Column Mechtild Rietveld: Soep in de raad (deel 1)
Soep in de raad (deel 1)
Beschrijving
Stel, in het raadsprogramma staat 'Soep voor het volk' met als criterium dat die gezond en lekker moet zijn. In de nieuwe duale verhouding tussen raad en college geeft de raad aan wat hij wil (soep voor het volk). Het college voert het uit en maakt dus de soep. Het gaat aan de slag met prei en soepbot. Er is een collegelid dat roept 'welk recept hebben we eigenlijk?', 'die maken we nog wel!', zegt de ander. En het college gaat voort samen met zijn chef-koks, de ambtenaren.
Weldra komen er allerlei geuren uit de collegekeuken. Er loopt een raadslid langs. Die ruikt iets dat hem niet bevalt. Maar in de keuken mag hij niet komen. Dus vraagt hij in de raadscommissie waar of het college wel niet mee bezig is! En ook nog zo geheimzinnig, daar in die keuken? Het college antwoordt dat het bezig is met soep. Het raadslid vindt dat er meer kerry bij moet. Een andere raadslid meldt dat koriander niet mag ontbreken. De derde roept dat er toch zeker ook spek in moet. Een raadslid, dat in haar vrije tijd graag kookt, meldt dat het zo misschien wel een hele rare soep wordt. Ze komen er niet echt uit. De raadscommissie sluit de vergadering zonder conclusies af en het college gaat dus maar door. Er komt inspraak voor de burgers die immers de soep moeten eten. Van alle kanten kritiek en suggesties, die het college zich aantrekt. Ze doen er nu ook soepballetjes in. De raadsleden houden het in de gaten, want zij moeten immers het college controleren. Een raadslid vraagt een interpellatie aan, want hij heeft van het volk gehoord dat dat wel meer eisen had dan alleen soepballetjes. Het college zet maar even de soep in de ijskast en gaat op weg naar de raad om zich te verantwoorden. Zenuwachtig zijn ze wel, maar aan de andere kant denken ze 'wij hebben uitstekende chef-koks, dus wat kan ons gebeuren'?
Wordt vervolgd over vier weken.
Mechtild Rietveld