Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld
Home / Thema's en doss... / Openbaar bestuu... / Visie / GRIFFIERS: GEEF...

GRIFFIERS: GEEF GEKOZENE DE RUIMTE! Standpunt Vereniging van Griffiers over de Staat van de dualisering

In december 2008 stuurde de staatssecretaris van BZK haar brief naar de Kamer over de Staat van de dualisering. Hieronder is het standpunt van de VvG dat tot stand is gekomen op basis van discussies en ledenraadpleging. Dit standpunt zal onderdeel uitmaken van de ronde-tafelgesprekken in de Tweede Kamer op 4 maart 2009.

Beschrijving

De VvG heeft een aantal referentiepunten bij de beoordeling van de brief gehanteerd. Dat zijn

  • De uitgangspunten van de dualisering:
    1. Herstel van de raad als politiek forum
    2. Herstel van de vertegenwoordigende functie
    3. Versterking van de herkenbaarheid van het lokale bestuur voor de burger,
  • Het hoofdschap van de Raden en Staten zoals neergelegd in artikel 125 Grondwet en art 7 Provincie- en Gemeentewet,
  • Het decentralisatiebeginsel,
  • Eerdere pleidooien van de VvG bij het Rijk.

In de ogen van de VvG heeft de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken in dat opzicht een aantal positieve kanten. Deze brief bevat echter ook een aantal maatregelen waar vraagtekens bij vallen te plaatsen.

De brief heeft een sterk instrumenteel en college-bestuurlijk karakter. Dat heeft zijn charme in de zin dat het een brief is met veel concrete aanknopingspunten. Evengoed zou er echter meer waardering en aandacht moeten komen voor de versterking van het volksvertegenwoordigende deel van het gemeente/provinciebestuur: het politiek/bestuurlijke model van de 21e eeuw. Maatregelen die hun beslag zullen krijgen in wetswijzigingen zullen niet de positie van de volksvertegenwoordiging versterken. Daar waar de maatregelen wel die van het dagelijks bestuur versterken, lopen we het risico dat er een onwenselijke uitwerking plaatsvindt in de balans die er nu is. Juist ook omdat die balans nu niet op alle plaatsen onmiddellijk in het voordeel van raden en staten heeft uitgewerkt.

Wij pleiten ervoor om een visie te ontwikkelen over de wijze waarop de volksvertegenwoordiging zich verder zou moeten en kunnen ontwikkelen, zodat die bestendig is voor de toekomst. Deze visieontwikkeling kan niet alleen samen gebeuren met betrokkenen ín het openbaar bestuur, maar ook in de samenleving zelf gestalte krijgen.

Vandaar de algemene opmerking: De institutionele fase van de dualisering is positief verlopen. Raad/staten, burgemeester/Commissaris der Koning en college vormen samen het bestuur. We moeten er op letten nu niet alsnog maatregelen te nemen die een zwaarwegend effect hebben op de machtsbalans tussen college en staten/raad. Dat zou het hoofdschap van de raad/staten onder druk kunnen zetten. Waar de machtsbalans teveel doorslaat naar het dagelijks bestuur zal de aantrekkelijkheid van het raads- statenlidmaatschap nog verder afnemen daar waar die juist zou moeten worden versterkt. Niet voor niets verbindt de VvG het motto aan deze reactie: Geef de gekozene de ruimte!

Daaraan voegt de VvG toe: De dualisering van de Gemeentewet en Provinciewet is nog maar enkele jaren oud. Verhoudingen zetten zich, maar zijn tegelijkertijd ook nog steeds in ontwikkeling. In dat opzicht is het verstandig niet te snel in wetgeving te vervallen die de ruimte voor experimenteren en nieuwe vormen kunnen hinderen in hun ontwikkeling. Wel bevat de Gemeentewet nog een aantal technische onvolkomenheden. De VvG heeft deze op enig moment geïnventariseerd en verwoord in panklare concept-wetswijzigingen. De VvG zal zorgen dat deze, geactualiseerde, concepten zo snel mogelijk ter beschikking komen van Tweede Kamer en de staatssecretaris.

De raad

Het pleidooi van de VvG voor het tegengaan van al te dwingende voorschriften voor horizontale controle begint voet aan de grond te krijgen. Het burgerjaarverslag en het doelmatigheidsonderzoek gaan uit de sfeer van verplichting; naar de overlap van Rekenkamer en accountant wordt gekeken. Al met al: raden en staten zijn zelf goed in staat lokaal passende afspraken te maken over de inrichting van hun ondersteuning, ook in de sfeer van controle. Bij de keuze om de controletoren minder verplichtend en meer op maat te maken, hoort onzes inziens wel een wettelijke verplichting dat de raad/staten vastlegt hoe hij de controle op de doelmatigheid en doeltreffendheid in zijn gemeente regelt en vorm geeft.

Het verankeren van het presidium is eerder door ons bepleit bij de Kamer en nu voorzien van een voornemen daartoe wat ons deugd doet. Het gaat daarbij voor wat betreft de VvG om de mógelijkheid dat staten of de raad een presidium kan instellen en zelf bekijkt wie daar lid van zouden moeten zijn en wat de taken daarvan zouden kunnen zijn Per lokale overheid zijn verschillende vormen gevonden voor wat in die gemeente of provincie werkt. De wettelijke verankering zou moeten bestaan uit de mógelijkheid om een presidium in te stellen. Het is aan de raden/staten om te bezien wie daarin zitten en wie dat voorzit en wat de taken zijn. De burgemeester zou daarom niet bij wet voorzitter moeten zijn van het presidium. Het voorzitterschap kan goed een lokale invulling krijgen. Het decentralisatiebeginsel is hier leidend qua vormgeving in de wet.

In de media is recent veel aandacht besteed aan de aantrekkelijkheid van het raadslidmaatschap. De commissie Aarts noemt in haar rapport van Werklast naar Werklust het experimenteren met andere vergadervormen als één van de oplossingen. In dat verband vraagt de VvG aandacht voor meer maatwerk in de werkwijze van de raad. Dat betreft onder meer het voorzitterschap bij commissies en andere werkvormen, vergadermodellen en versterking van de volksvertegenwoordigende taak. Er is doorgaans goed nagedacht over een werkvorm die past bij de plaatselijke cultuur en situatie. Een belangrijk punt dat aangeeft dat het dualisme in gemeenten serieus is genomen.

Het gaat daarbij om de verankering van deze mogelijkheden (tot keuzevrijheid) in werkvormen en om het goed regelen van de formele posities die daarmee samenhangen waaronder de onschendbaarheid van volksvertegenwoordigers in andere werkvormen. De VvG stelt voor te kijken in hoeverre de wet afdoende ruimte biedt voor allerlei door raden en staten gekozen werkvormen. Mocht de wet op dat punt te kort blijken te schieten, is de VvG beschikbaar om met BZK na te denken over voorstellen tot wijziging van de wet.

De griffier

Ronduit positief is de VvG over de rol die de staatssecretaris toedicht aan griffiers. De door de staatssecretaris voorgestane verdieping van de procesinhoudelijke rol is zeer waardevol en daarvoor wil de VvG een sterke inzet leveren. Het is verheugend dat de griffier waardering ondervindt en een sterke positie inneemt in de zienswijze met mogelijkheden voor verdieping van de functie in de komende tijd. Dit vergemakkelijkt het functioneren van - en daarmee de aantrekkelijkheid voor het zijn van - volksvertegenwoordiger. Ook de kwaliteitstoets van de stukken door de griffier draagt daaraan bij.

Een modelinstructie griffier biedt zeer goede kansen om de positie van de griffier te versterken. Deze zullen wij in samenwerking met de VNG uitwerken. Raden en staten doen er voorts goed aan het werkgeverschap van griffiers goed te regelen.

Het college

Het decentralisatiebeginsel maar zeker ook het hoofdschap van de raad zijn leidend voor de VvG op het punt van de versterking van het college bij initiatiefvoorstellen en op het punt van de exclusiviteit van de voorbereiding van raadsvoorstellen die bij het college wordt gelegd. Deze voorstellen verhouden zich slecht met het decentralisatiebeginsel en het hoofdschap van de raad en staten. Door de VvG worden daarom niet ondersteund:

  • De rol van het college bij initiatiefvoorstellen
  • De exclusiviteit van het college bij het opstellen van raadsvoorstellen.

Aanvullend daarop: dit voorstel lijkt ook niet doordacht te zijn in zijn consequenties. Langs deze weg zou tussen college en raad/staten gemakkelijk een patstelling kunnen ontstaan die alleen met een crisis is op te lossen. Bovendien is de vraag welk probleem wordt met deze maatregel opgelost? Op een enkel voorbeeld na is er geen sprake van een slechte praktijk in den lande hiermee.

De burgemeester

De burgemeester is een boven de partijen staande functionaris, net als de griffier. Die positie maakt dat beiden het vertrouwen kunnen winnen en moeten behouden van de gehéle raad.

De spreekwoordelijke spagaat van de burgemeester, die wij nog op tal van plaatsen kunnen aantreffen, zal vanwege de wet kunnen blijven ontstaan. Om deze reden is investeren in het waarborgen dat de burgemeester zijn raadsvoorzitterschap goed invult belangrijk. Raden hebben daarin ook een verantwoordelijkheid.

De vraag is voorts of een grotere betrokkenheid van de burgemeester bij de collegevorming verstandig is. Het kan zijn afbreukrisico doen toenemen terwijl zijn boven de partijen staande positie, die hem in staat stelt op andere cruciale momenten een interventie te kunnen doen, dan minder vanzelfsprekend zal blijken. Maar gekozen gaat boven benoemd: wij plaatsen deze vraag graag uitdrukkelijk op het bord van de volksvertegenwoordiging ter beantwoording.

Tot slot

In de inleiding hebben wij onze toetsstenen aangegeven die wij hebben gebruikt bij onze reactie op de brief van de staatssecretaris.

De VvG is graag bereid vanuit die optiek zijn medewerking en ondersteuning te verlenen aan de totstandkoming van wetswijzigingen die gemeenten (en later provincies) in staat stellen gedegen bestuur te kunnen borgen en vol inhoud te geven aan het zijn van de Eerste overheid! Daarbij pleiten wij voor wetgeving meer op hoofdlijnen die recht doet aan de diversiteit in bestuurspraktijk van gemeenten en provincies.

Contactpersoon in ons bestuur is Marion Stein, vicevoorzitter van de VvG. U kunt haar bereiken telefonisch 070-3532024 en per mail m.f.stein@denhaag.nl

18 feb 2009


Uitgelicht

Quick links

Partners


Zoeken in de website: