Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld
Home / Thema's en doss... / Controle / Visie / Column: Texel 2

Column: Texel 2

Ik had niet verwacht dat een column die bedoeld is voor een select gezelschap, wat wij als griffiers toch zijn, zoveel stof kon doen opwaaien. Precies drie werkdagen heeft mijn column over de rekenkamercommissie van Texel op de site gestaan. Lang genoeg om het nodige teweeg te brengen.
Voor wie de column niet heeft gelezen (en dat zullen er velen zijn): een conclusie daarin was dat het besluit van de raad van Texel om een lid van de rekenkamercommissie op non-actief te stellen onrechtmatig was.

Niet onrechtmatig

Met dank aan onder andere een Limburgse collega voor zijn gedegen reactie: mijn conclusie klopte niet. Daarom heb ik de column ook ingetrokken. Texel heeft namelijk weliswaar onafhankelijke leden van de rekenkamercommissie, maar geen onafhankelijke rekenkamer (artikel 81a Gemwet). De gemeente heeft een rekenkamerfunctie (artikel 81oa Gemwet). En daarop zijn de artikelen uit de Gemeentewet waarop ik de conclusie baseerde niet van toepassing. Het raadsbesluit is juridisch gezien niet onrechtmatig.
Verontschuldiging van mijn kant is op zijn plaats, vooral aan de raad van Texel, want met mijn geschrijf heb ik veel eilanders, inclusief het gemeentebestuur en de lokale en regionale pers, stof tot reageren bezorgd.

De casus

Nu ging het mij natuurlijk helemaal niet specifiek om Texel of wat daar in de lokale politiek gebeurt. Inspiratie zoekend voor een nieuwe column was mijn oog via Google gevallen op het bericht “Raadsbesluit non-activiteit lid rekenkamercommissie”. Interessant is hoe in gemeenten wordt omgaan met de rekenkamercommissie en haar leden. Zeker in een tijd dat veel gemeenten op de rekenkamer bezuinigen.

Bij verder zoeken bleek het te gaan om één van de leden van de rekenkamercommissie, die naar de mening van de andere vier leden niet objectief genoeg was. Zij had contacten gehad met een ex-ambtenaar die vermoedelijk mede onderwerp was van een lopend rekenkameronderzoek over het gemeentelijke personeelsbeleid. Het wordt uit de stukken die ik op internet heb kunnen vinden niet helemaal duidelijk wat er precies speelt. Op Texelplaza.nl lees ik wel dat het betreffende lid van de rekenkamercommissie haar contacten met de ex-ambtenaar schriftelijk aan de collega’s van de rekenkamercommissie heeft gemeld (waarmee zij aan de gedragscode integriteit voldeed). Die vonden dit weliswaar niet handig, maar stelden haar functioneren niet ter discussie.
Later is de voorzitter van de Rekenkamercommissie bij de burgemeester ‘ontboden’ (citaat), waarna de genoemde procedure van op non-activiteitstelling plaatsvond, aldus het artikel. De meerderheid van de rekenkamercommissie verzocht de gemeenteraad haar medelid tijdelijk op non-actief te stellen, zolang het betreffende Rekenkameronderzoek duurt. De raad besloot hiertoe in een niet-openbare vergadering op 14 september 2011.

Onverstandig

Het besluit van de raad om een lid van de rekenkamercommissie op non-actief te stellen mag dan juridisch niet onrechtmatig zijn, onverstandig is het naar mijn mening wel.

De raad baseert zich bij zijn besluit op artikel 4 van de Verordening op de rekenkamercommissie. Daarin staat dat de raad bevoegd is om de leden en plaatsvervangende leden van de Rekenkamercommissie te ontslaan of op non-actief te stellen (lid 1.). Verder staan er in de leden 2. en 3.enkele redenen voor ontslag van externe leden. Voor op non-actief stelling worden geen mogelijke gronden genoemd.
Wat zich hier wreekt is dat de Gemeentewet een wat knullige regeling kent voor de rekenkamerfunctie ex. artikel 81oa. Waar voor de rekenkamer allerlei voorschriften gelden, is voor de rekenkamerfunctie alleen een deel van de bevoegdheden en een aantal onverenigbaarheden van functies van de leden van overeenkomstige toepassing verklaard (artikel 81oa, lid 2 en 3). Ik schreef al eerder dat daar destijds niet goed over is nagedacht.
Als je het negatief wilt benaderen, dan kan de raad met deze verordening in de hand naar believen en desnoods zonder opgaaf van redenen rekenkamercommissieleden die hem niet bevallen op non-actief stellen en ontslaan. Voor een orgaan dat als taak heeft om kritisch naar het bestuur van de gemeente te kijken, dus ook naar dat van de raad, is dat toch op zijn zachtst gezegd merkwaardig.

De verordening

Een rekenkamer én een rekenkamerfunctie moeten in onafhankelijkheid hun werk kunnen doen, zonder dat leden het risico lopen om tijdelijk of permanent uit hun functie te worden gezet. Wellicht is de modelverordening van de VNG, waarop de Texelse verordening is gebaseerd, dan ook aan een herijking toe. De bedoeling van de wetgever is overduidelijk dat de rekenkamerfunctie een zelfde onafhankelijke positie heeft als de rekenkamer. Dit blijkt uit de bevoegdheden die de Gemeentewet haar toekent. Het ligt dan ook in de rede dat de artikelen in de Gemeentewet die de leden van rekenkamers ex artikel 81a beschermen tegen ontslag en op non-actief stellen, vertaald worden in de verordening op de rekenkamerfunctie ex artikel 81oa. Minimaal moeten daarin de gronden worden genoemd waarop zo’n besluit kan worden gebaseerd.
Ik begreep van de eerder genoemde Limburgse collega dat de Vereniging van Griffiers een advies uitbrengt over de evaluatie van de rekenkamer, waarin aan dit punt aandacht zal worden geschonken.

De rol van de burgemeester

Op Texelplaza.nl is te lezen dat de burgemeester in deze kwestie een rol heeft gespeeld, door met de voorzitter van de Rekenkamercommissie te spreken. Staatsrechtelijk gezien is ook dat niet verstandig, juist gelet op de onafhankelijkheid van de rekenkamercommissie. En ook gelet op het feit dat het college – waarvan de burgemeester voorzitter is – voorwerp van onderzoek is. Hieruit zou iemand toch de conclusie kunnen trekken dat dit een poging is om zich met het onderzoek te bemoeien.
Ik kan mij verder voorstellen dat de burgemeester gemeend heeft dit te moeten doen in haar rol als voorzitter van de raad. Maar de burgemeester is geen lid van de raad en wordt geacht terughoudend te zijn in de politiek-bestuurlijke oordeelsvorming en besluitvorming van de raad. (Onverminderd de bevoegdheid van de burgemeester om deel te nemen aan de beraadslagingen.)
De Rekenkamer is niet “van” de raad, zoals het persbericht van de gemeente ten onrechte aangeeft, maar opereert, zoals gezegd, onafhankelijk daarvan. En uiteraard al helemaal onafhankelijk van de burgemeester en het college. De schijn van rollenverstrengeling ligt dan op de loer.

De rekenkamer en de rekenkamerfunctie zijn door de wetgever neergezet als een soort “hoog college van staat” op gemeentelijk niveau. Zij hebben de opdracht om kritisch te kijken naar het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Die rol brengt onvermijdelijk belangenconflicten mee. De rekenkamer heeft daartoe vergaande bevoegdheden, de rekenkamerfunctie iets minder vergaande. Maar beide hebben zij een onafhankelijke status.
De Gemeentewet beschermt de leden van de rekenkamer dan ook door in de artikelen 81c en 81d expliciet aan te geven in welke gevallen de raad bevoegd is om leden te ontslaan of op non-actief te stellen. Dat kan alleen als er sprake is van zeer zware feiten. Deze bescherming zou van overeenkomstige toepassing moeten zijn op de rekenkamerfunctie.
Een integriteitskwestie, zoals op Texel kennelijk speelt, kan uiteraard een factor zijn. Daar is een gedragscode voor, maar die heeft niet de kracht van wettelijk voorschrift. Het zou het betreffende lid van de rekenkamercommissie hebben gesierd als zij, in de geest van de gedragscode, zelf had besloten zich te onthouden van bemoeienis met het onderzoek en dit ook kenbaar had gemaakt. Het besluit van de Texelse raad om haar op non-actief te stellen kent in mijn optiek per saldo alleen maar verliezers, waaronder zeker ook de Rekenkamercommissie zelf.
krijn-vd-heijden

Krijn van der Heijden,
Raadsgriffier Zutphen.

 


11 okt 2011


Uitgelicht

Quick links

Partners


Zoeken in de website: