Column: Sommige ‘sociale’ media zijn slecht voor democratische besluitvorming
In 1994 werd in Nederland het eerste gsm-net gestart door PTT. De Siemens P1, een zwarte draagbare mobiele telefoon met groot laadstation voor de accu, werd door KPN gebruikt voor de eerste proeven (in 1993). Het apparaat woog ruim 3 kilo. Dat is dus nog maar 16 jaar geleden. Wie kan zich nog voorstellen dat in eerste instantie het nut van mobiele telefoons niet werd ingezien? En het bleef niet bij telefoneren…
Griffiers doen royaal mee
Ze zijn niet meer weg te denken uit de samenleving, de sociale
media. Zij geven aan miljoenen mensen het gevoel dat zij
voortdurend in contact staan met de wereld in het algemeen en met
de medemens in het bijzonder. Dat je lééft, als het ware. Wij als
griffiers doen daar royaal aan mee. We hebben onze eigen website en
sluiten ons aan bij internetgerelateerde nieuwsgroepen en
discussiefora. En we zijn via Hyves, Facebook en LinkedIn allemaal
digitale vrienden geworden.
Papierloos vergaderen op komst
Intussen dringen de zegeningen van de sociale media ook door in de politiek. Dat geldt al een aantal jaren voor internet en e-mail. We kunnen niet meer buiten de snelle communicatie. En de websites van de gemeenteraden vormen een steeds belangrijkere bron van informatie. Zelfs zo, dat we er vrijwel aan toe zijn om papierloos te gaan vergaderen. De eerste experimenten zijn al gesignaleerd. Alle vergaderstukken staan immers op de website van de raad. Dus is het een kwestie van het uitzoeken van een apparaat met een sterke accu (want raadsvergaderingen duren nog steeds vaak lang), waarmee je gemakkelijk kunt overschakelen tussen de internetpagina’s van de raadsagenda en het raadsvoorstel dat aan de orde is. Als er dan ook nog een functionaliteit op zit waarmee je elektronisch aantekeningen kunt maken, dan staat niets ons geluk meer in de weg. De tablet-computer lijkt in dit opzicht een goede kans te maken. Er is alle reden voor een positief oordeel over nieuwe media.
Babbelmedia zoals Twitter
Iets anders ligt dat, wat mij betreft, met wat ik maar even de
babbelmedia noem, met Twitter als bekendste. Zelf heb ik daar
helemaal niets mee. Het interesseert mij persoonlijk geen lor wat
een willekeurige medemens op een bepaald moment doet of welke
lucide gedachte hem of haar te binnen schiet, die onmiddellijk
wereldkundig moet worden gemaakt. Bovendien heeft het meestal de
diepgang van een surfplank, dus mis je er ook niet veel aan.
Sommige politici denken daar echter heel anders over. Zij zien
Twitter als een mooie manier om hun achterban te informeren, hun
mening over van alles en nog wat te ventileren, politieke
proefballonnetjes op te laten en vooral om in het nieuws te komen.
Twitteren gebeurt ook tijdens vergaderingen. Maar die arme
voorzitter van de Tweede Kamer kreeg geen voet aan de grond toen
zij een poging deed om het getwitter aan banden te leggen.
Raadsleden actief met mobieltje
Intussen zie je ook in gemeenteraden het verschijnsel dat
raadsleden tijdens de raadsvergadering actief zijn met hun
mobieltje. Twitter. Zij leveren in boodschappen van maximaal 140
tekens online commentaar op wat er in de vergadering gebeurt, vaak
ongezouten. En soms ook ondoordacht.
We moeten er met ons allen nog wel een beetje aan wennen. De eerste
schandalen hebben al plaatsgevonden mét consequenties voor de
twitteraars. Maar er is ook al een rechterlijke uitspraak dat een
doodsbedreiging via Twitter kennelijk niet al te serieus moet
worden opgevat (al dacht Wilders daar wel anders over).
Twitteren niet gepast
Nog afgezien van het feit dat het in veel Reglementen van Orde verboden wordt om je mobiele telefoon aan te hebben staan, laat staan te gebruiken, vind ik als griffier het twitteren tijdens de raadsvergadering niet gepast. Want terwijl via de voorzitter, het spreekgestoelte en de interruptiemicrofoon het ‘bovengrondse’ debat plaatsvindt, kan er ‘ondergronds’ (via Twitter) een soort schaduwdebat plaatsvinden. Aftasten van elkaars stemgedrag, afspraakjes over het al of niet steunen van moties of amendementen, het is allemaal mogelijk zonder dat iemand er iets van merkt. Dat kan leiden tot het verdwijnen van de transparantie. Geen schorsing meer waarin je kunt zien welke fractievoorzitters elkaar opzoeken. Minder openbare beraadslaging waarin men elkaar probeert te overtuigen. Waarom zou je nog op de publieke tribune gaan zitten? Thuis achter je computer kun je immers het échte debat volgen.
Op gespannen voet
Deze ontwikkeling staat op gespannen voet met de openbaarheid
van beraadslaging en besluitvorming in de gemeenteraad. En zelfs
met de Gemeentewet, waarin staat dat de raad in het openbaar
vergadert. Oké, ik weet dat alle babbels terug te lezen zijn op
twitter.com, maar daar heb je tijdens de raadsvergadering niets
aan.
Ik ben benieuwd wat collega-griffiers hiervan vinden.
Krijn van der Heijden,
Raadsgriffier Zutphen