Column: De griffier en het privaatrecht
Veel griffiers zijn momenteel bezig met het regelen van het werkgeverschap van de griffie. In juni ontvingen we daarvoor een handreiking getiteld ‘De (rechts)positie griffie(r) in het decentrale bestuur’. Het is een behoorlijk compleet boek, waarin de rollen, de rechtspositie en de bevoegdheden van de griffier goed worden uitgewerkt. Er is echter één punt waarover met geen woord wordt gerept, namelijk privaatrechtelijke bevoegdheden. Hierbij een suggestie om deze juridisch correct te regelen.
Onwettige handtekeningen van de griffier
In de alledaagse praktijk van de griffier komt het regelmatig
voor dat hij/zij handtekeningen op overeenkomsten zet; op een
opdrachtbon voor een boeket voor een raadslid, op een
onderhoudscontract voor de website, op een contract met een extern
bureau voor een uitbestede klus, op de opdracht voor inhuur van
uitzendpersoneel en ga zo maar door.
Er is een beste kans dat al deze handtekeningen illegaal zijn.
Tenzij de griffier mandaat heeft gekregen van het college om de
privaatrechtelijke overeenkomsten aan te gaan en van de
burgemeester om ze namens hem te ondertekenen. Ik durf te stellen
dat dit niet vaak het geval zal zijn.
Oh, oh, dat artikel 160 Gemeentewet
Ik heb in deze column al vaker over artikel 160 geschreven en
ook nu speelt dit artikel ons weer parten. Met de invoering van de
dualisering is namelijk in de Gemeentewet de exclusieve bevoegdheid
voor het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen bij het
college neergelegd (artikel 160 lid 1 onder e.). De raad mag dus
niet over privaatrechtelijke handelingen beslissen, hij is er niet
toe bevoegd.
Dit gegeven is voor veel ambtenaren en bestuurders een blinde vlek,
die vaak tot bestuurlijke fouten leidt.
Hoe zat het juridisch ook al weer in elkaar?
• ‘De gemeente’ bezit rechtspersoonlijkheid op
basis van privaatrecht (Tweede Boek BW, artikel 1 lid 1); als
rechtspersoon kan de gemeente privaatrechtelijke overeenkomsten
aangaan.
• De raad, het college en de burgemeester zijn
bestuursorganen van de rechtspersoon ‘gemeente’ (artikel 1:1 lid 1a
Awb); zij kunnen als bestuursorgaan geen privaatrechtelijke
verplichtingen aangaan.
• Beslissingen van bestuursorganen en de
vermogensrechtelijke gevolgen daarvan treffen de rechtspersoon
waartoe het bestuursorgaan behoort (artikel1:1 lid 4 Awb); anders
gezegd: een beslissing van een bestuursorgaan bindt de
rechtspersoon financieel.
• De Gemeentewet regelt in artikel 160 lid 1e dat
uitsluitend het college besluiten mag nemen die de rechtspersoon
‘gemeente’ binden aan privaatrechtelijke overeenkomsten.
(overigens, om het ingewikkeld te maken, zijn die besluiten op
zichzelf weer kennelijk publiekrechtelijk van aard, want in artikel
8:3 Awb staat dat besluiten ter voorbereiding van
privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn uitgezonderd van bezwaar
en beroep)
• Privaatrechtelijke overeenkomsten moeten namens
‘de gemeente’ door de burgemeester worden ondertekend (artikel 171
Gemeentewet).
Wij wissen het zweet van ons voorhoofd bij zoveel juridisch
gekronkel en constateren simpelweg dat de griffier namens de raad
geen privaatrechtelijke overeenkomsten mag sluiten. De griffier kan
daartoe ook niet door de raad worden gemandateerd, omdat
laatstgenoemde zelf die bevoegdheid niet heeft. Er is geen andere
conclusie mogelijk dan dat de raad en zijn griffier zonder mandaat
geen contracten kunnen afsluiten, bureaus inhuren, ja zelfs nog
geen schrijfblok kunnen kopen of op gebak kunnen trakteren.
Slordige wetgeving
Bij de invoering van de dualiseringswetgeving is er niet genoeg
nagedacht. Dat zeg ik niet alleen, maar dat zegt bijvoorbeeld ook
professor Hennekens in zijn commentaar in de losbladige Gemeentewet
van Kluwer. Het voordeel van artikel 160 lid 1e is dat volstrekt
duidelijk is welk bestuursorgaan bevoegd is. Het nadeel is dat er
tal van situaties denkbaar zijn waarin het prettig zou zijn als ook
de raad tot aanschaffingen en het sluiten van contracten kon
besluiten.
Er is in de Gemeentewet ook geen rekening mee gehouden dat iedere
gemeenteraad een eigen griffier en een zelfstandige griffie zou
krijgen. Die kan niet functioneren zonder spullen aan te schaffen
en allerlei andere privaatrechtelijke zaken te regelen. Alleen de
beschikbaarstelling van het financiële budget kan de raad zelf
doen. Dankzij artikel 160 is de griffier in dit opzicht volstrekt
afhankelijk van het college.
Daarmee zijn we terug bij de organisatieverordening van de
griffie(r) waar veel griffiers mee bezig zijn. Op welke manier kun
je regelen dat de griffier op legale wijze privaatrechtelijke
overeenkomsten kan aangaan en ondertekenen?
Mandaat regelen
Vast staat dat de griffier geen privaatrechtelijke bevoegdheden
van de raad gemandateerd kan krijgen, simpelweg omdat de raad die
zelf niet heeft. Die bevoegdheden kunnen dus ook niet in de
organisatieverordening van de griffie worden geregeld. De raad kan
eigenlijk maar één ding doen, en dat is hopen dat het college een
beetje soepel omgaat met zijn wensen om de door hem gewenste
privaatrechtelijke beslissingen te nemen.
In ieder geval is het voor de dagelijkse gang van zaken op de
griffie juridisch noodzakelijk dat er een tweetal algemene,
doorlopende mandaten worden gegeven aan de griffier:
a. van het college, voor het namens het college
aangaan van privaatrechtelijke verplichtingen, in zoverre deze ten
behoeve van de raad, de commissies of de rekenkamer worden
aangegaan;
b. van de burgemeester, voor het namens hem
ondertekenen van overeenkomsten en dergelijke, eveneens in zoverre
dit ten behoeve van de raad, de commissies of de rekenkamer
gebeurt.
Verder geef ik in overweging om toch een artikel over
privaatrechtelijke beslissingen in de griffieverordening op te
nemen. Al is het alleen maar om daarmee aandacht te vragen voor
deze misser in de wetgeving. Dit artikel zou bijvoorbeeld kunnen
luiden:
“Artikel …
Indien er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten ten
behoeve van de raad of de Rekenkamer, dan is de griffier namens de
raad de functionaris aan wie het college en de burgemeester
respectievelijk het aangaan en het ondertekenen van die
overeenkomsten kunnen mandateren.”
Op die manier wordt in elk geval de griffier door de raad naar
voren geschoven om mandaat te krijgen van het college voor de
aanschaf van kantoorbehoeften of het huren van de bus voor de
jaarlijkse excursie van de raad.
Wat een toestand! Een gemeenteraad die als hoogste orgaan aan het
college moet vragen om een simpele aanschaf te doen of een contract
te sluiten. Ik vind dit wel ongeveer het toppunt van dualisme. Maar
het is ook een dieptepunt van wetgeving.
Krijn van der Heijden,
Griffier gemeente Zutphen