Ordeverstoring vergadering
De orde van de vergadering verstoord: hoe hiermee omgaan?
Beschrijving
Vooraf
Als griffier heb je zo je ups en downs in je werk. Voor mij was een van de meest nare ervaringen tot nu toe een ordeverstoring van een raadsvergadering. Hoe moeten we met ordeverstoringen omgaan en hoe liggen de verantwoordelijkheden en taken hierbij. Ik beperk me hier tot raadsvergaderingen.
De casus
De waarnemend (want burgemeester op vakantie) voorzitter van de raad opent de vergadering . De publieke tribune is goed bezet. Snel wordt duidelijk, dat een punt waarvoor veel aanwezigen gekomen zijn niet behandeld zal worden. Tumult op de tribune. Een van de aanwezigen begint luid te schreeuwen. Er gaat bedreiging vanuit. De raad is onthutst. Ik fluister: "schorsen". De voorzitter schorst. De "woordvoerder" gaat tierend verder. Waar is de bode? Waar blijft de politie? Wie moet ingrijpen? Hoe zorgen we dat het niet escaleert? De voorzitter verlaat haar stoel en gaat naar de protesterende persoon toe. Zij verzoekt hem indringend buiten de raadszaal met haar te praten. Hij gaat luid mopperend met haar mee.
Terugkijkend
Het was bekend dat de problematiek onder deze groep inwoners sterk leefde. Het was echter niet bekend dat zij van plan waren naar de vergadering te komen. De communicatie vanuit de gemeente met deze groep vooraf aan de raadsvergadering liet te wensen over. De mogelijkheid van een ordeverstoring werd niet geheel uitgesloten geacht, dus er is wel contact geweest met de politie. Dat contact liep via verschillende personen. Zowel het hoofd Juridische Zaken als ik (griffier) hadden contact. Er lag geen draaiboekje klaar met afspraken wie wat zou doen bij een mogelijke ordeverstoring. Zo was ook de operationele aansturing van de politie niet goed geregeld. Er was geen mogelijkheid om vanuit de raadzaal direct contact te hebben met de bode van het stadhuis.
Wat kunnen we van het voorval leren?
Artikel 26 van de Gemeentewet bepaalt , dat de voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering. Hij is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
In de praktijk kunnen echter toch al voorbereidingen getroffen worden en afspraken gemaakt worden, voor het geval dat. Immers, vaak zullen er van tevoren aanwijzigen zijn dat individuen of groepen van plan zijn een openbare vergadering bij te wonen en mogelijk te verstoren. Handelingen ten aanzien van dergelijke ordeverstoringen kunnen in twee delen worden geknipt, het preventieve deel en de vergadering zelf.
Preventie
De voorzitter is verantwoordelijk voor het goed verlopen van het hele proces. Op onderdelen kunnen echter andere personen verantwoordelijk zijn: Identificatie van de potentiële ordeverstoorders. Te verwachten valt dat binnen de ambtelijke organisatie vaak informatie aanwezig is over van wie ordeverstoringen te verwachten zijn. De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor het boven water krijgen van deze informatie. Hij handelt hierbij op verzoek van de griffier (namens de burgemeester).
Communicatie met potentiële ordeverstoorders. Het is moeilijk om hier algemene richtlijnen over te geven, soms zal een bepaalde vakwethouder de aangewezen persoon zijn om te gaan praten, soms een bepaalde ambtenaar, terwijl in sommige gevallen ook de politie een rol kan spelen. De communicatie dient in ieder geval gericht te zijn op het uitdragen van de volgende boodschappen:
- de gemeente heeft oor voor de argumenten van degene waarvan een ordeverstoring wordt verwacht (wat niet hetzelfde is als ze hun zin geven);
- ordeverstoringen van raadsvergaderingen worden niet getolereerd;
- uitleg van de manier waarop de gemeente werkt en de taakverdeling tussen gemeenteraad en het college;
- de mogelijkheden en onmogelijkheden van inspraak.
Maken van afspraken met de politie over bijstand. De griffier zal aan de bode van het stadhuis verzoeken bijstand van de politie te regelen. Normaal gesproken zal bij een verwachte ordeverstoring politie achter de hand moeten worden gehouden om direct te worden ingezet. De politie moet zichtbaar aanwezig en direct inzetbaar zijn. Maken van afspraken tussen de betrokken ambtenaren en bestuurders over de taakverdeling tijdens de vergadering. Als tijdens de vergadering een ordeverstoring plaatsvindt, moet duidelijk zijn wie wat doet. Wie neemt bijvoorbeeld de beslissing om de politie in te zetten, wie gaat praten met de ordeverstoorders als dit nodig mocht blijken, wat gebeurt er als daadwerkelijk geweld gebruikt wordt en de politie nog niet ter plaatse is, etc.
Tijdens de vergadering
Een grove indeling kan worden gemaakt in situaties waarbij dreiging van geweld is en situaties waarbij dit niet het geval is:
- Verstoring van de orde zonder dreiging van geweld. De voorzitter maant de ordeverstoorders tot stilte. Indien hier geen gevolg aan wordt gegeven, geeft de voorzitter aan dat de vergadering wordt geschorst en de ordeverstoorders uit de zaal worden verwijderd. Blijft het nog steeds onrustig dan schorst de voorzitter de vergadering en nodigt een kleine delegatie van de ordeverstoorders uit voor een gesprek. In dit gesprek geeft hij aan dat verdere ordeverstoringen leiden tot verwijdering uit de raadszaal en tot strafrechtelijke vervolging. Indien het na hervatting wederom tot een ordeverstoring komt, legt de voorzitter onmiddellijk de vergadering stil en verzoekt de ordeverstoorders om de zaal te verlaten. Indien dit niet gebeurt geeft de voorzitter (eventueel via de bode) het fiat aan de politie om de ordeverstoorders uit de raadszaal te verwijderen. Na de verwijdering van de ordeverstoorders wordt de vergadering hervat.
- Verstoring van de orde met dreiging van geweld. Indien de orde verstoord wordt met de dreiging van geweld, schorst de voorzitter terstond de vergadering. De voorzitter tracht de ordeverstoorders te benaderen en nodigt een kleine delegatie uit voor een gesprek, zoals hierboven is aangegeven. Mensen die daadwerkelijk bedreigingen hebben geuit dienen in principe niet meer tot het vervolg van de vergadering te worden toegelaten. Indien tijdens een raadsvergadering niet de burgemeester, maar de waarnemend voorzitter de ver gadering voorzit, kan het in sommige situaties handiger zijn als de loco-burgemeester een gesprek met de ordeverstoorders voert. Dit moet voorafgaand aan de vergadering worden afgesproken. Indien het niet lukt om met de ordeverstoorders in gesprek te komen of als er al geweld is gebruikt dan geeft de voorzitter, eventueel via de bode, onmiddellijk opdracht aan de politie om in te grijpen. De ordeverstoorders worden na hervatting niet meer toegelaten tot de raadszaal.
Onverwachte ordeverstoringen
Er kunnen ook ordeverstoringen plaatsvinden die niet van tevoren voorzien zijn. De handelwijze wijkt niet wezenlijk af van de hierboven beschreven procedure, alleen zal hier de politie nog moeten worden ingeseind.
Als onverwachte ordeverstoringen plaatsvinden waarbij wel geweld dreigt, dit ter beoordeling van de voorzitter, wordt op zijn verzoek door de bode de politie gevraagd om meteen naar het stadhuis te komen.
oktober 2004, Rick van der Meer (plv.-griffier) en Jan Verheugt (griffier) Eindhoven