Column: 'Circus'
Politiek is georganiseerd, prudent ruzie maken. Het vergt veel debat en grote compromisbereidheid én voorkomt (burger)oorlogen. In veel landen, waar oorlog is, ontbreekt dit. Het zijn daar echte ruzies. Wij, ambtenaren, ondersteunen onze politici bij hun prudente ruzies.
Beschrijving
De meeste ambtenaren zijn vooral gericht op inhoud. Vanuit mijn griffierlijke hoek richt ik me vooral op het proces. Ik vergelijk mijn werk wel met dat van de intendant bij het circus. De griffier zorgt ervoor dat er een goede tent staat en dat de arena gevuld is met voldoende zand. Ook zorgt zij ervoor dat het orkestje mooi speelt, de publieke tribune gereed is en het programma klopt. Kortom, de griffier draagt er aan bij dat de artiesten, in mijn geval de raadsleden, hun werk in de politieke arena goed kunnen doen. Mijn collega-ambtenaren ondersteunen de ‘ruzie’ door het programma (programakkoord!) voor te bereiden en uit te voeren. Zij doen dat onder leiding van de wethouders, die daartoe benoemd zijn door de prudente ruziemakers. En zij zijn op hun beurt gekozen door het volk. De fracties in de raad voegen namens het volk eigen acts toe, lopende het programma. Dat gaat in de vorm van moties, interpellaties, schriftelijke vragen en eigen raadsvoorstellen. De ambtenaren en wethouders verwerken of verwerpen deze dan weer.. Ook burgers voegen in onze arena vanalles toe. Dat gebeurt meestal in de vorm van raadsadressen.
En daar zit een kneep. Dat hebben we in ons stadsdeel Amsterdam Centrum deze zomer gemerkt. Het dagelijks bestuur weegt talloze, maar vaak onzichtbare belangen af bij de uitvoering van het programma en doet hun stinkende best. In 90% van de gevallen gaat dat goed. Maar in een aantal gevallen gaan dingen mis of lijken onbegrijpelijk. En dat topje van de schijnbare ijsberg, komt via raadsadressen of via de kroeg of zo, op het bordje van de raadsleden. Het gevolg is dat raadsleden een rare indruk krijgen van wat een bestuur samen met hun ambtenaren uitspookt. Ze kunnen niet uitmaken of het echt een topje is van een ijsberg of een heuveltje.
In ons geval richtte van de zomer de toorn van een paar
raadsleden zich op hun eigenste ambtenaren. Eigenlijk zouden ze
zich tot het bestuur moeten wenden. De pers smulde! Maar ambtenaren
zijn ook mensen en werken (als het goed is) binnen de kaders van de
‘ruziemakers’. En als het niet goed is, is daar het college. En die
gaan dan naar hun ambtenaren. En die schieten in het defensief. En
dát vinden sommige raadsleden dan eigenlijk nog erger. Raadsleden
zijn ook maar amateurs. Dat is ook juist de bedoeling bij onze
lokale democratie. Lokale leken, ondersteund door ons,
professionals, en dat botst dus wel eens. Dit leidt tot schade van
de gemeente.
Enfin.
Het ruziemaken zal wel doorgaan, maar het blijft hopelijk
georganiseerd en prudent.
Mechtild Rietveld, griffier Amsterdam-centrum