Gaande griffier ...Tijs Rolle: ‘Een griffier is een verleider’
“Een griffier is een veranderaar en een verleider. Hij (of
zij) loopt steeds een stapje voor op de mensen voor wie hij werkt.
Hij moet oog hebben voor de doelen van mensen om hem heen en
voeling houden met hen.” Dit zegt Tijs Rolle, die onlangs afscheid
heeft genomen als griffier van de gemeente Leusden. In dezelfde
gemeente is hij nu actief als wethouder voor GroenLinks met als
portefeuille welzijn, sociale zaken, verkeer en milieu. Die
verandering bracht ook met zich mee dat Rolle zich moest
terugtrekken uit het bestuur van de Vereniging van Griffiers.
Beschrijving
“Ik ben afgestudeerd aan de landbouwuniversiteit in Wageningen in de tuinbouwplantenteelt. Verschillende jaren was ik de enige ‘Wageninger’ als griffier. Ik hoorde laatst dat er in Noord-Brabant nu nog één is. Op de universiteit had ik de specialisatie communicatie gedaan (voorlichtingskunde). In die hoek ben ik altijd blijven werken; eerst bij het ministerie van Landbouw, later als docent milieuvoorlichting aan een hbo-opleiding, hoofd patiëntenvoorlichting bij het Astmafonds en hoofd Communicatie bij de gemeente Leusden.
Daar ben ik in 2002 griffier geworden. Je ziet bij griffiers dat iedereen het invult vanuit zijn eigen specialisatie. Je hebt juristen, bestuurskundigen en ik heb de functie altijd sterk vanuit de communicatiehoek benaderd. In die zin is de functie ook geen vreemde eend in de bijt op mijn cv. Het past heel goed bij mijn communicatie-achtergrond.”
Wat waren de voornaamste uitdagingen tijdens jouw ambtsperiode als griffier?
“De belangrijkste was de cultuurverandering van monistische naar duale verhoudingen. Dat betekende onder meer het bevorderen van gevoel van zelfstandigheid bij raadsleden; het besef dat ze onafhankelijk zijn en alleen verantwoording afleggen aan de kiezer. Tegelijkertijd vond ik dat ik de functie had om richting andere partijen, vooral het college, duidelijk te maken dat de verzelfstandiging van je counterpart niet betekent dat je bestuurlijk achteruitgaat, maar dat het juist een versterking is.”
Welke knelpunten heb je ervaren?
“Precies wat ik net noemde. Die cultuuromslag was voor de één moeilijker dan voor de ander. In de eerst tijd waren er ook wethouders die nog onder het oude regime hadden gewerkt. Mensen moesten er aan wennen. In de eerste periode was dat soms lastig. We hebben overigens na verloop van tijd structuren aangepast aan de nieuwe cultuur, zoals een nieuwe vergaderwijze en een andere inrichting van het overleg.”
Hoe kijk je aan tegen professionalisering van de functie?
“Ik ben van de eerste lichting griffiers. Het was erg plezierig dat jezelf kon bijdragen aan de vormgeving van de functie. Alle gemeenten zijn verschillend en kiezen griffiers die bij hen passen. Leusden wordt gekenmerkt door harmonische verhoudingen. Daar was behoefte aan educatieve ondersteuning.
De professionalisering is actueel binnen VvG. Je kunt de diepte ingaan in allerlei kenniszaken. Maar het gaat bij het griffierschap ook om de kunst (en de vaardigheden) van het verleiden en het veranderen van mensen: hoe hou je voeling met de raadsleden en met wat voor hen belangrijk is. Die kunde moet ook onderdeel zijn van een verdere professionalisering van het vak.”
Wat vind je van de VvG als belangenbehartiger?
“Ik vind dat de VvG uitstekend functioneert als belangenbehartiger. Het is een vereniging die in overgang is. Eerst zijn er pioniers en starters met veel improvisatietalent. Op een bepaald moment is de organisatie gevestigd en dan moeten er anderen aan het roer komen. Op dat punt staan ze nu. Ik zat zelf nog maar acht of negen maanden in het bestuur, maar als wethouder kon ik dat niet blijven doen natuurlijk.
Ik wil graag deze kans aangrijpen om de vereniging en alle griffiers in den lande een zeer voorspoedige nieuwe vier jaar toe te wensen, waarin het vak zich mooi ontwikkelt en de vereniging tot grote bloei komt.”
06 mei 2010