Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld
Home / Thema's en doss... / Griffier / Visie / Column: De Geme...

Column: De Gemeentewet is mijn beste vriend

Rudy Kousbroek schreef in 1969 een alleraardigst boekje (een aanrader!), dat als titel ‘De aaibaarheidsfactor’ heeft meegekregen. Dit woord is sindsdien, waarschijnlijk zonder de bron te kennen, in tal van betekenissen hergebruikt. In Google krijg je 29.300 hits als je het woord intypt.

Beschrijving

Kousbroek verbaast zich in het boekje over onze Westerse indeling van het dierenrijk. We onderscheiden gewervelde dieren, gevederde dieren, weekdieren, zoogdieren enzovoort. Hij wijst op het oude China, waar een heel andere indeling gangbaar was:

  • kleine dieren
  • dieren die zojuist een vaas van de keizer hebben kapotgegooid
  • aaibare dieren
  • en nog een aantal andere, in onze hedendaagse ogen onlogische, categorieën

 

Griffier van de toekomst

Aan dit boekje moest ik denken tijdens het lezen van het BMC-rapport Griffier van de toekomst van oktober 2006. Deze inmiddels tot officieus ‘handboek van de griffier’ geworden publicatie is buitengewoon pikant. Want zij gaat over de positionering van de griffier in de organisatie. Over het werk dat een raadsgriffier doet of zou moeten doen, de eigenschappen en competenties die hij moet hebben en natuurlijk wat hij moet verdienen.

Raadsgriffiers worden in het rapport, net als in de Aaibaarheidsfactor, in categorieën ingedeeld.

  • procedure- of inhoudsgriffier
  • doener of denker
  • voortrekker of uitvoerder
  • polarisator of verbinder

Iedereen wil uiteraard procesgriffier zijn, voortrekker en denker. Uit het rapport blijkt dat de meeste griffiers worden beloond volgens schaal 12 of hoger, dus dat is ook al niet verkeerd.

Juridische griffier

Hoeveel logica zit daar in? Zijn dat de categorieën die kenmerkend zijn voor het functioneren van de griffier? Voor BMC kennelijk wel. Maar ik weet in ieder geval één categorisering die in het rapport schromelijk wordt overgeslagen, namelijk de juridische griffier. Sterker nog, in het hoofdstuk ‘Wat moet de griffier in zijn mars hebben?’ komt juridische kennis als mogelijk vereiste niet eens voor.

Er bestaan in dit opzicht dan ook twee typen griffiers: mensen met een ambtelijk-juridische achtergrond en griffiers deze achtergrond niet hebben. Nu is dit laatste niet zo’n ramp, want je kunt het gemakkelijk bijspijkeren. Maar op congressen en bijeenkomsten kom ik regelmatig collega’s tegen die met dedain spreken over juridische kennis en vaardigheden, die zij beneden hun waardigheid vinden. Alsof het gaat om iets dat – o, ja, dat is waar ook… – er in de marge bij komt kijken.

Gemeentewet

Om met de Dichter des Vaderlands te spreken: aan deze verloedering dient onmiddellijk een halt te worden toegeroepen! Ik ben van mening dat tot de standaard bagage van iedere bestuurlijke ambtenaar een zeker niveau van basiskennis bestuursrecht en gemeenterecht behoort. Zonder elementaire kennis van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht kun je niet functioneren, hoe inhoudelijk, voortrekkend, denkend of verbindend je ook bent. Dat geldt zeker voor de raadsgriffier en ook voor de medewerkers van de griffie. En overigens ook (ik weet waar ik het over heb) voor de gemeentesecretaris, waar sprake is van een vergelijkbare tweedeling.

Aaibaarheid als noodzakelijk kenmerk van een griffier lijkt me wat ver gaan, maar een minimale streling door het bestuursrecht is toch wel onmisbaar in het dagelijkse functioneren. De Gemeentewet is mijn beste vriend.

Krijn van der Heijden

05 feb 2007


Uitgelicht

Quick links

Partners


Zoeken in de website: