Column: De griffier en de politiek
In hoeverre mag een griffier zich bezighouden met politiek? Over deze vraag wordt in Nederland heel verschillend gedacht. Misschien een aardig onderwerp voor een collegiale discussie?
Beschrijving
Regionale griffiersoverleggen zijn nuttig. Vorige maand vergaderde ik met mijn collega’s. Het onderwerp was de verkiezingen. Vrijwel alle griffiers van de kring hebben een meer of minder actieve rol bij de voorbereiding van de komende raadsverkiezingen. Sommigen verzorgen een krant of een andere uitgave, maar er zijn er ook die als griffier een complete politieke markt organiseren. Ik was verbaasd. Zelf verkeer ik in de veronderstelling dat een griffier zich terughoudend moet opstellen als het om politiek gaat. Welnu, als er íets politiek is, dan zijn het wel de verkiezingen.
De griffier is er voor ‘de raad’
In de griffierstypologie van professor Arno Korsten (waarover
verderop meer) behoor ik kennelijk tot de legalistische griffiers.
Ik ga er namelijk van uit dat ik griffier ben van ‘de raad’. Dat
wil zeggen: van het gekozen en geïnstalleerde bestuursorgaan. Ik
vond en vind dat er voor mij geen rol is weggelegd in de
totstandkoming van de raad. Die is voorbehouden aan de politieke
partijen. Uiteraard verleen ik desgevraagd graag procedurele
ondersteuning aan de afdeling burgerzaken die de raadsverkiezingen
organiseert. Maar de verkiezingen zelf, daar bemoei ik me niet mee.
Daar heb ik ook een reden voor. Stel dat de griffier van een
gemeente een actieve rol heeft in – ik noem maar iets – een
wervingsactiviteit voor kiezers van de politieke partijen. Hij of
zij organiseert een reeks openbare verkiezingsbijeenkomsten, een
verkiezingsmarkt of wat dan ook. Er is echter in de gemeente een
nieuwe politieke partij die zich warm loopt voor de verkiezingen,
maar waarvan de griffier het bestaan niet kent. Die wordt dus er
dus niet bij betrokken. Maar die partij blijkt later wel één of
meer zetels in de raad te krijgen. Hoe is dan de positie van de
griffier ten opzichte van de betreffende fractie? Dan kan er toch
geen vertrouwensrelatie meer ontstaan, die nodig is om als
onafhankelijk raadsgriffier te opereren?
Er is een grijs gebied
Toch hebben mijn collega’s me wel aan het denken gezet. Want deze
kwestie ligt niet zo zwart-wit als zij in eerste instantie lijkt.
Er zijn rond de verkiezingen zeker zaken te bedenken die geen
partijpolitieke lading hebben en die voor ‘de raad’ van belang
zijn. Denk bijvoorbeeld aan het bevorderen van de opkomst bij de
verkiezingen. Los van de vraag waarop iemand stemt is het, voor het
latere draagvlak van de raad, van belang dát hij of zij gaat
stemmen. Een ander voorbeeld is het promoten van het
raadslidmaatschap op zich. Het is een landelijk probleem dat het
moeilijk is om nieuwe raadsleden en fractievolgers te werven. Je
kunt toch wel zeggen dat het in het belang van ‘de raad’ is dat
daarin wordt voorzien. Activiteiten van de griffier in het kader
van de verkiezingen zijn dan ook denkbaar. Niettemin blijf ik van
oordeel dat griffiers in dit opzicht moeten oppassen. Voordat je
het weet ben je buiten je schuld opeens een politieke factor
geworden. Door hun persoonlijke houding en integriteit zullen
verreweg de meeste griffiers een hoeveelheid krediet bij hun raad
hebben opgebouwd, en dus tegen een stootje kunnen. Maar: politieke
betrokkenheid blijft voor griffiers een belangrijke valkuil.
Typen griffiers
Professor Arno Korsten heeft in samenwerking met de griffiers van
Parkstad Limburg een boekje geschreven over dilemma’s in de
praktijk van raadsgriffiers. Het heet ‘In politiek vaarwater’ en
het is een aanrader. Eén van de hoofdstukken gaat over de vraag hoe
de griffier zich opstelt ten opzichte van de politiek. Korsten
onderscheidt in dit opzicht vier soorten griffiers. De twee
uitersten daarvan zijn de ‘legalistische griffier’, die de
politieke profilering van de raad helemaal overlaat aan de fracties
en de ‘politieke griffier’ die sterk politiek opereert. Het moge
duidelijk zijn dat ik mezelf, zoals eerder gezegd, tot eerste type
reken. Vanuit het adagio: griffier, houd je verre van politiek.
Maar er zijn dus ook collega’s die daar heel anders over denken en
zich uitgebreid met politiek bemoeien. Dit onderwerp bevestig weer
eens de stelling, dat het functioneren van de griffier sterk
afhankelijk is van de plaatselijke cultuur. Er zijn geen twee
gemeenten gelijk. Het lijkt me de moeite waard om elkaars
ervaringen hierover uit te wisselen. Misschien kan het boekje van
Korsten daartoe een aardige aanleiding zijn.
Krijn van der Heijden,
raadsgriffier Zutphen