Gaande griffier...ANDRIES KNEVEL
Ondanks de grote verschillen tijdens zijn ambtsperiode heeft Andries Knevel een leuke tijd gehad als griffier van de gemeente Maasbree. Per 1 januari 2010 is zijn 'missie' voldaan. Knevel: "Ik heb in de gemeente Maasbree gewerkt als interim-griffier sinds september 2007. De gemeente stond toen op het punt om te besluiten tot een vrijwillige herindeling met de buurgemeenten Helden, Kessel en Meijel. Per 1 januari 2010 eindigt mijn ‘missie’ omdat de gemeente per die datum opgaat in de nieuwe gemeente Peel en Maas. Het was de tweede keer dat ik in Maasbree griffier was. Van januari 2003 tot juni 2004 heb ik er als kwartiermaker gewerkt. Ik kijk met veel plezier terug op beide periodes, hoewel er grote verschillen waren. Zowel in de raad als in het college en de ambtelijke organisatie. En de tweede keer was het werk veel dynamischer en inhoudelijk interessanter. Het ging nu niet meer om het vinden van een passende vorm van dualisme. Dat stadium was deze raad wel voorbij. De inspanningen waren nu gericht op een gemeenschappelijk bestuurlijk doel, namelijk het ontwikkelen van een geheel nieuwe gemeente die zijn toekomstige taken op adequate wijze zou kunnen gaan vervullen."
Beschrijving
Wie is Andries Knevel?
"Ik ben 63 jaar, gehuwd en ik heb twee zoons en een dochter plus zeven kleinkinderen. Ik was vele jaren directeur van een sociale dienst en gedurende 5 jaar combineerde ik die functie met het raadslidmaatschap in een andere gemeente. Daarna vervulde ik van 1991 – 2002 de functie van gemeentesecretaris en sinds 2002 heb ik o.a. gewerkt als interim gemeentesecretaris, interim griffier, consulent bestuurlijke vernieuwing, opleider, coach en organisator van congressen en seminars. In mijn vrije tijd vervul ik een aantal bestuurslidmaatschappen en besteed ik de nodige tijd aan het kijken naar – en het maken van - beeldende kunst."
Wat zijn de belangrijke uitdagingen
geweest?
Ook tijdens het herindelingsproces moest de winkel in de eigen
gemeente natuurlijk open worden gehouden. Een deel van de tijd werd
dus besteed aan het ‘going concern’. Maar de meeste energie moest
in dit geval toch worden gestoken in het ontwikkelen van
gemeenschappelijkheid tussen de vier betrokken gemeenteraden.
Daartoe hebben de raden al in een vroeg stadium een visie op de
toekomst van de nieuwe gemeente ontwikkeld. En in lijn met de
uitgangspunten van die perspectievennota is ook een visie
vastgesteld over de dienstverlening en de besturing van Peel en
Maas.
Daarnaast zijn er veel activiteiten geweest die de binding tussen
de vier raden moesten bevorderen. Zo heeft iedere raad de collega’s
in een informele sfeer ontvangen in een zgn. raadsledencafé en
hebben raadsleden massaal deelgenomen aan een gezamenlijk
opleidingstraject. Tijdens die sessies is geprobeerd inzicht te
krijgen in het raadswerk in een gemeente van 43.000 inwoners. Ieder
kwartaal kwamen de raden een zaterdagmorgen bijeen in een
werkconferentie waarin de voortgang van het fusieproces werd
besproken en waarin tevens een thema werd behandeld. In oplopende
frequentie zijn er gemeenschappelijke raadsvergaderingen gehouden
waarin ruimte was voor onderling debat. Een belangrijke rol speelde
ook de regiegroep. Deze was samengesteld uit de vier presidia en
had tot taak de rol van de raden te bewaken en de agenda te bepalen
voor de gemeenschappelijke raadsvergaderingen.
Wat waren de belangrijke problemen/knelpunten tijdens het
verrichten van uw werkzaamheden als griffier?
Alle vier de gemeenten kenden eigen procedures en gebruiken. Ook de
politieke en bestuurlijke cultuur in de vier gemeenten verschilde
nogal. Zo werkten twee gemeenten met commissies terwijl de andere
twee de raadsbesluiten voorbereidden in de raad zelf. Ook de rol
van het presidium werd niet in iedere gemeente op gelijke wijze
ingevuld. En in de ene gemeente was de raad meer volgend op de
voorstellen vanuit het college terwijl in de andere de raad een
minder volgzame stijl was ontwikkeld. Belangrijk was natuurlijk dat
het debat gaandeweg zou gaan verschuiven van lokale
belangenbehartiging naar het nemen van verantwoordelijkheid op de
schaal van Peel en Maas. De griffier wordt in zo’n situatie
enerzijds gezien als de adviseur van de eigen gemeente en er mag op
dat punt niet aan zijn loyaliteit worden getwijfeld. Maar
tegelijkertijd moet hij ook de raad bijstaan in het
transformatieproces en daarbij het vertrouwen behouden van de
andere raden die bij de herindeling zijn betrokken.
Wat zijn uw aanbevelingen ter professionalisering van het
werk van de griffier?
Zo langzamerhand zijn de raden gewend geraakt aan de ondersteuning
door een griffier en in de meeste gemeenten zijn zij daar ook het
nut en de noodzaak van gaan inzien. Om de functie de waardering te
laten krijgen die hij verdient, moeten griffiers zich allereerst
zelfbewust manifesteren als strategische adviseurs van de raad en
als volwaardige gesprekspartners voor bestuur en management. Dat
vereist ook dat griffiers permanent in zichzelf moeten investeren.
Door zelfstudie, het volgen van opleidingen, het ontplooien van
activiteiten in de VvG, enz. Ik ben dan ook een groot voorstander
van een systeem van certificering en recertificering, zoals dat
gebruikelijk is bij onze beroepsgenoten in de Verenigde Staten. Van
de Amerikaanse ‘municipal clerks’ die de titel CMC (Certified
Municipal Clerk) of MMC (Master Municipal Clerk) mogen voeren kan
met zekerheid worden gezegd dat zij voldoen aan de professionele
kwalificaties en dat zij door opleiding en ervaring geschikt zijn
om het beroep uit te oefenen.
In dit verband ben ik er heel tevreden mee dat ik het afgelopen
jaar heb kunnen bijdragen aan het tot stand brengen van een
associatie tussen het IIMC (International Institute of Municipal
Clerks) en de VvG. Het belangrijkste doel van deze organisatie is
om de professionaliteit van ‘municipal clerks’ (ook in de VS vaak
een part time baan) te bevorderen. Daartoe wordt samengewerkt met
universiteiten en opleidingsinstituten. Clerks die voldoen aan de
studie- en ervaringsvereisten van het IIMC maken aanspraak op de
titel CMC of MMC. Zelf ben ik lid van het IIMC sinds 1997. Het
afgelopen jaar bezocht ik het congres in Chicago en leidde daar een
workshop over burgerparticipatie in Nederland. Bovendien heb ik in
het voorjaar deelgenomen aan een internationaal
uitwisselingsprogramma met een collega in Florida. Dat zijn goede
activiteiten om de eigen horizon te verbreden en om inspiratie op
te doen voor je eigen werk.
Wat gaat u hierna doen?
Mijn toekomst is nog wat onzeker. Ik heb de leeftijd om met werken
te stoppen, maar mijn passie ligt nu eenmaal bij het openbaar
bestuur. In Maasbree ben ik op tijdelijke basis aan de slag gegaan;
mogelijk krijg ik zo’n kans opnieuw. Mocht dat niet het geval zijn,
dan heb ik meer tijd voor hobby’s en voor mijn functie van
voorzitter van een Raad van Toezicht voor een organisatie in het
primair onderwijs en voor mijn bestuursfunctie bij een museum. In
ieder geval ben ik van plan om in mei 2010 opnieuw het IIMC-congres
bij te wonen, dit keer in Reno in de staat Nevada. Maar allereerst
gaan mijn vrouw en ik gedurende de koude januarimaand een
zomervakantie vieren bij onze dochter in Nieuw Zeeland.
De VvG behartigt de belangen van alle griffiers in
Nederland. Bent u tevreden over de tot nu toe geboekte
resultaten?
"Ja, ik vind dat de VvG er in slaagt de functie van
raadsgriffier te positioneren als een waardevolle en niet meer weg
te denken speler in ons bestuurlijk systeem. De inzet om een
gedegen structuur te ontwikkelen op het gebied van de
professionalisering ondersteun ik van harte. Ik hoop dat de VvG er
ook in slaagt hiervoor de handen op elkaar te krijgen bij haar
achterban."
Bron
Vereniging van Griffiers, Yassir Houtch