Column: Wie tekent het contract met de accountant?
De Gemeentewet blijft een bron van vermaak voor juristen. Laten we deze keer eens inzoomen op artikel 213 van de Gemeentewet en nagaan welke wonderlijke haken en ogen er zitten aan een eenvoudig zinnetje als ‘de raad wijst een of meer accountants aan’.
Beschrijving
Sinds de dualisering in 2002 gaat de raad over de gemeentelijke accountant. Dat weet iedereen, want dat staat in artikel 213 van de Gemeentewet. Om precies te zijn staat daar: ‘De raad wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen’. Dat lijkt tamelijk simpel, maar in werkelijkheid is er sprake van een ratjetoe aan bevoegdheden.
Controleverordening
Om te beginnen moet de raad een Controleverordening vaststellen.
Als je daarvoor de modelverordening van de VNG aanhoudt (en welke
gemeente doet dat niet?), dan maak je als raad meteen in artikel 1
al de eerste fout. Want daarin staat het begrip ‘accountant’
gedefinieerd als ‘een door de raad benoemde registeraccountant…’.
Dat is in strijd met artikel 160 van de Gemeentewet, omdat benoemen
een privaatrechtelijke handeling is die aan het college is
voorbehouden. In de Gemeentewet wordt dan ook niet het woord
‘benoemen’ maar het woord ‘aanwijzen’ gebruikt. Reparatieklusje
voor de VNG. We stuiten hier trouwens zijdelings op een zekere
inconsistentie binnen de Gemeentewet. In artikel 107 staat dat de
griffier door de raad wordt benoemd, wat op grond van artikel 160
dus onmogelijk is. Met deze constatering zou wellicht de hele
rechtspositie van de griffier weer ter discussie kunnen komen. Maar
laten we de zaken vooralsnog niet moeilijker maken dan nodig
is.
Aanbesteding
De diensten van de accountant moeten worden aanbesteed. Deze eis
ligt vast in een Europese richtlijn, die voor Nederland is
uitgewerkt in het Besluit aanbestedingsregels voor
overheidsopdrachten. De eerder genoemde modelverordening zegt in
artikel 2 lid 2 dat het college in overleg met de raad de
aanbesteding voorbereidt. Qua bevoegdheden is dit correct.
Aanbesteden gebeurt privaatrechtelijk en is dus een bevoegdheid van
het college. Wat dat ‘in overleg met’ inhoudt moet plaatselijk
worden bepaald. Voor de aanbesteding stelt de raad het
Programma van eisen vast. Daarin staan de criteria waaraan de
jaarlijkse accountantscontrole moet voldoen. Dat betekent een
raadsbesluit, waarvan de voorbereiding echter weer een bevoegdheid
van het college is (artikel 160 1b van de Gemeentewet).
Wat moet je daarmee als griffier?
Je ontbeert ten enen male de deskundigheid en de menskracht –
behalve misschien op heel grote griffies – om je er kritisch mee
bezig te houden. Zo kan het college zijn eigen feestje maken door
de criteria vast te leggen volgens welke de door hemzelf opgestelde
jaarrekening moet worden gecontroleerd. Trouwens, een beetje
gemeente overschrijdt al gauw de kostengrens waarboven de diensten
van de accountant Europees moeten worden aanbesteed. Daardoor wordt
het allemaal nog veel technischer en gecompliceerder en sta je als
raad en griffier volkomen aan de kant.
De keuze van de accountant
Eén ding is tenminste duidelijk: de raad wijst de accountant aan.
Zo staat het letterlijk in de wet. Het besluit wie de accountant
wordt moet dus door de raad en door niemand anders worden genomen.
Maar ook dit lijkt mooier dan het is. De aanbesteding loopt
uit in de gunning. Dat is het maken van een keuze uit de
inschrijvers. De richtlijn zegt, populair verwoord, dat de keuze
kan worden gemaakt op basis van het bedrag van de inschrijving (je
kiest de goedkoopste) óf volgens verschillende criteria die samen
de optimale prijs-kwaliteitverhouding bieden.
Ook hier zal het college de raad moeten adviseren. Ik zou er voor
willen pleiten om de laatste fase van het aanbestedingsproces, de
feitelijke keuze van de aan de raad voor te stellen accountant, te
laten doen door een commissie uit de raad. Het college – dat is
doorgaans de wethouder financiën en de controller – kan daarbij
hooguit behulpzaam zijn. Op die manier wordt voor de raad
transparant welke overwegingen er toe hebben geleid dat juist díe
accountant wordt gekozen. Het draagvlak in de raad voor het
raadsbesluit over de keuze van de accountant zal er groter door
worden.
De benoeming
Zoals we al zagen, kan de raad de accountant niet benoemen. Dit
gebeurt door het uitwerken van het raadsbesluit via het afsluiten
van een dienstverleningsovereenkomst. En overeenkomsten zijn
privaatrechtelijk, dus een collegebevoegdheid. Er zal dan ook een
collegebesluit moeten worden genomen tot benoeming van de
accountant, conform de keuze van de raad.
Maar wie tekent nu het contract?
De accountant van mijn gemeente verlangt een handtekening van de
raadsvoorzitter en de griffier onder de overeenkomst met de
accountant, onder verwijzing naar artikel 213 van de Gemeentewet.
Als griffier ben ik daar niet voor in, omdat de raad zoals gezegd
geen overeenkomsten kan sluiten. De voorzitter en de griffier
tekenen het raadsbesluit over de keuze. Moet er dan een
handtekening van de burgemeester en de gemeentesecretaris onder?
Nee, ook niet. Die handtekeningen staan eventueel wel onder het
collegebesluit tot het aangaan van de overeenkomst, maar het
college is geen rechtspersoon en kan dus zelf geen overeenkomst
aangaan. Het is uiteindelijk aan de burgemeester om als
vertegenwoordiger van de rechtspersoon “gemeente” de overeenkomst
met de accountant te ondertekenen (artikel 171 lid 1
Gemeentewet).
Conclusie
Nog afgezien van de ingewikkelde verdeling van de bevoegdheden zit
er in de hele procedure een zwak punt. Het is namelijk maar de
vraag hoe groot de reële invloed van de raad is op de keuze van de
accountant. Het was een mooie gedachte bij de dualisering om
de gemeentelijke accountant tot raadsaangelegenheid te maken. Maar
op de keper beschouwd kun je je afvragen of het nodig was om het zo
ingewikkeld te maken. Want zeg nou zelf, de professionaliteit van
een goede accountant biedt toch de garantie dat er geen handjeklap
met het college plaatsvindt. Wél vind ik dat op de weg van de raad
ligt het vaststellen van de controlecriteria, het normenkader en de
rapporteringstolerantie bij de controle. Daarmee geeft de raad aan
hoe kritisch hij wil staan tegenover het financiële beleid van het
college. Maar wat mij betreft mag het college de gemeentelijke
accountant zelf uitzoeken.
Krijn van der Heijden
Raadsgriffier Zutphen