Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld
Home / Thema's en doss... / Openbaar bestuu... / Visie / Column: Oh, oh,...

Column: Oh, oh, die gemeenschappelijke regelingen…

Verlengd lokaal bestuur worden ze genoemd. Vrijwel alle gemeenten hebben ze: gemeenschappelijke regelingen (GR). Van lichte regelingen voor de uitvoering van bepaalde taken tot zware organen met personeel, waaraan bevoegdheden zijn overgedragen. De begrotingen geven griffiers regelmatig kopzorgen.

Beschrijving

De Veiligheidregio’s, de GGD’s, Recreatieschappen, Gemeenschappelijke archieven, uitvoerende intergemeentelijke diensten en nog veel meer overheidstaken zijn vaak georganiseerd via de constructie van een Gemeenschappelijke Regeling. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt daarvoor de juridische grondslag. De kern is dat de deelnemende gemeenten zich verbinden en gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Er is, afhankelijk van de regeling die is getroffen, sprake van gezamenlijke besluitvorming. De minderheid moet zich bij de meerderheid neer leggen. Het voert te ver om hier in te gaan op de democratische legitimering en de mate van dualisering van gemeenschappelijke regelingen, hoewel dit interessante onderwerpen zijn. Nee, het is deze keer een probleem van een meer banale orde, namelijk: waarom komen de begrotingsstukken voor de raad altijd zo laat? En hoe kun je ervoor zorgen dat de raad binnen de gestelde termijn reageert?

De jaarlijkse begrotingsellende

Ik neem de lezer mee met de begrotingsprocedure. In de Wgr staat dat het dagelijks bestuur van de GR de ontwerpbegroting zes weken voordat hij wordt vastgesteld aan de raden van de deelnemende gemeenten zendt (voor de preciezen onder ons: er staat niet “minimaal zes weken”, maar “zes weken”. Een dag later of eerder is eigenlijk in strijd met de wet). De raden van de deelnemende gemeenten, dus niet de colleges!, kunnen in die periode hun zienswijzen geven.
Vervolgens moeten de besturen van de aangesloten gemeenten de begroting ter inzage leggen en de terinzagelegging ook publiceren (artikel 190, lid 2 van de Gemeentewet). Wees eens eerlijk: wie doet dit ooit?
De raden beraadslagen niet eerder over de begroting dan twee weken na de openbare kennisgeving (artikel 190, lid 3). Bij ons duurt het een week voordat een publicatie in de krant kan staan. Van de zes weken zijn er al drie om voordat de raad kan beraadslagen. Het college heeft een paar weken nodig om een reactie van de raad voor te bereiden. Zelfs als het college daarvoor mede de terinzage-termijn gebruikt (wat je eigenlijk naar de burger toe niet kunt maken), dan is het vrijwel ondoenlijk om op tijd een raadsbesluit te nemen. Áls de raad al vergadert, want het valt allemaal ook nog in de vakantieperiode.

Onmogelijke wetgeving

De conclusie moet zijn dat dit een voorbeeld van onmogelijke wetgeving is. Het is nauwelijks redelijk om van de raad op tijd een weloverwogen zienswijze te vragen. Drie oplossingen zijn mogelijk. Je kunt proberen de termijn te verlengen. Later besluiten kan niet, want de GR moet zijn begroting vóór 15 juli bij Gedeputeerde Staten hebben liggen. Dus kun je hoogstens samen besluiten om de termijn van toezending aan de raad te vervroegen. Een tweede mogelijkheid is om de reactietermijn te laten verlopen. Dan kan de GR de begroting zonder inbreng van de raad vaststellen. Sommige gemeenten laten, in strijd met de Wgr, het college reageren. Een reactie die later de raad bevestigt. Ook dan komt de definitieve reactie te laat. In zo’n geval kan de raad later zijn zienswijze nog bij Gedeputeerde Staten naar voren brengen. Maar het is onduidelijk wat dit college daarmee doet.

Geld loskoppelen van beleid

Een derde mogelijkheid is het geld los te koppelen van de beleidsinhoud. Een beetje beleidsambtenaar ziet immers binnen een halfuur of er grote, onoverkomelijke financiële punten in de begroting staan. Als deze onmiddellijk een korte notitie schrijft, die via het college naar de raad gaat, dan kan de raad in elk geval tijdig op de cijfers reageren. Als het om belangrijke financiële problemen gaat, kan een korte ingelaste vergadering uitkomst bieden. Voor een inhoudelijke, beleidsmatige discussie over de GR kun je de tijd nemen, want die is niet termijngebonden. Die kan bijvoorbeeld gevoerd worden in het kader van de begrotingsbehandeling, naar aanleiding van de paragraaf “Verbonden partijen”. Want daar staan alle gemeenschappelijke regelingen in, met vermelding van de doelen, taken, toekomstige ontwikkelingen en financiële risico’s. Heeft het college in uw gemeente deze paragraaf op orde?

Krijn van der Heijden, raadsgriffier Zutphen

21 dec 2007


Uitgelicht

Quick links

Partners


Zoeken in de website: