Column: Elektronische communicatie
De afgelopen jaren nam de elektronische communicatie sterk toe. We maken er als overheden allemaal gebruik van. Toch is, met de Algemene wet bestuursrecht in de hand, soms enige voorzichtigheid geboden.
Beschrijving
Toen ik in 1970 in mijn eerste gemeente aan de slag ging, stond er in een onderaards gewelf een stencilmachine met een handslinger. Een paar jaar later werd de eerste kopieermachine binnengerold. Bijna veertig jaar later maken we gebruik van elektronische media waar ik destijds niet over kon dromen. De overheidscommunicatie is sindsdien disproportioneel toegenomen. Maar is zij ook eenvoudiger geworden?
Kennelijke bereikbaarheid
Zo’n tien jaar geleden kregen de eerste ambtenaren e-mail ter
beschikking. Maar pas sinds 2004 mogen we als gemeenten, provincies
en waterschappen officieel elektronisch communiceren met onze
burgers. Daarvoor is een Afdeling 2.3 in de Algemene wet
bestuursrecht opgenomen. Elektronisch wil dan zeggen per e-mail,
per fax of zelfs per cd-rom of USB-stick. De wet zegt dat
elektronisch verkeer tussen bestuursorganen en burgers slechts
aanvaardbaar is "voor zover de geadresseerde kenbaar heeft
gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is". Dat
betekent een forse beperking.
Voor verzending van elektronische berichten door de gemeente
(artikel 2:14) betekent dit dat je de mededeling moet hebben van de
burger aan wie je het bericht stuurt dat hij per e-mail bereikbaar
is. Daar moet je je dus van overtuigen, al is niet helemaal
duidelijk wat er onder 'kenbaar maken' wordt verstaan. Voor
ontvangst van elektronische berichten door de gemeente (artikel
2:15) geldt hetzelfde. Dat kan alleen als de gemeente kenbaar heeft
gemaakt dat de elektronische weg voor de burger geopend is.
Daarvoor moeten er organisatorische maatregelen worden getroffen,
terwijl de gemeente ook 'nadere eisen' kan stellen en
bekend kan maken. Zoals bijvoorbeeld een bepaald e-mailadres of een
verplicht, eventueel elektronisch formulier.
Als je dit zo leest is er eigenlijk geen andere conclusie mogelijk,
dan dat we strikt formeel gezien met ons allen de wet op grote
schaal overtreden. In de drukte van alledag e-mailen we dat het een
lieve lust is. We maken ons er niet druk over of de klant onze
e-mail wel wil ontvangen. Of andersom, of wij als overheid de
e-mail wel in ontvangst kunnen nemen. En wat mij betreft gaan we
daar ook gewoon mee door, want het elektronische verkeer is een
ontwikkeling die niet meer te negeren is.
Voorzichtigheid geboden
Wij als griffiers ontvangen regelmatig e-mails van burgers die met
de raad te maken hebben. Soms is daarbij voorzichtigheid geboden.
Het hangt er maar van af om wat voor bericht het gaat. Dagelijkse
dingen zoals afspraken maken, informatie verstrekken, uitwisseling
van feiten, dat loopt niet zo'n vaart. Niemand die daarom
maalt.
Anders wordt het als er een juridisch tintje aan een e-mail zit.
Bijvoorbeeld een aanvraag voor een beschikking, een zienswijze of
een bezwaarschrift. Voor zulke elektronische berichten zal aan de
letter van de Awb voldaan moeten worden. Gemeenten die niet kenbaar
hebben gemaakt dat de elektronische weg geopend is, doen er
verstandig aan om dergelijke e-mail niet in behandeling te nemen.
Anders zou een rechter later wellicht kunnen spreken van gewekte
verwachtingen bij de afzender. Als de gemeente e-mailberichten,
tegen de wet in doorgaans in behandeling neemt, dan mocht de
afzender er in redelijkheid van uitgaan dat ook deze e-mail wel
behandeld zou worden.
Elektronische bekendmaking
De ontwikkelingen staan niet stil. De wetgever heeft ingezien dat
ook elektronische acties vanuit de overheid onvermijdelijk worden.
De Eerste Kamer stemde onlangs in met een Wet elektronische
bekendmaking.
Bekendmakingen door het Rijk moeten voortaan elektronisch gebeuren.
Lagere overheden kunnen daarvoor kiezen, naast publicatie in de
krant of het bekende huis-aan-huisblad. Voor de publicatie van onze
raads- en commissieagenda’s is dit relevant.
Gemeenten, provincies en waterschappen worden, waarschijnlijk vanaf
2010, verplicht om al hun algemeen verbindende voorschriften,
verordeningen dus, in geconsolideerde vorm beschikbaar te stellen
via de elektronische weg. Ook daar kunnen we als griffiers mee te
maken krijgen.
Voor mij was de toename van het aantal rondstuurmoties van andere
gemeenten (zie het Weblog op deze site) aanleiding om intern nog
eens de afspraken na te lopen die er in de loop der tijd zijn
gemaakt over hoe we met elektronische berichten omgaan. Ze bleken
aan vernieuwing toe te zijn.
Krijn van der Heijden,
Raadsgriffier Zutphen