Column: Texel 2
Ik had niet verwacht dat een column die bedoeld is voor een select gezelschap, wat wij als griffiers toch zijn, zoveel stof kon doen opwaaien. Precies drie werkdagen heeft mijn column over de rekenkamercommissie van Texel op de site gestaan. Lang genoeg om het nodige teweeg te brengen.
Voor wie de column niet heeft gelezen (en dat zullen er velen zijn): een conclusie daarin was dat het besluit van de raad van Texel om een lid van de rekenkamercommissie op non-actief te stellen onrechtmatig was.
Niet onrechtmatig
Verontschuldiging van mijn kant is op zijn plaats, vooral aan de raad van Texel, want met mijn geschrijf heb ik veel eilanders, inclusief het gemeentebestuur en de lokale en regionale pers, stof tot reageren bezorgd.
De casus
Nu ging het mij natuurlijk helemaal niet specifiek om Texel of
wat daar in de lokale politiek gebeurt. Inspiratie zoekend voor een
nieuwe column was mijn oog via Google gevallen op het bericht
“Raadsbesluit non-activiteit lid rekenkamercommissie”. Interessant
is hoe in gemeenten wordt omgaan met de rekenkamercommissie en haar
leden. Zeker in een tijd dat veel gemeenten op de rekenkamer
bezuinigen.
Later is de voorzitter van de Rekenkamercommissie bij de burgemeester ‘ontboden’ (citaat), waarna de genoemde procedure van op non-activiteitstelling plaatsvond, aldus het artikel. De meerderheid van de rekenkamercommissie verzocht de gemeenteraad haar medelid tijdelijk op non-actief te stellen, zolang het betreffende Rekenkameronderzoek duurt. De raad besloot hiertoe in een niet-openbare vergadering op 14 september 2011.
Onverstandig
Het besluit van de raad om een lid van de rekenkamercommissie op
non-actief te stellen mag dan juridisch niet onrechtmatig zijn,
onverstandig is het naar mijn mening wel.
Wat zich hier wreekt is dat de Gemeentewet een wat knullige regeling kent voor de rekenkamerfunctie ex. artikel 81oa. Waar voor de rekenkamer allerlei voorschriften gelden, is voor de rekenkamerfunctie alleen een deel van de bevoegdheden en een aantal onverenigbaarheden van functies van de leden van overeenkomstige toepassing verklaard (artikel 81oa, lid 2 en 3). Ik schreef al eerder dat daar destijds niet goed over is nagedacht.
Als je het negatief wilt benaderen, dan kan de raad met deze verordening in de hand naar believen en desnoods zonder opgaaf van redenen rekenkamercommissieleden die hem niet bevallen op non-actief stellen en ontslaan. Voor een orgaan dat als taak heeft om kritisch naar het bestuur van de gemeente te kijken, dus ook naar dat van de raad, is dat toch op zijn zachtst gezegd merkwaardig.
De verordening
Een rekenkamer én een rekenkamerfunctie moeten in
onafhankelijkheid hun werk kunnen doen, zonder dat leden het risico
lopen om tijdelijk of permanent uit hun functie te worden gezet.
Wellicht is de modelverordening van de VNG, waarop de Texelse
verordening is gebaseerd, dan ook aan een herijking toe. De
bedoeling van de wetgever is overduidelijk dat de rekenkamerfunctie
een zelfde onafhankelijke positie heeft als de rekenkamer. Dit
blijkt uit de bevoegdheden die de Gemeentewet haar toekent. Het
ligt dan ook in de rede dat de artikelen in de Gemeentewet die de
leden van rekenkamers ex artikel 81a beschermen tegen ontslag en op
non-actief stellen, vertaald worden in de verordening op de
rekenkamerfunctie ex artikel 81oa. Minimaal moeten daarin de
gronden worden genoemd waarop zo’n besluit kan worden gebaseerd.
Ik begreep van de eerder genoemde Limburgse collega dat de
Vereniging van Griffiers een advies uitbrengt over de evaluatie van
de rekenkamer, waarin aan dit punt aandacht zal worden geschonken.
De rol van de burgemeester
Ik kan mij verder voorstellen dat de burgemeester gemeend heeft dit te moeten doen in haar rol als voorzitter van de raad. Maar de burgemeester is geen lid van de raad en wordt geacht terughoudend te zijn in de politiek-bestuurlijke oordeelsvorming en besluitvorming van de raad. (Onverminderd de bevoegdheid van de burgemeester om deel te nemen aan de beraadslagingen.)
De Rekenkamer is niet “van” de raad, zoals het persbericht van de gemeente ten onrechte aangeeft, maar opereert, zoals gezegd, onafhankelijk daarvan. En uiteraard al helemaal onafhankelijk van de burgemeester en het college. De schijn van rollenverstrengeling ligt dan op de loer.
De rekenkamer en de rekenkamerfunctie zijn door de wetgever neergezet als een soort “hoog college van staat” op gemeentelijk niveau. Zij hebben de opdracht om kritisch te kijken naar het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Die rol brengt onvermijdelijk belangenconflicten mee. De rekenkamer heeft daartoe vergaande bevoegdheden, de rekenkamerfunctie iets minder vergaande. Maar beide hebben zij een onafhankelijke status.
De Gemeentewet beschermt de leden van de rekenkamer dan ook door in de artikelen 81c en 81d expliciet aan te geven in welke gevallen de raad bevoegd is om leden te ontslaan of op non-actief te stellen. Dat kan alleen als er sprake is van zeer zware feiten. Deze bescherming zou van overeenkomstige toepassing moeten zijn op de rekenkamerfunctie.
Een integriteitskwestie, zoals op Texel kennelijk speelt, kan uiteraard een factor zijn. Daar is een gedragscode voor, maar die heeft niet de kracht van wettelijk voorschrift. Het zou het betreffende lid van de rekenkamercommissie hebben gesierd als zij, in de geest van de gedragscode, zelf had besloten zich te onthouden van bemoeienis met het onderzoek en dit ook kenbaar had gemaakt. Het besluit van de Texelse raad om haar op non-actief te stellen kent in mijn optiek per saldo alleen maar verliezers, waaronder zeker ook de Rekenkamercommissie zelf.
Krijn van der Heijden,
Raadsgriffier Zutphen.