Vraag: Benoeming deeltijdwethouder
In artikel 36 van de Gemeentewet staat dat er
deeltijdwethouders benoemd kunnen worden. Verder worden nog wat
specificaties opgegeven over minimum en maximum aantal wethouders.
In het commentaar / de toelichting op de GW (handboek de
gemeentewet en zijn toepassing) alsook het boek van Elzinga over de
GW staat dat er deeltijdwethouders kunnen worden benoemd als sprake
is van een volledige betrekking. En voltijdwethouders kunnen alleen
benoemd worden in gemeenten van meer dan 18.000 inwoners. In onze
gemeente zijn altijd wethouders met tijdsbestedingsnorm van 0,75
benoemd (cfm rechtspos.besluit). Betekent dit dat in onze gemeente
(17.300 inwoners) géén deeltijdwethouders benoemd kunnen worden als
bedoeld dan in art. 36.2?
Antwoord:
In de Gemeentewet is het aantal wethouders dat een gemeente bij
een bepaald aantal inwoners mag hebben, geregeld. Voor alle
gemeenteklassen is het minimumaantal wethouders twee. Sinds 15
april 2009 is artikel 36 van de Gemeentewet gewijzigd (Stb. 2009,
169). Vanaf die datum kunnen gemeenteraden in alle gemeenteklassen
per wethouder bepalen of hij voltijds, dan wel in deeltijd wordt
benoemd. Bij benoeming in deeltijd moet de deeltijdfactor worden
bepaald. Anders dan daarvoor kunnen gemeenteraden in
gemeenten tot en met 18.000 inwoners nu ook per wethouder de
benoemingsomvang vaststellen. De hoogte van de bezoldiging is
afhankelijk van de deeltijdfactor. Het aantal fte’s is afhankelijk
van het aantal raadsleden.
Stel het betreft een gemeente met een inwonersaantal tussen de
15.000 en 20.000 inwoners, dan is het wettelijk minimum aantal
wethouders 2, het maximum aantal voltijdse wethouders 3 en het
maximum aantal voltijdse en deeltijdse wethouders 4. In totaal mag
er 3,3 fte aan voltijd en deeltijdse wethouders benoemd worden.