Column: Hoe groot moet de raad zijn?
Het congres in Maastricht was voor inmiddels oud-voorzitter en erelid van de VvG, Jaap Paans, de laatste gelegenheid om in functie zijn visionaire doorkijkjes over ons uit te storten. “Laat de omvang van raden en staten vrij”, was één van zijn vier voorstellen, bedoeld om discussie uit te lokken. Over dit onderwerp heeft de vereniging ook een notitie aan de kringen gestuurd.
In deze column pak ik graag de handschoen op. In een volgende column komt wellicht één van zijn andere voorstellen aan bod.
Het aantal raadsleden doet op zichzelf niet zo ter zake
Op het eerste gezicht dringt zich de conclusie op dat het aantal raadsleden niet erg ter zake doet. Daar lijkt, ook zonder een visie, best een flinke bezuiniging op in te boeken, zonder dat er democratische ongelukken gebeuren.
Maar er zijn grenzen…
Als je echter je gedachten laat gaan over de “limiet” van die
benadering, dan rijzen er toch vraagtekens. Het verschil tussen 29
en 25 raadsleden mag dan niet zo groot zijn, maar stel dat er in
een gemeente van 45.000 inwoners negen raadsleden zouden zijn. Zo’n
gemeente heeft bij de huidige verkiezingsopkomst ongeveer 20.000
uitgebrachte stemmen. De kiesdeler is dus 2.222. Bij vijf
raadsleden zou de kiesdeler 4.000 stemmen zijn.
Ik toon met dit voorbeeld aan dat de omvang van de raad dus wel degelijk ter zake doet. Als er substantieel meer of minder raadsleden komen, verandert de democratische kiezerslegitimering van de gekozen leden. Zo kunnen electorale belangen gaan meespelen in de keuze van het aantal raadsleden. Geen goede zaak!
Wat verwacht je van een raadslid?
De Doema, het Russische parlement, heeft vele honderden leden,
die – als we op het VvG-congres goed naar De Beaufort hebben
geluisterd – allemaal braaf op commando klappen en bij acclamatie
besluiten, zonder noemenswaardige individuele inbreng. Daar kunnen
er waarschijnlijk wel een paar honderd van af, zonder dat dit
consequenties heeft voor de besluitvorming.
Een raadslid is geen volgzaam lid van het collectief, maar heeft een belangrijke rol in de gemeente. Iedere stem in de raad telt. Elk raadslid kan over elk onderwerp een eigen oordeel vormen en onafhankelijk van wie dan ook (“zonder last”) een stem uitbrengen. Individuele raadsleden hebben instrumenten om het bestuur van het college te controleren. Zij kunnen zelf beleid initiëren via moties en initiatiefvoorstellen. Kortom, zoals de lokale democratie nu werkt zijn raadsleden drukke mensen die veel tijd steken in het bestuur en in het houden van contacten met hun achterbannen.
Dit zou de voorafgaande vraag moeten zijn: welke functie en taak heeft de raad – hebben raadsleden – in het bestuur van de gemeente?
Veel fundamenteler
Er moet dan ook fundamenteler worden gekeken naar het probleem
van de omvang van de raden en staten. Vóórdat je over aantallen
raadsleden gaat praten, moet je je afvragen wat er van een raadslid
wordt verwacht. Een paar opties.
De bestaande situatie
Een goede optie is wat mij betreft voortzetting van de huidige
rol en werkwijze van de gemeenteraad. De juridische context kan in
hoofdlijnen ongewijzigd blijven. Hierbij is wellicht een bescheiden
reductie (10 à 15 procent?) van het aantal raadsleden mogelijk,
maar verwacht daar niet te veel van.
Raad van bestuur
Volksvertegenwoordigers
Ik zou nog even door kunnen gaan, maar deze column is eigenlijk al te lang. Daarom eindig ik met de stelling dat een discussie over de omvang van raden en staten op zichzelf niet zo interessant is. We moeten ons bezig houden met de onderliggende vragen.
Krijn van der Heijden
Raadsgriffier Zutphen.