Column: 'Het is niet aan een griffier om te oordelen'
Een gemeentelijke bestuurscrisis waarbij een college in zijn geheel aftreedt is geen alledaagse gebeurtenis. In de gemeente Veghel was dit onlangs het geval. Na hun ontslagname weigerden de collegeleden verder op de kritiek van de raad in te gaan, omdat ze demissionair waren. Maar klopt dat wel?
Beschrijving
Een collega-griffier mailde met oprechte verontwaardiging de vraag of het terecht is dat het demissionair zijn aangegrepen wordt om niet in te (hoeven) gaan op kritiek. 'Houdt de verantwoordelijkheid van collegeleden niet pas op als ze de deur van het gemeentehuis voor de laatste keer achter zich hebben dicht getrokken?,' aldus de collega. 'Ontslaat het demissionair zijn de collegeleden van het afleggen van verantwoording aan de raad? Is demissionair zijn een vrijbrief voor bestuurders?' Kortom: had het demissionaire college niet gewoon de democratische verhoudingen in acht moeten nemen en verantwoording moeten afleggen voor zijn daden?
Om te beginnen wil ik het niet inhoudelijk over de situatie Veghel hebben. Ik vind het triest wat daar is gebeurd en ik wens eenieder de wijsheid en daadkracht toe om een nieuwe en frisse start te kunnen maken. Blijft toch de vraag over demissionaire wethouders en in dit geval ook de burgemeester staan.
Wethouders
Het ontslag van wethouders is bij de dualisering in 2002
ingrijpend veranderd. Dat is ook logisch, want voor die tijd waren
wethouders tevens raadslid.
De nieuwe Gemeentewet bepaalt dat wethouders te allen tijde ontslag
kunnen nemen. Dat ontslag gaat een maand na het moment van
ontslagname in, tenzij er voor die tijd een opvolger is (artikel
43). Het ontslag nemen moet schriftelijk gebeuren en gericht zijn
aan de raad. Op dat moment gaat de termijn in.
Wethouders blijven na het indienen van hun ontslag dus nog maximaal
een maand in functie. Dit heeft de wetgever gedaan om te voorkomen
dat een gemeente plotseling zonder bestuur zit.
Je zou die periode wellicht 'demissionair' kunnen
noemen, maar strikt genomen is dat niet zo. Demissionair is een
college na de raadsverkiezingen. Dus als er nieuwe politieke
verhoudingen zijn, maar nog geen nieuw college is gekozen. Dan
zorgt het oude college zo lang voor de dagelijkse gang van zaken,
zonder politiek geladen beslissingen te nemen.
Als enkele wethouders echter vrijwillig ontslag nemen, zijn er na
hun vertrek even zoveel vacatures. En zolang zij nog wethouder
zijn, zijn ze dat voor de volle honderd procent.
Je kunt je afvragen of die situatie feitelijk niet hetzelfde is als
demissionair. Er is immers geen vertrouwensbasis meer bij de raad.
Toch is dat staatsrechtelijk niet het geval. En zeker niet in
Veghel, waar de collegeleden niet door de raad zijn ontslagen, maar
zelf ontslag hebben genomen.
Burgemeester
Wat de burgemeester betreft: die kan geen ontslag ‘nemen’, maar hoogstens ontslag vragen. De Majesteit, in eerste instantie de Commissaris van de Koningin, moet in het ontslag bewilligen. Daarbij zal de Commissaris van de Koningin zonder twijfel ook de vraag onder ogen zien of de burgemeester wel snel weg kan. In de Gemeentewet (artikel 42 lid 2) staat immers dat de burgemeester in de plaats van het college treedt als niet tenminste de helft van het aantal wethouders in functie is. In Veghel is dat binnenkort het geval, als de maand ‘opzegtermijn’ verloopt zonder dat er een nieuw college is. Ook een burgemeester die ontslag heeft gevraagd is in de periode tot zijn daadwerkelijke ontslagdatum niet ‘demissionair’. Hij blijft geheel in functie.
Gemeenterechtelijk niet juist
Het Brabants Dagblad schrijft op 23 mei dat burgemeester Frankfort zich aan het begin van het debat demissionair had gemaakt door zijn aftreden aan te kondigen. Dat leverde volgens de krant de kanttekening op dat hij ook niet meer aanspreekbaar was. Een zelfde redenering gold ook bij de wethouders, aldus de krant. Dit is een gemeenterechtelijk onjuiste redenering. Het is hoogstens een strategische keuze van het college geweest. Waarschijnlijk in de wetenschap dat artikel 47 van de Gemeentewet (de raad zegt het vertrouwen op) weinig effect meer zou hebben, omdat ze al waren afgetreden respectievelijk ontslag hadden aangekondigd.
Ik kan overigens met mijn verontwaardigde collega een eind meegaan. Het zou het college van Veghel niet misstaan hebben om zijn handelen tot het laatst in de raad uit te leggen en te verdedigen. Ik weet er echter niet genoeg van af om hierover te oordelen. Misschien hadden ze er gewoon wel schoon genoeg van, wie zal het zeggen.
We kunnen uit deze en andere situaties constateren dat uiteindelijk de politiek bepaalt hoe een crisis vorm krijgt en ook hoe hij wordt opgelost. Zonder twijfel was de situatie in Veghel gecompliceerd en bovendien geworteld in een groot aantal gebeurtenissen in het verleden met tal van factoren en actoren. Het is dan ook een beetje simpel om verwijtend te zeggen dat het college geen verantwoording heeft willen afleggen. Bovendien past een dergelijk oordeel naar mijn mening niet bij de rol van een griffier. Het is de gemeenteraad die uiteindelijk de politieke mores dicteert. En natuurlijk is in uiterste instantie de kiezer dat.
Krijn van der Heijden, raadsgriffier Zutphen