Column: De raad is geen toezichthouder!
Wie heeft recentelijk de artikelen 123 en 124 van de Gemeentewet gelezen? Vrijwel niemand, durf ik te wedden. Zij regelen wat er moet gebeuren als een gemeentelijk bestuursorgaan in gebreke blijft bij het uitvoeren van zijn wettelijke taken. Als dit het geval is, dan moet een ander bestuursorgaan daarin voorzien. ‘Indeplaatsstelling’ heet dit. Dit toezichtsregime gaat op de helling.
Nieuwe wettelijke toezichtsregeling
Het ontwerp van de ‘Wet revitalisering generiek toezicht’, die
waarschijnlijk in 2012 zal ingaan, wil het ‘toezicht van bovenaf’
stroomlijnen. Minder én beter, luidt het devies. De gemeenten
krijgen in de toekomst te maken met de provincie als enige
toezichthouder op alle beleidsterreinen, uitgezonderd waar de
provincie geen beleidstaak heeft (zoals bijvoorbeeld
bijstandsverlening). Voor de provincies zelf is dat de
rijksoverheid.
De nieuwe toezichtbevoegdheden worden hoofdzakelijk vastgelegd in
de Gemeentewet en de Provinciewet. Specifieke toezichtsbepalingen,
zoals die van inspecties, worden afgeschaft.
Nieuwe kijk op toezicht
Ook op het toezicht zelf is een nieuwe kijk ontstaan. De
toezichthoudende overheid moet haar informatie niet uit toezicht
krijgen, maar uit beleidsmonitoring, beleidsonderzoek en
beleidsevaluatie. Als blijkt dat er stelselmatig sprake is van
kwaliteitstekort bij de uitvoering, dan moet de oplossing worden
gezocht in aanpassingen van de wet of de (financiële) condities
waaronder de gemeenten die wet uitvoeren. Niet in meer of ander
toezicht!
Dit klinkt ronduit sympathiek en dat is het ook. Overheden moeten
meer elkaars partners zijn dan elkaars controleurs. Er lijkt dan
ook breed draagvlak voor het wetsvoorstel te zijn.
Informatiestromen
Een van de bijbedoelingen van de nieuwe wet is dat er een einde
komt aan de gigantische papierstromen die tussen overheden heen en
weer gaan. Vooral van beneden naar boven, wel te verstaan. Iemand
heeft eens uitgerekend dat er door overheden jaarlijks miljoenen
formulieren worden ingevuld voor allerlei controledoeleinden.
Wij lezen in de brochure van het Rijk: het is de bedoeling van de
nieuwe wet dat minder en meer gerichte informatie wordt verstrekt
door gemeenten en provincies richting de naasthogere overheid. De
toezichthoudende overheid moet informatie in principe één keer
opvragen voor alle controletaken. Meervoudig gebruik, dus. Dat
scheelt een boel bestuurlijke drukte en een grote bijdrage aan de
winsten van Océ, Xerox, Ricoh en Canon.
Horizontale en verticale controle
En wat lezen wij verder? Wij lezen dat ‘…het verticale toezicht
meer plaats moet maken voor horizontale vormen van toezicht en
kwaliteitsborging (…) om de kwaliteit van de taakuitvoering te
bewaken en te realiseren dat de controlerende rol van de
gemeenteraad en Provinciale Staten wordt versterkt’.
Daarmee bedoelt de wetgever niets meer of minder dan dat de
controle van het college door de raad c.q. Provinciale Staten voor
een deel in de plaats moet komen van het toezicht door een hogere
overheid. Tijdens een bijeenkomst van de provincie Gelderland over
dit onderwerp hoorde ik dat deze provincie daar behoorlijk ver in
wil gaan. Letterlijk staat in de informatie: ‘Als het algemeen
bestuur zijn controlerende taak naar behoren vervult, dan kan de
naasthogere overheid volstaan met een lichtere vorm van
interbestuurlijk toezicht op basis van de haar toegezonden
informatie’.
Ernstige denkfout
Hier betrappen we de wetgever mijns inziens op een ernstige
staatsrechtelijke denkfout. Want de raad en Provinciale Staten
hébben helemaal geen controlerende taak. Althans, zij hebben
daartoe niet de bevoegdheid. Slechts in de MvT van de Wet
dualisering gemeentebestuur werden de termen ‘kaderstellen’,
‘controleren’ en ‘volksvertegenwoordiging’ genoemd. Maar die
begrippen komen in de Gemeentewet niet voor.
Bovendien betekent ‘controleren’ in dit verband iets totaal anders
dan nagaan of het college de wet wel volgens de regels uitvoert.
Als dat het geval was, dan hadden er wel 29 juristen en accountants
in mijn gemeenteraad gezeten, in plaats van gekozen burgers!
De controlerende rol van de raad en van Provinciale Staten (niet de
taak of bevoegdheid) is bestuurlijk/politiek van aard. Die gaat
over de vraag of het college de gemeente bestuurt zoals de raad dit
zich had gedacht.
Als de raad en Provinciale Staten een taak zouden krijgen in het
toezicht op de naleving van wettelijke regels, dan zouden zij
daartoe ook wettelijk de bevoegdheid moeten hebben. Dit moge ons
echter bespaard blijven, omdat zo’n taak haaks zou staan op waar de
raad voor staat: de hoofdlijnen van het bestuur bepalen en politiek
richting geven aan waar het met de gemeente of provincie naartoe
moet. Dit nog afgezien van allerlei praktische problemen, zoals
detailinformatie en omgaan met privacy. Je moet je toch niet
voorstellen dat de raad gaat controleren of meneer P. wel voldoende
bijzondere bijstand heeft gekregen of dat de omgevingsvergunning
van mevrouw S. wel correct is verleend…
Stroomlijning van informatie
Een ander verhaal is de informatievoorziening. Er wordt bij het
nieuwe toezicht vanuit gegaan dat de informatie die de raad van het
college krijgt om zijn controlerende rol uit te oefenen in principe
dezelfde moet zijn als de informatie die voor de controle naar de
toezichthoudende overheid wordt gestuurd. Persoonlijk denk ik dat
dit een illusie is, om de redenen die ik noemde. Controle van
toepassing van de wet vraagt immers heel andere, veel
gedetailleerdere informatie dan politiek/bestuurlijke controle.
Maar goed, heel ernstig is de gedachtengang niet.
Het stelt ons griffiers echter wel voor de taak om nog eens goed
met het college om de tafel te gaan zitten over de vraag welke
informatie de raad in de toekomst voor de uitoefening van zijn
taken van het college krijgt.
Krijn van der Heijden,
Raadsgriffier Zutphen