Raadsledenpanel – Raadsleden twijfelen over effectiviteit Wet WNV
De Algemene Ledenvergadering van de VNG is op 8 juni 2011 met 86,6% van de stemmen akkoord gegaan met het voorstel van het VNG-bestuur om op hoofdlijnen in te stemmen met het Bestuursakkoord. Dit zogenoemde onderhandelaarsakkoord werd op 21 april ondertekend door Kabinet, gemeenten (VNG) en provincies. De leden van de VNG gingen niet akkoord met het onderdeel ‘Werken naar Vermogen’. Nicis Institute onderzocht de standpunten van de Raadsleden over dit controversiële deel. De Raadsleden menen dat de Wet Werken naar Vermogen het beoogde doel kan hebben, mits er voldoende uitvoeringsbudget beschikbaar is. Tegelijkertijd denken velen van hen dat de uitvoeringsorganisaties in hun gemeente onvoldoende voorbereid zijn voor de op handen zijnde veranderingen.
Eén van de grote angsten van gemeenten is dat ze minder tijd en
geld krijgen voor voorzieningen als de sociale werkplaatsen. In
deze grafiek kunt u zien in hoeverre het Raadsledenpanel hier een
gevaar in zien. Ongeveer 52 procent blijkt vertrouwen in de
overheid te hebben, en denkt dat zij niet gekort zullen worden op
tijd en geld. Bijna 38 procent heeft daarentegen minder vertrouwen,
en meent dat gemeenten het risico lopen dat eerdere toezeggingen
van het kabinet komen te vervallen. Ongeveer 10 procent is een
andere mening toegedaan. Zo vergelijkt een Raadslid de kwestie met
koffiedikkijken. Een ander Raadslid is van mening dat gemeenten de
schuld te veel bij de overheid leggen bij problemen: “Zorg dat je
eigen huishouding op orde is!”
Nu er geen (volledig) Bestuursakkoord afgesloten is tussen het
Kabinet en de gemeenten, moet er wellicht gekeken worden naar
andere organen om te bemiddelen. Zo kan de Tweede Kamer een rol
spelen bij het vormen van een compromis. Ongeveer 71 procent van de
Raadsleden denken dat dit laatste het geval is. Iets meer dan 23
procent meent dat de volksvertegenwoordiging juist geen rol moet
spelen. “De Tweede Kamer kan een rol spelen, maar dan alleen op het
proces”, merkt een Raadslid op. “De gang van zaken laat zien dat
partijstandpunten landelijk verschillen van de lokale standpunten,
met name bij partijen die bestuurlijke verantwoordelijkheden
dragen.” Een ander Raadslid vindt dat de autonomie van gemeenten
wordt uitgehold: “Het is een akkoord tussen bestuurders en er is
weinig democratische controle. Gemeenten worden in een keurslijf
gedwongen.”
De werkgevers zijn uiteindelijk degenen die – met ondersteuning
van de gemeenten – aan de slag moeten met de Wet Werken naar
Vermogen. Een overweldigende meerderheid van de Raadsleden, ruim 75
procent, is van mening dat de werkgevers zich niet (voldoende)
uitspreken in het debat rondom de Wet Werken naar Vermogen. De rest
van de Raadsleden meent dat dit niet het geval is.
Er is een flink aantal mogelijkheden waarop de werkgevers kunnen
bijdragen aan de invoering van de wet WNV. Het Raadsledenpanel
geeft aan dat vooral het creëren van stageplekken en een regionaal
samenwerkingsverband belangrijk zijn. Coaching en begeleiding
achten de Raadsleden iets minder belangrijk. Een Raadslid meldt
echter dat het belangrijker is voor de werkgevers om contact op te
nemen met de (lokale) overheid. Een ander Raadslid hamert op de
gedeelde verantwoordelijkheid: “De werkgevers moeten elkaar
aanspreken op hun verantwoordelijkheid, in het besef dat je morgen
zélf arbeidsgehandicapt kan zijn. Tevens moeten werkgevers werk
‘gunnen’ aan sociale werkplaatsen, vanuit diezelfde gedachte.
Uit deze grafische weergave van de antwoorden van de Raadsleden op
de vraag wat de Wet Werken naar Vermogen op zou leveren, blijkt dat
het veel Raadsleden menen dat de Wet WNV mogelijkerwijs het beoogde
doel kan hebben, mits het uitvoeringsbudget geen probleem is. Veel
Raadsleden geven aan dat zij denken dat de Wet WNV vooral een
financieel voordeel oplevert, en een meer directe betrokkenheid van
gemeenten bij het re-integratie en arbeidsparticipatieproces. Een
minder groot aantal Raadsleden meent dat de Wet WNV niets oplevert.
Als redenen worden gebrekkige voorbereiding van zowel werkgevers
als vanuit de eigen organisatie genoemd.
De uitvoeringsorganisatie en de sociale dienst dienen uitvoering te
geven aan de Wet WNV, maar is het de vraag in hoeverre deze
instanties voorbereid zijn op de extra taken die hen opgelegd
worden. Bijna een derde van de Raadsleden denkt dat de
uitvoeringsorganisatie en de sociale dienst in hun eigen gemeente
voldoende toegerust zijn om de extra taken te vervullen. Ruim de
helft denkt dat hun instanties juist niet klaar zijn voor de extra
taken. 15 procent van de Raadsleden heeft een andere mening. Zo
voegt een Raadslid toe: “Ja, mits er voldoende beleidsvrijheid is.
Maar tot op heden blijkt dat er vooral veel ingezet wordt op
bureaucratie: rechtmatigheid en budgetbewaking.” Andere Raadsleden
noemen het een ‘uitdaging’. “Sociale dienst en
uitvoeringsorganisaties zullen af moeten stappen van de
traditionele werkwijze. Dat vergt creativiteit en durf. Niet alleen
van sociale dienst, maar ook van bestuurders”, aldus een Raadslid.
Nu de gemeenten paragraaf 6.1 van het Bestuursakkoord, over de Wet Werken naar Vermogen, afgewezen hebben, heeft Nicis Institute het Raadsledenpanel gevraagd in hoeverre zij het een probleem vinden dat er geen Bestuursakkoord gekomen is. Met andere woorden: zijn gemeenten daadwerkelijk slechter af zonder Bestuursakkoord? Ruim de helft van de Raadsleden denkt van niet. Ongeveer een derde vindt het juist wel een probleem dat er geen Bestuursakkoord aangenomen is, en 13 procent is een andere mening toegedaan. Zo merkt een Raadslid op: “Mogelijkerwijs is het een probleem, het is namelijk ernstig dat 86 procent het Kabinet aan z’n laars lapt.” Een ander Raadslid nuanceert de zaak: “Het bestuursakkoord was niet meer dan een wit vlak waarbij nog een heleboel moet worden uit onderhandeld. Er zullen wel deelakkoorden volgen, de wal keert het schip wel.”
Bron:
Nicis Institute Raadsledenpanel
Dit Raadsledenpanel is uitgevoerd op 7 juli 2011, toen over het
vervolg nog niets bekend was. Inmiddels zijn er nieuwe
ontwikkelingen omtrent het Bestuursakkoord en zijn de resultaten
van dit Raadsledenpanel dus enigszins gedateerd. Desondanks geeft
deze analyse een duidelijk beeld van de mening van Raadsleden
omtrent het Bestuursakkoord in de zomer van 2011. Zie voor meer
informatie het bericht "Kabinet:
'bestuursakkoord basis voor samenwerking'" van de
VNG.