Column: 'Bevoegdheden'
De bevoegdheidsverdeling tussen de raad en het college lijkt sinds de dualisering aardig duidelijk. Toch zijn er situaties waarin je als griffier denkt: moet de raad hier nu wel of niet over praten?
Beschrijving
Er zijn twee wetgevingsoperaties geweest waarbij de gedualiseerde bevoegdheden van de raad en het college zijn vastgelegd. Dat is uiteraard de Gemeentewet zelf (1992) en de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden (maart 2006). Bij deze laatste wet werden niet minder dan, als ik goed heb geteld, 79 wetten aangepast voor wat betreft de bevoegdheden van bestuursorganen. Het college heeft een groot aantal bevoegdheden van de raad overgenomen, waar de raad dus niet meer over gaat.
Als we inzoomen op de Gemeentewet, dan zitten de belangrijkste veranderingen in het nieuwe artikel 160. Daarin is het college, behalve met de dagelijkse bestuursbevoegdheid van de gemeente, onder andere ook belast met het nemen van besluiten over alle privaatrechtelijke rechtshandelingen. We laten nu maar even in het midden of ‘besluiten’ wel de juiste term is voor privaatrechtelijke beslissingen, zie artikel 1:3, lid 1 van de Awb.
Dat is nogal wat. Je praat dan over aankopen, verkopen,
verhuren, lenen, hypotheek nemen en geven, erfpacht,
garantstellingen, verbintenissen en overeenkomsten sluiten en noem
maar op. De raad komt er niet meer aan te pas. Maar let op, als je
even verder leest heeft de Gemeentewet een flinke beperking in
petto in artikel 169. Daarin staat dat het college in bepaalde
gevallen bij het gebruik van zijn bevoegdheden vooraf inlichtingen
aan de raad moet geven. Als beslissingen ingrijpende gevolgen voor
de gemeente hebben dan moet de raad vooraf zijn wensen en
bedenkingen kunnen geven.
Maar de beslissingsbevoegdheid is en blijft bij het college. De
raad kan eventueel zware politieke consequenties aan de beslissing
verbinden, bijvoorbeeld het ontslag van een wethouder of het
college. Maar de raad kan de beslissing niet terugdraaien.
Het volgende voorbeeld geeft aan hoe ver de collegebevoegdheid
kan gaan. Artikel 160 van de Gemeentewet, gecombineerd met artikel
19 lid 2 van de Wet Ruimtelijke Ordening maakt het mogelijk dat het
college een complete woonwijk kan renoveren zonder de raad erbij te
betrekken. Ga maar na: het afwijken van het bestemmingsplan mits de
Provincie het goed vindt, het aan- en verkopen van panden en het
afgeven van sloopvergunningen. Maar ook het afgeven van
bouwvergunningen, het inrichten van de omgeving, de
verkeersinfrastructuur zijn allemaal bevoegdheden van het
college.
Natuurlijk zal geen weldenkend college zo iets zonder de raad doen.
Zeker niet als je bedenkt dat hier sprake kan zijn van ‘ingrijpende
gevolgen voor de gemeente’. Maar toch, je merkt als griffier nu en
dan dat wethouders beginnen te beseffen dat zij meer macht hebben
dan direct na de dualisering het geval leek te zijn.
Een bevoegdheid die de raad heeft en houdt is de budgetbevoegdheid. Anders gezegd de raad kan tóch over de collegeplannen besluiten, in zoverre het gaat om de beschikbaarstelling van financiële middelen. De discussie vindt dan plaats bij het raadsvoorstel voor de kredietverstrekking. Interessant is de vraag of je als griffier tegen de raad moet zeggen: u mag weliswaar besluiten over de financiën maar van de inhoud blijft u af. Die is van het college.
Laten we een iets minder vergaand collegeplannetje onder de loep nemen. Stel dat het college graag een subsidie wil verstrekken aan een ietwat omstreden evenement. Dat is op grond van de meeste subsidieverordeningen een volledige bevoegdheid van het college. Er is alleen geen ‘potje’ om de subsidie uit te betalen. Dus gaat er een voorstel naar de raad om een paar duizend euro uit de post ‘onvoorzien’ te putten. Wat moet nu de insteek van de raad zijn? Praat de raad alleen over het geld? Of praat de raad ook over de inhoud van het evenement waarvoor hij in feite niet bevoegd is? Griffiers die hun raad bij ieder raadsvoorstel een ‘behandeladvies’ geven (en dat zijn er velen) zitten regelmatig met deze vraag. Ik kan u overigens de inhoud van het debat wel voorspellen.
Bevoegdheden van college en raad zijn weliswaar juridisch vastgelegd maar de politiek trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Het politieke spel wordt gespeeld. Men debatteert in de raad vrolijk over zaken waarvoor men niet bevoegd is. In zulke gevallen zou je willen dat er door de raad vooraf betere randvoorwaarden, kaders, voor het beleid waren vastgelegd.
Toch ligt hier wel een taak voor de griffier. Deze moet in
voorkomende gevallen de raad er in ieder geval op wijzen als een
onderwerp niet tot zijn bevoegdheden behoort. Of de raad zich
daaraan houdt valt buiten de invloedssfeer van de griffier. Want of
het nu gaat om welstand, inrichting van straten, subsidies,
toezicht op straat, bijstand of kunstwerken, om maar een paar
onderwerpen te noemen, de politiek heeft er een opvatting over. De
griffier moet in zulke gevallen raadsleden en fracties de weg
wijzen en hun de juiste raadsinstrumenten aanreiken waarmee zij hun
wettelijke invloed op het college kunnen uitoefenen.
De politieke invloed van de raad op het college is een ander
verhaal. Daar kan de griffier maar beter buiten blijven.
Krijn van der Heijden, raadsgriffier Zutphen