Column: Over Castenmiller
Diverse griffiers wonden zich via de weblog op over uitspraken van Peter Castenmiller in Binnenlands Bestuur. Ze werden ervaren als denigrerend voor de raad. Na het lezen van zijn inaugurele rede als lector bij de BAZN de bestuursacademie moet je concluderen dat hij recht heeft op een serieuze reactie.
Beschrijving
Sinds 16 september staat er op de weblog van de VvG-website een verontwaardigde reactie van Peter Castenmiller. Diverse griffiers, waaronder ikzelf, ergerden zich aan het interview met hem in Binnenlands Bestuur van 5 september en gaven daar via de weblog uiting aan. Aanleiding voor het interview was de oratie die hij uitsprak bij zijn aantreden als lector bij BAZN de bestuursacademie. In het interview zet hij de gemeenteraad neer als een club die de boot heeft gemist ten opzichte van de ambtelijke organisatie, die zich vooral bezighoudt met de keuzes over de uitvoering van het beleid. Bescheidenheid past de raad!, aldus Castenmiller. De raad moet er voor zorgen dat het democratische proces behoorlijk verloopt en dat alle belangen aan bod komen. Dat kan met een veel kleinere raad. Jammer dan ook dat de Tweede Kamer niet voor minder raadsleden durft te kiezen. Van zulke woorden gaan mijn haren als griffier overeind staan, maar Castenmiller zegt dat wij niet op het interview moeten reageren, maar op zijn rede.
Ik heb de oratie van Castenmiller intussen gelezen (dankzij de uren durende treinreis naar Middelburg). Daarna begreep ik beter wat hij wil zeggen. Overigens heb ik minder begrip voor wat hij in het interview beweerde of hoe hij door de journalist geciteerd is. Maar het moet gezegd worden: de oratie van Castenmiller verdient inderdaad een serieuze inhoudelijke reactie.
De rol van de raad
De oratie bevat een aantal beschouwingen over het dualisme, de bestuurskracht en de politieke verhoudingen tussen de overheden. Verder gaat de oratie in op het fundamentele punt van de rol van de raad in het bestuur van de gemeente. Door Castenmiller 'de plaatselijke politiek' genoemd. De kern van de oratie is paragraaf 5. Daaruit blijkt dat Castenmiller de gemeenteraad het liefst ziet als een Raad van Toezicht. Op afstand dus. De dagelijkse gang van zaken kun je overlaten aan een Raad van Bestuur: de wethouders. Het bedrijf zelf laat je over aan de ambtelijke organisatie. Dat zou de werkdruk van de raadsleden aanzienlijk verminderen.
Het is jammer dat Castenmillers oratie veel citaten van andere auteurs bevat. Dit is een manier van schrijven die mij doorgaans niet bevalt, omdat je nooit precies weet wat hij er nu zélf van vindt. De beschreven rol van de raad ontleent Castenmiller aan een artikel van een zekere Jan van Deth, waar hij het mee eens lijkt te zijn.
Een gemeente is geen bedrijf
Deze bedrijfsmatige opvatting van de gemeente is niet nieuw. Vijfentwintig jaar geleden was ik betrokken bij de Vormingscycli voor Gemeentesecretarissen. Daar beweerden secretarissen al regelmatig dat het leiden van een gemeente niet wezenlijk verschilt van het runnen van een dropfabriek of een architectenbureau. De hype van bedrijfsmatig werken die in de jaren tachtig en negentig over ons heen kwam past in deze opvatting. Het gemeentelijke beleids- en beheersinstrumentarium (BBI), dat zich ontwikkelde tot Planning en Control, staat bij de iets oudere ambtenaren nog helder op het netvlies. Sindsdien is er echter veel veranderd, vooral in de sturende rol van de raad via de programmabegroting en andere kaderstellende instrumenten. De raad bepaalt wel degelijk de hoofdlijnen en het college voert uit. Zo zit de gemeentelijke werkelijkheid in elkaar. Persoonlijk ben ik het volstrekt oneens met het model Raad van Bestuur – Raad van Toezicht. Dat suggereert dat een gemeente uitvoerend kan worden bestuurd met een toezicht op afstand. Eén van de verworvenheden van het dualisme is nu juist dat de gemeenteraad en ook het college zich meer bewust zijn van de kaderstellende functie die de raad uiteindelijk ontleent aan zijn volksvertegenwoordigende rol. Zonder dat ik dit nu helemaal uitwerk durf ik te stellen dat de raad veel meer is dan een toezichthoudend orgaan op afstand.
Werkdruk
Inderdaad is de werkdruk van de raadsleden een punt. De Commissie Aarts rapporteerde hierover en zoekt het niet in taakversmalling. Wel in verdere professionalisering, in een betere vergadercultuur en in meer faciliteiten voor raadsleden, waaronder ook financiële vergoedingen. Castenmiller vindt dat het advies van de Commissie Aarts alleen maar beoogt om "de 'pretentie' van algemeen bestuur door de raad in stand te houden". Jawel, dit staat letterlijk in de oratie van Castenmiller. In de dagelijkse praktijk zie ik gemeenteraden die in hun kaderstellende rol groeien en daarmee hun positie als hoogste bestuursorgaan waar maken.
Bescheiden
Peter Castenmillers is geen bescheiden mens. Als je op je website schrijft dat een artikel dat je zelf geschreven hebt het beste is dat er ooit over dat onderwerp is geschreven, dan ben je niet bescheiden. Wellicht past Castenmiller een tikje meer bescheidenheid dan hij in zijn oratie van de raad vraagt. Intussen levert hij met zijn oratie wel een serieuze bijdrage aan het bestuurskundige leerstuk van 'de positie van de raad in het gemeentebestuur'. Je kunt het ermee eens zijn of niet, de polemiek is geopend.
Ik stel voor dat we als Vereniging van Griffiers een keer een
congres organiseren over dit onderwerp met Peter Castenmiller als
centrale figuur. Dat zou een goede gelegenheid zijn om als
griffiers met hem en anderen de degens te kruisen.
Krijn van der Heijden, Raadsgriffier Zutphen.
Referentiemateriaal
-
Artikel | Castenmiller - Bestuurskracht en innovatie
14 okt 2008, pdf, 741KB