Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld
Home / Vraag en antwoo... / Veelgestelde vr... / Vraag: Geheimho...

Vraag: Geheimhouding opheffen

Op grond van artikel 25 lid 2 van de Gemeentewet kan het college geheimhouding opleggen ten aanzien van stukken die aan de raad worden overgelegd. De vraag is  wie  deze geheimhouding weer kan opheffen indien de raad de geheimhouding wel heeft bekrachtigd in zijn eerstvolgende vergadering. Is dat het college of is artikel 25 lid 4 zo te lezen dat deze bevoegdheid dan exclusief aan de raad is?

Antwoord:

De regeling van de geheimhouding is ingewikkeld en geeft aanleiding tot verwarring. Ook de juridische vraagbaak heeft er het hoofd over gebroken en verschillende wetteksten erbij gehaald. Artikel 25 van de Gemeentewet gaat er vanuit dat bij stukken waar het college de geheimhouding voor heeft opgelegd, die geheimhouding door de raad moet worden bekrachtigd. Die geheimhouding vervalt als de gemeenteraad niet tot bekrachtiging overgaat. Zie lid 3 van artikel 25. De geheimhouding blijft bestaat tot het moment waarop ze wordt opgeheven. Omdat de raad als  hoogste orgaan de geheimhouding heeft opgelegd, is het een exclusieve bevoegdheid van de raad om deze al dan niet op te heffen. Het staat het college vrij de raad te verzoeken de geheimhouding op te heffen, maar dat blijft een bevoegdheid van de raad.
Verwarring kan ontstaan over het gegeven of de stukken aan de raad of alleen aan leden van de raad zijn voorgelegd. In de Syllabus Actualiteitencolleges Gemeentewet staat: ‘De raad kan deze geheimhouding tijdens de eerstvolgende vergadering, mits het vergaderquorum wordt gehaald, bekrachtigen of opheffen.’  Let wel: het betreft hier stukken die door het college (of de burgemeester of een commissie) aan de raád zijn overgelegd. Betreft het stukken die aan léden van de raad zijn overgelegd, dan kan de geheimhouding alleen worden opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (art. 25, lid 4).

 


28 sep 2010


Zoeken in de website: