Column: Met recht vergaderen
Uitverkoren
Een vergadering van de gemeenteraad is elke keer weer een democratisch hoogtepunt. Sta er maar eens bij stil: een aantal uitverkorenen (aanduiding afkomstig van niemand minder dan Johan Rudolf Thorbecke, aartsvader van het monisme) betreedt een speciaal voor hen vervaardigde en in stand gehouden zaal. Daarin heeft elkeen zijn eigen zitplaats. Gedurende de vergadering is men geheel vrij om te zeggen wat hij denkt en vindt. Wie wil zoiets niet? Dat deze vrijheid leidt tot schier eindeloze en niet altijd even verheffende bijeenkomsten, schijnt de uitverkorenen niet of nauwelijks te deren. Je zou haast denken dat betrokkenen stilzwijgend hebben afgesproken, dat uitsluitend laat eindigende vergaderingen ertoe doen. Zou het raadsvergaderen aan statafels niet leiden tot nachtrustvriendelijker en derhalve publieksaantrekkelijker evenementen?
Immuniteit
Elke uitverkorene heeft dus het recht om het woord te voeren,
met daaraan gekoppeld de garantie op immuniteit: op geen enkel
woord rust een verbod. Men behoeft niet te vrezen voor enige straf-
of civielrechtelijke actie wegens vermeende onvertogenheden. Dit
geldt voor een ieder die tijdens (dus niet ervoor of erna) de
raadsvergadering aan het woord komt, de inspreker incluis. Dezelfde
immuniteit komt ook toe aan commissievergaderaars. Let wel:
uitsluitend en alleen als de vergadering plaatsvindt in een
commissie die is gevormd op basis van één van de artikelen 82 tot
en met 84 Gemeentewet.
Bij mij bestaat het onuitwisbare beeld dat veel aan de
raadsvergadering voorafgaande politieke markten of andere daarvan
afgeleide door de raad ingestelde vergadergremia niet zijn
gebaseerd op één van deze wetsartikelen. Met het juridisch gevolg
dat de Gemeentewet er geen juridische gevolgen aan verbindt. Geen
immuniteit derhalve, maar ook geen basis voor het opleggen van
geheimhouding omtrent zaken die in zo’n club worden besproken of
stukken die in zo’n club ter tafel komen. Staan griffiers hier wel
eens bij stil?
Gemeentewet gedateerd
Probleem van de huidige generatie is, dat zij zich moeten behelpen met een Gemeentewet die nog steeds stamt uit 1851. Oké, het is een feit dat in de loop van de jaren vele malen onderhoud is gepleegd. Het karkas staat nog fier overeind. De laatste grote wijziging vond plaats in 2002. Met stoom en kokend water is de Gemeentewet duaal gemaakt. Nog net op tijd, circa een week voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2002, bereikte het wetsvoorstel Dualisering Gemeentebestuur het Staatsblad. Door de grote snelheid waarmee een en ander door de wetgevingsmachine moest worden getrokken bleef een veelheid aan bepalingen onverkort in de Gemeentewet gehandhaafd. Wij moeten ons afvragen of dit een verstandige aanpak is geweest.
Enkele a-duale situaties
De burgemeester nodigt de raadsleden op tot het bijwonen van de
raadsvergadering. De Gemeentewet bepaalt dit met zoveel woorden.
Voor de situatie dat de burgemeester verhinderd is, of dat de
functie onbezet is, heeft de Gemeentewet bedacht dat vervanging
plaatsvindt door de loco-burgemeester. Een wethouder dus. Behalve
voor het voorzitterschap van de raad; dat gebeurt dan door een lid
van de gemeenteraad. Nu de Gemeentewet niet de raadsvoorzitter
(doch de burgemeester) belast met de taak tot het uitnodigen van de
raadsleden voor het bijwonen van de raadsvergadering , doet de
a-duale situatie zich voor, dat bij afwezigheid van de burgemeester
een van de wethouders deze rol op zich moet nemen.
Nog erger is, als de raadsvergadering niet kan worden geopend omdat
er geen vergaderquorum is. In dat geval moet de burgemeester (dus
bij diens afwezigheid: een wethouder) een nieuwe vergadering
uitschrijven.
Enkele gekke voorbeelden
Zoals bekend, mag de raadsvergadering pas worden geopend als er
een vergaderquorum is. Minstens de helft van de “zitting hebbende
raadsleden” (overigens een tamelijk vage en ongeduide term!)
aanwezig is. Ja, blijkens de presentielijst moeten ze aanwezig
zijn. Het is, bijvoorbeeld in een raad van 17 leden, voldoende als
9 mensen hun handtekening op de presentielijst hebben gezet. Van
die 9 kunnen er 8 in het bedrijfsrestaurant naar het voetballen
gaan kijken en het overblijvende raadslid kan met zichzelf in debat
gaan. Hij mag echter geen besluiten nemen. Daarvoor moet de bode de
8 voetballiefhebbers voor de beeldbuis weghalen en vriendelijk doch
dringend verzoeken naar de raadzaal te tijgen. Nadat 9 mensen aldus
hebben gestemd, en er 5 voor dan wel tegen het voorstel hebben
gestemd, is er een rechtsgeldig raadsbesluit tot stand gekomen.
Wetswijziging?
Wordt het niet eens tijd, de Gemeentewet grondig te ontdoen van
a-duale en onmogelijke bepalingen? Als ik mij niet vergis, heeft de
VvG enkele jaren geleden een voorzet hiertoe gedaan aan de minister
van Binnenlandse Zaken. Een Haagse bureaulade moet deze voorzet nog
steeds bergen.
Tot slot
De Gemeentewet bevat veel procedurele bepalingen over onder meer
de totstandkoming van een raadsbesluit. Naar bepalingen over de
inhoud van raadsbesluiten zult u nagenoeg tevergeefs zoeken. Zoals
een oud-wethouder van de gemeente Heerde ooit zei: “nergens in de
Gemeentewet staat dat een gemeenteraad verstandige besluiten moet
nemen.”
Olaf Schuwer
Voormalig griffier
Opleider en adviseur lokale overheid