beschermen en toestemming voor publicatie te vragen. Dit inderdaad
onder motivatie van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.