Column: Wie denkt de griffier wel dat hij is?
Er was onlangs grote opwinding in ons griffierswereldje. Wat was er aan de hand? Het Hof van Justitie in Leeuwarden – recht doende in hoger beroep – heeft het bestaan om een griffier te bestempelen als iemand “die niet tot de kring van geadresseerden van vertrouwelijke informatie behoort”. Dat is natuurlijk voer voor webdiscussies. Leve de website van de VvG! De verontwaardiging was niet van de lucht.
Beschrijving
Het lijkt me niet slecht om de kwestie een beetje te nuanceren. Want wie het arrest heeft gelezen (ik kreeg het keurig – geanonimiseerd – toegefaxt van een vriendelijke Hof-medewerkster) weet dat dit geen universele uitspraak van het Hof is. Het arrest zegt dat de griffier “in de gegeven omstandigheden” niet tot de kring van geadresseerden behoorde. En dan is natuurlijk de vraag: wat waren die omstandigheden?
Barbertje moest hangen
Eén ding blijkt duidelijk uit de hele rechtsgang: het raadslid dat
de vertrouwelijke informatie in afschrift naar de griffier had
gemaild, moest worden veroordeeld. Conform de eerdere uitspraak van
de Rechtbank Zwolle-Lelystad, waarin “opzettelijke schending van
het ambtsgeheim” en “opzettelijke schending van een wettelijke
geheimhoudingsplicht” bewezen werd geacht. Hij had gelekt, en dat
moest worden bestraft. En op dat moment in het arrest komt de
griffier in beeld, want die fungeerde toevallig als de persoon naar
wie er was gelekt. Dit gebeurde in de vorm van een afschrift van
schriftelijke vragen aan het college.
De rol van de burgemeester
De burgemeester liet de schriftelijke vragen kopiëren en legde ze
vertrouwelijk (of geheim, wat blijkens een recente Amsterdamse
uitspraak hetzelfde geacht wordt te zijn) ter inzage voor de raad.
Dat is een veel bredere club dan de fractievoorzitters. Daarmee
verbrak hij zelf de geheimhouding. Hij beriep zich achteraf op het
Reglement van Orde, waarin een procedure voor schriftelijke vragen
staat. Ten onrechte, want de Gemeentewet – waarin de geheimhouding
is geregeld – gaat daarop voor. Het zou dan ook aardig zijn geweest
als in Leeuwarden de burgemeester staande de rechtszitting door de
advocaat-generaal was aangeklaagd wegens schending van de
geheimhouding. Dat zou tenminste consequent zijn geweest.
Ter zitting werd door de verdediger betoogd, dat de raad die geheimhouding in zijn eerstvolgende vergadering had moeten bekrachtigen. Dat is niet gebeurd, dus is de geheimhouding sowieso vervallen. Dit werd door de aanklaagster niet tegengesproken.
En de griffier?
De vraag is: wat doe je in zo’n geval als griffier? Je kunt er op
zichzelf niets aan doen als er een e-mail in je In-box verschijnt.
Je beschikt dan opeens over informatie die je niet had behoren te
hebben en waar je niets mee kunt. Ik ben het in die zin met het
arrest eens, dat het raadslid door toezending aan de griffier
buiten zijn geheimhoudingsboekje ging. Want de geheimhouding was
opgelegd aan de fractievoorzitters. Kennelijk was de griffier daar
niet bij, dus behoorde hij in de gegeven omstandigheden
inderdaad niet tot de kring van geadresseerden.
Juridische rammelarij
Maar juridisch gezien rammelt er nogal wat. Volgens mijn bescheiden
mening was om te beginnen de oorspronkelijke aanklacht van het OM
al verkeerd. We hebben hier namelijk te maken met twee strafbare
geheimhoudingsdelicten, namelijk (1) een raadslid dat (openbare)
schriftelijke vragen stelt over een geheim onderwerp en (2) een
burgemeester die deze schriftelijke vragen in strijd met de
geheimhouding voor de raad ter inzage legt.
Het eerste delict was bewezen, namelijk dat het raadslid de informatie niet aan andere personen had mogen sturen dan degenen die het geheim kenden. Dus ook niet aan de griffier. Overigens kon er, zoals in het arrest wordt beweerd, geen sprake zijn van schending van beroepsgeheim. Dat heeft een raadslid namelijk niet. De ambtseed gaat over van alles, maar niet over geheimhouding. Maar dit terzijde.
Een andere vraag die ik opwerp is, of de burgemeester wel geheimhouding kón opleggen over mededelingen aan individuele raadsleden, die fractievoorzitters toch zijn. Dat kan alleen als het over stukken (die als zodanig gewaarmerkt moeten zijn) gaat. Zie artikel 25 lid 2 Gemwet. Normaal gesproken kan namelijk alleen aan een commissie of aan de raad geheimhouding worden opgelegd ten aanzien van stukken. Je zou kunnen dus zeggen dat de opgelegde geheimhouding geen wettelijke basis had. De consequentie hiervan is vergaand, namelijk dat de geheimhouding niet verplichtend was, en dat het arme raadslid dus ten onrechte is veroordeeld!
Het tweede delict, dat nooit aanhangig is gemaakt (nou ja, de burgemeester had al genoeg aan zijn hoofd…), zou zijn dat geheime informatie door de burgemeester aan de raad is gegeven. En als het gaat om informatie aan de raad, dan mocht de griffier wel degelijk over de informatie beschikken. In het denkbeeldige arrest dat hierop zou volgen – waarin de burgemeester verdachte zou zijn geweest – zou dan ook te lezen moeten zijn geweest, dat de raad, inclusief de griffier, niet tot de kring van geadresseerden behoort.
En zo zie je maar wat de simpele woorden als in de gegeven omstandigheden teweeg kunnen brengen.
Slaat het arrest de plank mis?
Ik kom tot de conclusie, dat de grote lijn van het arrest wél
deugt. Want in de gegeven omstandigheden, waarin de geheimhouding
was opgelegd aan een aantal fractievoorzitters – als deze tenminste
een wettelijke basis had – had het raadslid de informatie inderdaad
niet aan de griffier mogen mailen. Misschien is het feit dat hij
griffier is niet eens zo relevant. Ook de gemeentesecretaris of het
hoofd P&O had dit kunnen overkomen.
Het arrest mist echter ook een kans. Het is jammer dat de misslag van de burgemeester niet is vervolgd, of in ieder geval bij de beoordeling van de gebeurtenissen is betrokken.
Wat leren wij hiervan?
Gelukkig was de griffier in deze zaak geen verdachte. Maar:
geheimhouding is hot stuff. Zo las ik deze week dat ook de
burgemeester van Delft een raadslid heeft aangegeven bij Justitie.
Daarbij ging het om informatie uit een besloten vergadering. Dat
is, uit juridisch oogpunt, trouwens een andere casus. Geheimhouding
krijgt al heel snel een politieke dimensie. Wij als griffiers doen
er dan ook verstandig aan om daar procedureel erg zorgvuldig mee om
te gaan. Geheime stukken moeten als zodanig goed gewaarmerkt zijn
en de kring van degenen die er kennis van mogen nemen moet
ondubbelzinnig duidelijk zijn. Ook het weer opheffen van de
geheimhouding is een tamelijk complex gebeuren. Het zou de
moeite waard zijn om aan dit onderwerp een apart artikel te
wijden.
Als je als griffier in een situatie komt dat je opeens beschikt over vertrouwelijke informatie waar je geen kennis van had mogen nemen, dan zul je de afzender daarop moeten aanspreken en waarschuwen voor de strafrechtelijke gevaren. Zeker als het om een raadslid gaat, is dat je taak. Wellicht had voorkomen kunnen worden dat het raadslid – misschien zelfs ten onrechte – is veroordeeld.