De gaande griffier …Els Boers: “Griffier zijn is een risicovol beroep”
“Griffier zijn is een risicovol beroep. Je doet het nooit goed en er wordt soms gedacht dat jij overal verantwoordelijk voor bent. Dat is natuurlijk niet zo. Je faciliteert en ondersteunt, maar je neemt geen verantwoordelijkheid over.” Dit zegt Els Boers, die de laatste jaren vooral als interim-griffier werkzaam is. Ook heeft zij verschillende boeken geschreven over het lokale openbaar bestuur. Onlangs is ze gestopt als interim-griffier in Hattem.
Wat is jouw
achtergrond?
“Ik heb een politieke achtergrond. Ik ben raadslid en
fractievoorzitter voor GroenLinks geweest in Ede. Daarnaast werkte
ik op het partijbureau van GroenLinks en deed vooral de
ondersteuning van raads- en Statenleden. Dat was rond 2000. Ik heb
me toen ook beziggehouden met het dualisme dat in 2002 werd
ingevoerd. In dat jaar ben ik gestopt met mijn politieke werk en
heb ik een uitstapje gemaakt naar het bedrijfsleven. Ik werd
adjunct-directeur van een adviesbureau in de afvalbranche. Later
ging het wat slechter met het bedrijf. Van huis uit ben ik
communicatieadviseur en in die tijd begonnen mensen aan mij te
vragen hoe het nu zat met dat dualisme. Daarom heb ik het boekje
‘Het duale raadslid actief’ geschreven. Ik heb dat gedaan op grond
van eigen ervaringen. Het boekje werd heel positief ontvangen en
daardoor begonnen gemeenten mij uit te nodigen om te komen
vertellen over het lokaal bestuur. Ik heb verschillende sessies
gegeven, soms van een uur, soms een hele dag, over het functioneren
van de raad en de rollen van de verschillende partijen.”
“Mensen vroegen toen of ik niet griffier wilde worden. Ik vond die
sessies heel leuk om te doen en ben om me heen gaan kijken. Ik ben
toen plaatsvervangend griffier geworden in Woerden. Later zag ik
een vacature voor een griffier in Veenendaal. Ik woonde in Ede en
besloot te reageren. Ik ben in Veenendaal een jaar griffier
geweest. ”
Sindsdien werk je vooral als interim-griffier. Waarom is
dat?
“Als interim ben je een buitenstaander die met een frisse blik naar
zaken kijkt. Je kan kritiek wat makkelijker neerleggen, omdat ze
weten dat je weer weggaat. Ik heb dat gedaan in Hattem en
Zwartewaterland. In Hattem ben ik nu bijna klaar. Ik begeleid de
nieuwe griffier nog en daarna zal er vast weer een nieuwe klus
komen. Wat bij mij speelt als interim, is dat ik nadenk over de
kwaliteit van het openbaar bestuur. Ik vind het niet interessant om
alleen maar op de winkel te passen. In beide gevallen ben ik
gevraagd om te kijken hoe het besluitvormingsproces beter kon. Ik
heb een bepaalde visie op het lokaal bestuur en probeer die bij
gemeenten uit te dragen.”
Wat is jouw visie op het lokale openbaar bestuur?
“Mijn visie is dat je als gemeente veel meer kan betekenen voor de
gemeenteraad dan nu het geval is. Wat ik nog steeds zie, is dat
veel partijen naar elkaar wijzen. De gemeente wijst naar Den Haag,
de raad naar het college et cetera. Raadsleden zijn amateurs en dat
moet ook zo blijven. Je moet ze faciliteren, met z’n allen. Dat is
niet alleen de taak van de griffier. Er kan veel meer educatie
komen vanuit de organisatie. Er zijn voorbeelden van gemeenten die
externe bureaus inschakelen, maar als je het als gemeente zelf doet
krijg je meer binding tussen de organisatie en raadsleden. Ik voel
mij sterk verbonden met het lokaal bestuur en heb daarom ook het
boek ‘Het raadslid natuurlijk actief’ geschreven en dit jaar is
mijn vertaling van de Gemeentewet uitgekomen ‘De gemeentewet in
eenvoudig Nederlands’. Ook heb ik de website ‘Krachtig lokaal
bestuur’ opgezet dat bedoeld is als platform.”
Wat is de rol van de griffier in een krachtig lokaal
bestuur?
“De griffier zorgt ervoor dat er een zodanige omgeving ontstaat dat
de raad optimaal kan functioneren. Je faciliteert en ondersteunt de
raad, maar bent niet verantwoordelijk voor het functioneren ervan.
Het enige wat je kan doen, is raadsleden adviseren. Ik zie dat je
als griffier vaak een afvalput bent. Je krijgt overal de schuld van
en wordt overal verantwoordelijk voor gehouden. Een griffier moet
nog wel eens strijd leveren voor zijn eigen positie. Daar gaat dan
veel energie in zitten.”
Wat vind jijzelf interessant aan de functie?
“Het griffierschap is een heel leuke functie. Je mag je overal mee
bemoeien. Het is een boeiende rol. Je moet wel stevig in je
schoenen staan. Het gevaar is dat je je overal verantwoordelijk
voor voelt.”
Je hebt ook meegewerkt aan een onderzoek van de VvG naar de
positie van de griffier dat mede heeft geresulteerd in de
handreiking ‘De (rechts)posiitie van de griffie(r) in het openbaar
bestuur’. Wat waren jouw bevindingen?
“Je ziet dat er heel verschillend wordt omgegaan met de functie. In
sommige gemeenten ben je een veredelde secretaresse. De omgeving
neemt de griffier niet altijd serieus. Ook krijgt hij soms heel
weinig uren. Je zou minimaal 24 uur moeten hebben. Je zit als
griffier wel in de top van een organisatie. Die erkenning is er nog
niet altijd.”
Hoe kijk je aan tegen de VvG?
“Ik heb samen met hen het onderzoeksrapport ‘De griffier een
zorg voor de raad of de raad een zorg!’ gemaakt dat mede is
verwerkt in de bovengenoemde handreiking. Dat was een goede
samenwerking. Wat ik jammer vind, is dat interims geen lid kunnen
zijn van de vereniging. Daarom kun je bepaalde bijeenkomsten niet
bijwonen. Dat is jammer, want juist als interim kun je veel
betekenen in discussies over het beroep. De vereniging kan
overwegen om mensen die aantoonbaar ervaring hebben als interim toe
te laten als lid.”