Column: 'Gewoontes'
In de tijd van mijn opa, zo begin vorige eeuw, was het tamelijk gebruikelijk om je kinderen af en toe flink te meppen. Hij had er tien. Maar hij weigerde categorisch om zijn kinderen en vrouw te slaan: "Je slaat het kwaad er zo in, en er nooit meer uit". Zo is het ook met gewoontes.
Beschrijving
Spreken in termijnen
Neem nu de gewoonte van ons parlement en de gemeenteraden en deelraden om in twee of drie termijnen te spreken in plaats van te debatteren. Die gewoonte is er in gekomen na de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919. Er kwam toen veel meer 'volk' in het parlement en ook meer partijen. Die hadden niet de discipline om ordelijk te vergaderen. Het debat ontaardde in gekrakeel waarbij iedereen door elkaar sprak en niemand het nog kon volgen. Het woord 'parlement' betekent ook letterlijk 'praatje'. Vergelijk dit bijvoorbeeld met de praatprogramma’s op de radio, waarbij bijvoorbeeld vijf mensen moeten debatteren. Daar kun je vaak niets meer van verstaan. Bij reglement van orde werd daar in het parlement een einde aan gemaakt. Spreken in termijnen was een feit, ook in gemeenteland. Enfin.
Snakken naar debat
Bijna 100 jaar spreken we in onze raden dus in termijnen. Dat
wil zeggen dat iedere fractie over een onderwerp het woord krijgt,
zijn zegje doet en dan naar de volgende, ook al vindt die
hetzelfde. Zo ontstaat er geen debat, hoogstens bij interruptie.
Maar de voorzitter kapt interrupties vaak af want er moeten nog
zeven fracties volgen en dan is het al weer bijna het eind van de
vergadering. Onduidelijkheid troef: geen debat, geen duidelijk
onderscheiden standpunten, ieder sluit zich al dan niet bij vorige
spreker aan…'maar'…en voegt iets toe. Je moet immers van je
laten horen als eenvoudig raadslid. De partij wil dat ook van je.
En, dat terwijl bijna iedereen althans in 'mijn' stadsdeel
snakt naar debat. Wij verlangen naar rechtstreekse gesprekken in
plaats van het vraag- en-antwoord spel met de wethouder. Sommige
raden proberen het met 'politieke avonden'. Andere doen het
met vergaderstelsels of met conferenties. Het vak van raadslid is
niet eenvoudig. In Angelsaksische parlementen hebben ze daar minder
last van, want daar zijn maar twee partijen en 'dus' maar
twee meningen. Gewoontes worden zó ingevoerd, maar je krijgt ze er
bijna niet meer uit.
Mechtild Rietveld