Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld
Home / Uit de verenigi... / Nieuws / Jaarrede van de...

Jaarrede van de Voorzitter van de VvG, Jaarcongres 11 september 2009

Welkom in de democratie! Welkom in de lokale democratie!


Beschrijving

Welkom in de democratie! De route rechtdoor loopt via de 'zuigkracht van de bureaucratie' (Vrieling, 2009) naar de onvermijdelijke exit-route van de teleurstelling. De route over links en over rechts brengt u in het gelid van de gevestigde orde en de taaie, vaak saaie vergaderprocessen. Tegen de dames en heren raadsleden zou ik willen zeggen: in de weg 'terug' - terug naar uw achterban - daarin ligt uw succes besloten!

Dé volksvertegenwoordiger is wat mij betreft die persoon die in staat is om niet alleen op de dag van de verkiezingen op aansprekende wijze zijn achterban aan te spreken, maar vooral in de vier jaar tussen de verkiezingen voortdurend omkijkt en verbinding zoekt met zijn medeburgers in stad of dorp. REPRESENTATIE moet weer met hoofdletters geschreven worden. "Horen, Zien en Vertegenwoordigen" daar gaat het om. Horen wat er aan de hand is, zien wat er gebeurt en nodig is en de niet gekozen burgers laten ervaren dat zij vertegenwoordigd worden door naar hen terug te koppelen wat je namens hen hebt gedaan.

In veel publicaties en debatten over het functioneren van het openbaar bestuur wordt de 'staat van de democratie' in verband gebracht met de kloof tussen burgers en politiek. Ook wordt het bestaan van 'populisme gekoppeld aan gebrek aan representatie'. Mijn stelling is dat dit niet precies genoeg uitdrukt wat er aan de hand is met ons politiek systeem van evenredige vertegenwoordiging. Ik geef u drie invalshoeken die wat mij betreft verdere verkenning waard zijn.

In de eerste plaats intrigeert de ogenschijnlijke discrepantie tussen Grondwet en Kieswet. Waar de Grondwet in artikel 54 spreekt van 'rechtstreeks gekozen', worden maar weinig volksvertegenwoordigers rechtstreeks in het parlement gekozen.

Zo is het ook in Gemeenteraden en Provinciale Staten. Zij zijn in veruit de meeste gevallen de lijstopvolgers achter het stemmenkanon. Niet de identificatie met de kandidaten bepaalt wie er gekozen wordt maar het 'zijn' van de conculega op de kandidatenlijst! Alle Nederlanders zijn Grondwettelijk gelijk. In gelijke gevallen dienen zij gelijk te worden behandeld. In de praktijk van het kiesrecht is dat dus geenszins het geval.

In de tweede plaats speelt het gebrek aan representativiteit van gemeenteraden. Bekend is het voorbeeld uit mijn woonplaats. De SP heeft daar nog nooit meegedaan aan de verkiezingen. Dit terwijl opeenvolgende lokale afdelingen van de SP zich leken klaar te stomen voor deelname. Electoraal lagen de stemmen voor het oprapen. Kiezersonderzoek in de periode 2004 – 2008 wees tot 3 keer toe uit dat er tenminste 3 zetels in de raad behaald konden worden bij de eerstvolgende verkiezing. Toch werd er niet meegedaan aan de verkiezingen. Een deel van de SP-achterban vond zijn weg naar een alternatief, de rest ………… bleef thuis en bediende zich van buitenparlementaire activiteiten. Niet omdat men de kiesdrempel niet haalde, noch door toedoen van politieke opponenten maar door strategisch/tactische afwegingen onder de eigen vlag. De verbondenheid tussen kiezer en kandidaat raadsleden vertaalt zich – tegen de wil van de kiezer in - dus niet altijd in een vorm van representatie.

In de derde plaats – en dat is een spannende actualiteit – wordt representativiteit onderwerp van een strenge, strak geregisseerde kwaliteitstoets. De keuze van de PVV om niet mee te doen aan 439 gemeenteraadsverkiezingen is verklaarbaar. Een jonge beweging, onder extreem moeilijke omstandigheden tot stand gekomen, top down georganiseerd en voor het eerst als partij met 9 zetels in de Tweede Kamer. Het enorme electorale succes van de Europese verkiezingen schiep verwachtingen. Zowel in absolute zin als procentueel met soms ruim 30% van de uitgebrachte stemmen werd in juni een aanzienlijke achterban ontsloten van Vlissingen tot Pekela en van Den Helder tot Venlo.

De PVV heeft alle recht om zijn eigen keuze te maken. Zorgelijk is wel de opgedrongen motivatie. Een motivatie die het resultaat is van het vergrootglas van de mediacratie: de mediadichtheid, die onze democratische instituties in belangrijke mate is gaan domineren. Het passief kiesrecht staat open voor nagenoeg iedereen. In beginsel betekent dit een representatief stelsel waarin de gekozen burger een combinatie van kwaliteiten, beperkingen en gebreken meebrengt. Waar is de tijd gebleven dat actief gezocht werd naar "de bakker, de slager, de postbode, havenwerker en huismoeder" als representanten van het volk? Pim Fortuyn was zo’n beetje de laatste die nog zo openlijk zocht naar mensen die een afspiegeling waren van de 'gewone' man of vrouw in de straat. Representatie is in veel gemeenten een beroep geworden. Een professie met een hoge standaard. Iedere doopceel wordt gelicht en met microprecisie door politieke opponenten en media gefileerd. Met als intrigerend neveneffect dat nieuwe toetreders tot het politieke bestel: partijen en bewegingen, maar ook potentiële raadsleden worden afgeschrikt of letterlijk belemmerd in hun ambitie. Verrassend was het besluit van de PVV om niet mee te doen in steden als Rotterdam, Venlo en Den Helder geenszins. Het is schier onmogelijk om bij een eerste deelname als politieke stroming een risicoloze kandidatenlijst op te stellen. Zeker als rekening moet worden gehouden met een electorale mega overwinning die in 1 klap 15 tot 20 personen in gemeenteraad brengt.

De vraag die zich bij mij opdringt en u en mij moet bezighouden, is de vraag: wat betekent het niet meedoen van de PVV voor de validiteit van onze democratie gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging? Als zo’n grote kiezerspopulatie zich straks niet herkent in de keuzemogelijkheden die hem op 3 maart 2010 in 439 gemeenten worden aangeboden, wat is dan het effect ervan op de maatschappelijke stabiliteit in de periode van 4 jaar daarna? Wat betekent dat in collectief opzicht (nationaal) en wat betekent dat voor de samenbindende kracht van de lokale gemeenschappen? Kortom: wat betekent dat voor het maatschappelijk draagvlak voor al die coalitieakkoorden, collegewerkprogramma’s en raadsprogramma’s? Hoe houdt uw raad straks voeling met de maatschappelijke geledingen?

Deskundigen en 'deskundologen' beweren dat dit ‘vacuüm’ van alle tijden is en wel weer bijtrekt. Hun redenatie stelt mij niet gerust, simpelweg omdat het geen antwoord is op de situatie die zich – misschien wel uniek – nu voor onze ogen ontrolt. Ik attendeer u overigens op het artikel van Dick Pels over dit fenomeen in het Jaarboek.

Er zal meer duidelijkheid ontstaan als de nieuwe generatie politieke partijen – de lokale partijen - de winnaars van 2002 en 2006 zich qua verkiezingsuitslagen opnieuw bij de winnaars mogen scharen.
In het boek “Lokale leiders, de opkomst van de geuzendemocratie” zal lokaal leider Bert Euser op 17 september in Nieuwspoort uit de doeken doen dat toen – in 2002 en 2006 - van de 500 (!) nieuwe partijen maar liefst 100 nieuwe partijen met meer dan 10 procent van de stemmen aan de haal gingen. Een ware ‘landslide’ zo stelt hij in het manuscript dat ik heb mogen inzien. De “geuzendemocratie” zoals hij het noemt laat zien dat de kloof tussen bevolking en politiek gedicht kan worden. Maar wat als die enorme klapper niet herhaald wordt? Wat als kiezers zich onvoldoende herkennen in het aanbod aan kandidatenlijsten? Wat dan?

Zowel op de nieuwe raadsleden als op u en mij rust nu de dure plicht om de representativiteit van de Democratie vitaal te houden. Met Micha de Winter (2008) ben ik van mening dat gemeenteraden zichzelf meer moeten zien als hoeders van de democratie dan als exponenten ervan. Als we de democratie als een maatschappelijke waarde beschouwen, loopt de opbrengstpotentie enorm gevaar als 20 tot 30% van de actieve kiezers zich niet gerepresenteerd weet door de partij of beweging waarop ze eigenlijk de stem zouden willen uitbrengen. Juist omdat zij gemotiveerd zijn, zich betrokken tonen en uiting gaven en geven aan hun voorkeur is er in potentie voor de politiek veel te halen. Het is te gemakkelijk om dit electoraat als exponent van ‘populisme’ (whatever that may be) terzijde te schuiven. Het gaat hier om betrokken burgers die bereid zijn hun eerlijke stem te verbinden aan een representant van het eigen burgerschap. Dat gegeven verdient protectie vanuit het wezen van het democratisch systeem. Herman van Gunsteren zei het in 2006 heel mooi: “Burgerschap is de beschermende status waardoor de democratie van diversiteit wordt voorzien”.
Voorkomen moet worden dat de diversiteit wordt beperkt. Ook mogen afzijdigheid van de politiek en gebrek aan feitelijke representatie geen voeding geven aan een gevoel van miskenning.
Juist in een periode waarin de gezaghebbendheid van de overheid onder druk staat, doet de komende raadsperiode de paradoxale opgave zich voor dat degenen die zich niet als vertegenwoordigers van een groot electoraal smaldeel hebben opgeworpen, zich het vuur uit de sloffen moeten lopen om verbinding te leggen met burgers die niet, of niet als eerste voorkeur, tot de eigen achterban behoren.

De vraag die ik – 6 maanden voor de verkiezingen – hier in uw midden opwerp is: welke partijen (en kandidaat raadsleden) zich op dit gegeven al voorbereiden? Mijn taxatie: geen van de partijen!

En u, bent u als griffier al ingesteld op deze vraag? Ik ben zeer benieuwd naar het antwoord op de vraag wat u en al mijn collega’s doen in de voorbereiding van de verkiezingen. Op uw stoel trof u daarom vanochtend een enquête aan. Petra Habets, voor velen onder u geen onbekende, is bereid onderzoek te doen naar deze vraag en onze vereniging de uitkomsten van haar enquête ter beschikking te stellen. Om te kijken of we daar lessen uit kunnen trekken voor het profiel en de professionalisering van de griffier. Ik doe een dringend beroep op u om even de tijd te nemen om de vragenlijst in te vullen. U kunt de lijst inleveren bij vertrek. Let op: achter op de vragenlijst is het antwoordnummer voorgedrukt. Gemakkelijker kon Petra het u niet maken…….!

Dames en heren, De griffie is een politieke kennisbron (Peper, 2009). In de komende raadsperiode zullen er meer griffiers zijn die langer zitten dan de meeste van de raadsleden aan wie hij of zij diensten verleent. Niet langer zijn wij de pionier. Steeds meer en steeds vaker leiden wij de dans. Sinds gisteravond weten wij daar alles van…… U weet toch hoe het met de Tango gaat: beurtelings leiden man en vrouw. Zo ook is het in de dans van de volksvertegenwoordiging. Dan weer leidt de raad in de dans met de burger, dan weer leidt de – al dan niet gerepresenteerde – burger. Door ons institutioneel geheugen komen wij steeds meer in de positie om de ‘pas de deux’ voor te doen en ‘faut-pas’ te helpen voorkomen. In de komende raadsperiode zijn wij meer nog dan voorheen gids voor de raad; in de dans van de raad met de burger en met college en bureaucratie. Leiden we de raadsleden door het labyrint van de bureaucratie en laten we de raad ‘scoren’? Of leiden wij beurtelings met de raad de dans? Kortom: De griffier als ‘dans-haas’ of als STERKE dans-partner!

Dames en heren, ik kom tot een afronding. Kennis is kracht en een bron van inspiratie!

Graag open en ontsluit ik het debat met u over de ‘Staat van de representatie’. Ik nodig u daarom van harte uit om in de komende weken op basis van mijn bescheiden bijdrage en op basis van het Jaarboek 2009 zelf bij te dragen aan de kennisverrijking via onze kennisbank op www.vvgkennisbank.nl.   

Jaap Paans 
Voorzitter Vereniging van Griffiers    

 

paans

zaal-paans

15 sep 2009


Uitgelicht

Quick links

Partners


Zoeken in de website: