Column: De raad en de euro’s
Veel raadsleden hebben maar een beperkt zicht op de gemeentelijke financiën. Het is de taak van de griffier om actief met de raad mee te denken en te attenderen op financiële besluiten die in de waan van alledag onopgemerkt dreigen te blijven.
Beschrijving
Afgelopen week vroeg een gemeenteraadsfractie in de omgeving mij om iets te komen vertellen over het budgetrecht van de raad. Leuk, dacht ik, dat moet gaan over de gemeentelijke budgetcyclus. De Voorjaarsnota, de Programmabegroting, de budgetrapportages en de Jaarrekening. Toen ik dat zei, schudde de voorzitter echter haar hoofd. Die verhalen kennen we al, zei ze. Die zijn al door de afdeling Financiën verteld. Nee, wat we horen willen is hoe het écht zit met de raad en de financiën, want het gemiddelde raadslid heeft weinig idee van wat er financieel zoal omgaat en waar de raad nu eigenlijk over beslist.
Bij verder doorvragen raakte ik geboeid door de gedachte achter
deze opmerking. Blijkbaar bestaat er in de beleving van veel
raadsleden zo iets als een officiële lezing over de financiën,
zoals die in alle openheid door het college wordt gepredikt, maar
gebeuren er intussen allerlei financiële dingen die je als gewoon
raadslid nauwelijks in de gaten hebt. Als je er later over begint
zegt het college: maar daar heeft u zelf over besloten, beste raad.
Oftewel: u moet beter bij de les zijn.
Neemt de raad in onbewaakte ogenblikken inderdaad beslissingen die
hij zelf niet in de gaten heeft? Formeel natuurlijk niet, maar
omdat raadsleden dit wel zo ervaren moeten wij ons als griffiers de
vraag stellen of hier een taak voor ons ligt. Om te beginnen moeten
we aannemen dat elke wethouder financiën en iedere financiële
afdeling naar de raad toe oprecht en integer handelt. Er zijn
waarschijnlijk geen colleges in het land die hun gemeenteraad
bewust financieel misleiden. Het probleem zit in de complexiteit
van de gemeentelijke huishouding, de procedures en het gebruik van
financieel jargon. Als lekenbestuurder, wat een raadslid toch is,
ben je dan al snel de draad kwijt. Een paar voorbeelden.
Privaatrechtelijke beslissingen
Zonder twijfel speelt de dualistische taakverdeling tussen raad en
college de raad parten. Veel bevoegdheden zijn richting college
geschoven, ook financiële. Het aangaan van privaatrechtelijke
financiële verplichtingen bijvoorbeeld, zoals garantstellingen en
hypotheeknemingen is een bevoegdheid van B&W (artikel 160
Gemeentewet). Met name bij garantstellingen zijn er geen directe
financiële gevolgen. Die komen eventueel pas als de instelling
waarvoor de gemeente garant staat niet aan haar verplichtingen
voldoet. En misschien komen ze nooit.
De Gemeentewet noemt twee situaties waarin het college de raad bij
dit soort besluiten om zijn wensen en bedenkingen moet vragen
(artikel 169 lid 4). Ten eerste als er sprake is van
'ingrijpende gevolgen'. Echter wat is ingrijpend? Ten
tweede als de raad erom vraagt, maar dat gebeurt natuurlijk niet,
want hoe komt de raad er achter? Via het uitpluizen van de
B&W-notulen? De kans is groot dat de raad er niets van
weet.
Dekking en financiering
De gemeente geeft via een raadsbesluit een half miljoen euro uit.
De bijgevoegde begrotingswijziging omvat € 10.000,00. Ra, ra, hoe
kan dat? Wel, omdat alleen de kapitaalslasten (jargon) voor de rest
van het jaar in de begroting moeten komen. Dat is vier procent
gedurende een half jaar. Dit klopt precies. De rest komt
structureel in de begroting, maar zit dan verstopt in de grote
hoop. Er is helemaal niets mis met deze manier van werken, maar de
kans is opnieuw groot dat de financiële gevolgen voor een reeks van
jaren de raad ontgaan.
Reserves en voorzieningen
Er staan in het Besluit Begroting en Verantwoordingen (BBV)
nauwkeurige voorschriften voor het reserveren van geld. Als je
reserveert blijft het geld in principe ter beschikking. Als je een
voorziening treft dan geef je het geld daarmee uit, zij het op
termijn. Veel raadsleden bekijken De Staat van reserves en
voorzieningen bij de Programmabegroting. Als je als fractie
plannetjes hebt, dan zit daar immers de mogelijke financiële
ruimte. Veel raadsleden realiseren zich niet dat over
'voorzieningen' niet meer vrij beschikt kan worden.
De algemene begrotingswijziging
Veel gemeenten hanteren een doorlopende, algemene
begrotingswijziging. In mijn gemeente heeft die de plastische titel
'hangmat' meegekregen. Dit is een financieel
verzamelvoorstel dat als vermoedelijk hamerstuk via een lichte
procedure in de raad wordt gebracht. Dit krijgt dus weinig
aandacht. Er staan begrotingswijzigingen in die voortvloeien uit
bestaand beleid of waarin de raad weinig beleidsvrijheid heeft,
maar wat is bestaand beleid en wat is beleidsvrijheid? Ik merk dat
het voor afdelingen aantrekkelijk kan zijn om ook nieuw geld via de
algemene begrotingswijziging beschikbaar te laten stellen, omdat de
raad daar nauwelijks naar kijkt. Opnieuw een manier om het
budgetrecht van de raad geruisloos te gebruiken.
De rol van de griffier
De raad heeft sinds de dualisering veel minder
bevoegdheden dan voorheen. Het budgetrecht is daarvan de
belangrijkste. Er zijn tal van zaken waarover het college kan
besluiten en waarop de raad alleen nog maar invloed kan uitoefenen
via de begroting. Om dat te kunnen moet hij volledig en transparant
inzicht hebben in financiële gang van zaken. Je kunt van de
ambtelijke organisatie niet verwachten dat ze ieder raadslid aan de
hand neemt en inwijdt in de geheimen van de gemeentelijke
financiële huishouding. Daarom is het van belang dat de griffier
als eerste adviseur van de raad hem helpt om bij de les te zijn.
Natuurlijk weet ik dat de raad de bal altijd nog via de politieke
band kan spelen. Dat zou wat mij betreft tot bijzondere gevallen
beperkt moeten blijven. Intussen kunnen raadsleden gebruik maken
van hun recht op informatie, ook voor financiële zaken. Via de drie
Z-ten van Wallage: zeuren, zaniken en zieken. Net zo lang tot ze de
informatie krijgen die ze willen hebben. Het past bij de rol van de
griffier om actief met de raad mee te denken en te attenderen op
financiële besluiten die in de waan van alledag onopgemerkt dreigen
te blijven.
Krijn van der Heijden,
Raadsgriffier Zutphen