Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld
Home / Vraag en antwoo... / Veelgestelde vr... / Vraag: Geheimho...

Vraag: Geheimhouding

In het jaarverslag 2009 van een bepaalde gemeente wordt een opmerking gemaakt dat er een nabetaling heeft plaatsgevonden aan de gemeentesecretaris van gemaakte overuren. Het beleid van de gemeente is dat secretaris en afdelingshoofden geen overuren mogen schrijven. Een raadslid vraagt nu de benodigde B en W-besluiten op die hieraan ten grondslag liggen. Mondeling hebben B en W/burgemeester al gepoogd dit raadslid te bepraten, echter zij wenst dit verzoek door te zetten en inzage te krijgen. De burgemeester bij wie het verzoek is ingediend (tevens portefeuillehouder Personeelszaken) geeft aan dat het strijdig is met de Wet Openbaarheid van Bestuur. Voorts meent de burgemeester dat dit niet de bevoegdheid van de raad is. Klopt, maar het betreft een zinsnede of opmerking van de jaarrekening die wel goedgekeurd moet worden door de raad. En op grond daarvan wordt de vraag gesteld. Hoe hierin nu te handelen?

Antwoord:

Een raadslid mag alle gemeentelijke informatie inzien. Een verzoek daartoe wordt niet getoetst aan de WOB. Als het informatie is die valt onder een van de criteria van artikel 10 van de WOB, kan er geheimhouding aan het raadslid worden opgelegd. De raad heeft het budgetrecht en moet een beslissing nemen over de goedkeuring van het jaarverslag, dus het college kan zich niet op het standpunt stellen dat de raad er niet over gaat.

Als het college of de burgemeester blijft weigeren de gevraagde informatie te verstrekken, is er sprake van strijd met artikel 169 of 180 Gemeentewet en dit kan politieke consequenties hebben. Het raadslid kan nog een poging doen de informatie te ontvangen en als dat niet lukt er in de commissie en/of raadsvergadering vragen over te stellen (er is immers geen informatie verstrekt, dus niet duidelijk is of het openbare of niet-openbare informatie is) of een motie van afkeuring of wantrouwen in te dienen.

De andere kant van het verhaal is dat de griffier ook de burgemeester kan aanspreken. Het niet verstrekken van de informatie suggereert dat er wat wordt achtergehouden. Als een raadslid dat aanvoelt, blijft hij vasthouden aan de gestelde vraag en het krijgen van een antwoord op die vraag. Er vanuit gaande dat de vergoeding door de beugel kan, is het verstandiger dat het college de informatie verstrekt en het niet op een discussie in de raad laat aankomen.


06 jul 2010


Zoeken in de website: