Column: 'Stemmen in commissies?'
Onze nationale dualismegoeroe D.J. Elzinga heeft met zijn column in Binnenlands Bestuur van 7 maart het een en ander losgemaakt. Waar ging het om? Het was Elzinga ter ore gekomen dat sommige gemeenten een systeem van 'gewogen stemming' in commissies hanteren. Dat houdt in dat de zwaarte van de stem van een commissielid in overeenstemming is met het aantal leden dat dit lid in de raad vertegenwoordigt. Dus als je vijf zetels in de raad hebt, dan telt je commissiestem vijf keer zo zwaar als wanneer je één lid in de raad hebt.
Beschrijving
Elzinga trekt tegen deze handelwijze van leer met de Gemeentewet in de hand. Als het gaat om meer informele peilingen om de politieke krachtsverhoudingen in beeld te brengen, zo besluit hij zijn column, dan is er geen bezwaar. Maar stemmingen over besluiten die rechtsgevolg kunnen hebben zijn strijdig met de wet. Die gemeenten moeten daar dus mee ophouden.
Ik heb verschillende vervolgpublicaties in andere tijdschriften gezien, onder andere in het VNG Magazine. En tot mijn verbazing kreeg mijn gemeenteraad onlangs een brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Allemaal hadden zij dezelfde strekking: gewogen stemmingen in commissies zijn in strijd met de Gemeentewet. Het kan verkeren.
Typen commissies
Kloeke taal, voorwaar. Maar Elzinga had er mijns inziens goed aan gedaan om iets genuanceerder te zijn in zijn oordeel. Waar hebben we het over? In de artikelen 82 tot en met 84 Gemeentewet staat de mogelijkheid om verschillende typen commissies in te stellen.
Artikel 82-commissies zijn raadscommissies. Die hebben slechts twee limitatief opgesomde wettelijke taken, namelijk 'voorbereiden van raadsbesluiten' en 'overleggen met het college'. In beide gevallen komt er geen stemming aan te pas. En er worden al helemaal geen besluiten met rechtsgevolg genomen. Raadscommissies mogen immers niet beslissen in plaats van de raad. Hoogstens kan een commissie, zoals Elzinga formuleert, informeel de verhoudingen peilen.
Artikel 83-commissies zijn bestuurscommissies waaraan bepaalde bevoegdheden kunnen worden overgedragen. Die nemen wel beslissingen. Maar de Gemeentewet regelt niets over de manier van stemmen. In lid 1 staat dat het instellende bestuursorgaan (raad, college, burgemeester) de werkwijze van zo’n commissie regelt. Daarbij is, voor zover ik heb kunnen nagaan, nergens bepaald dat er in het reglement of de verordening geen gewogen stemming zou mogen voorkomen. De wet noch de Memorie van Toelichting zegt daar iets over. Of het ook wenselijk is, is natuurlijk een andere vraag. Het lijkt me in ieder geval een massa juridische maar vooral politieke complicaties meebrengen. Een gewogen stemming heeft trouwens alleen zin als het om door de raad ingestelde commissies gaat. Overigens geeft artikel 85 Gemeentewet een toezichtregime, waarbij het instellende bestuursorgaan zelfs besluiten en beslissingen van een bestuurscommissie kan vernietigen.
Artikel 84-commissies behoren tot de categorie 'overige commissies'. Daarover is zelfs niet voorgeschreven dat het instellende bestuursorgaan de werkwijze regelt, met uitzondering van de openbaarheid van vergaderingen. Deze commissies hebben dus een grote vrijheid waaronder, opnieuw, in principe ook het invoeren van gewogen stemmingen.
In de artikelen 83 lid 3 en 84 lid 4 wordt verwezen naar enkele Gemeentewetartikelen die van overeenkomstige toepassing zijn. Die gaan over bekendmaking van besluiten. Daarmee is impliciet gezegd dat zowel ‘bestuurscommissies’ als ‘overige commissies’ besluiten met rechtsgevolg kunnen nemen. Het is dus van belang dat de stemming goed geregeld is. Maar nogmaals, in bepaalde gevallen kan eventueel een gewogen stemming in het reglement of de verordening worden opgenomen. Denk bij een artikel 84-commissie bijvoorbeeld aan een commissie voor een groot project waarin de raad de ondernemers en het onderwijs zitting hebben. Een bepaalde verhouding van invloed kan dan wenselijk zijn. De wet verzet zich daar niet expliciet tegen.
Presidium
Ik permitteer me in dit verband een klein uitstapje naar de praktijk en noem het Raadspresidium of Seniorenconvent. Is dat een 'overige commissie' ex artikel 84 Gemeentewet? Als dat zo is dan mag de burgemeester er geen lid van zijn. Lid 2 sluit dat namelijk uit. Maar mag de voorzitter van de raad wel lid zijn? Dit is een illustratie van de spagaat van de burgemeester. Of misschien is er destijds gewoon niet goed over nagedacht. Maar als het geen artikel 84-commissie is, wat voor commissie is het dan wel? Op die vraag mogen liefhebbers hun tanden stukbijten. Toch bestaat het Presidium. En in veel gemeenten is het een belangrijk orgaan dat ook beslissingen en in mandaat zelfs besluiten met rechtsgevolgen neemt. Het gaat dan bijvoorbeeld over de rechtspositie van de griffiemedewerkers. In mijn gemeente vindt het Presidium zijn rechtsgrond in het Reglement van Orde.
Terug naar de gewogen stemmingen. Die zaak ligt naar mijn smaak iets anders dan Elzinga met in zijn kielzog het Ministerie van Binnenlandse Zaken doet voorkomen. De brief van het ministerie maakt het nog het bontst omdat die nadrukkelijk spreekt over ‘gewogen stemmingen in raadscommissies’. En daarmee kan alleen artikel 82 zijn bedoeld. Waar is de tijd van de aloude Bestuursschool waar nog de gemeentewet (met kleine letter) werd onderwezen?
Krijn van der Heijden, Raadsgriffier Zutphen