Column: De griffier en de rekenkamer
De Gemeentewet is in elk geval in één opzicht duidelijk: elke gemeente moet – naar keuze – een rekenkamer of een rekenkamerfunctie (-commissie) hebben. Maar daarmee houdt de duidelijkheid dan ook op. Het gaat om twee totaal verschillende instellingen, zowel qua opzet en samenstelling als qua bevoegdheden. Als je kiest voor een rekenkamer, dan ben je gebonden aan gedetailleerde regels, en al helemaal als je een gemeenschappelijke rekenkamer instelt. Kies je voor een rekenkamerfunctie, dan moet de raad daarvoor in een verordening de regels stellen, voorzover de wet die niet geeft. De raad heeft daarbij een zekere beleidsvrijheid.
Beschrijving
Wat moet je als griffier en als griffie met de rekenkamer? Heb je er iets over te zeggen? Ga je over het personeel? En hoe moet je je opstellen ten opzichte van de onderzoeksrapporten? Tijdens het VvG-congres van oktober vorig jaar waren deze vragen onderwerp van een workshop. Helaas werd deze wat mager bezocht, want het onderwerp is boeiend genoeg.
Het personeel
De Gemeentewet bepaalt dat het college (!) het personeel van de rekenkamer benoemt. Maar dat mag dan geen werkzaamheden voor andere organen van de gemeente doen. Geen woord over de griffier. De MvT zegt dat eigenlijk de rekenkamer zelf hun werkgever zou moeten zijn, maar dat daar om praktische redenen niet voor is gekozen. Wat het personeel van de rekenkamerfunctie betreft: de raad kan dit zelf bepalen.
Onafhankelijkheid voorop
De hele regelgeving over de rekenkamer ademt een sfeer van onafhankelijkheid. Rekenkamers moeten zélf kunnen bepalen waarover en wat zij rapporteren, zonder dat de raad of de griffier – laat staan het college – zich daarmee bemoeien. Een griffier kan naar mijn mening weliswaar hiërarchisch de baas zijn van een rekenkamersecretaris, maar inhoudelijk mag hij/zij zich er niet mee bemoeien. Toch kun je als griffier nog voor aardige dilemma’s komen te staan. Bijvoorbeeld: moet de griffie wel of geen onderzoeksonderwerpen aandragen? Voorstanders zeggen: de griffie weet goed wat er in de organisatie en de politiek gebeurt, dus zolang de rekenkamer zelf bepaalt wat hij onderzoekt, is daar niets op tegen. Tegenstanders vinden dat de griffie in zo’n geval de schijn van partijdigheid tegen krijgt. Niet doen, dus. Tweede voorbeeld: moet de griffie de rekenkamer (-commissie) ondersteunen bij een onderzoek? De één zal zeggen: waarom niet, de griffie heeft veel informatie in te brengen. Een ander zegt: nee, de griffie heeft absoluut geen onderzoekstaak. Het derde voorbeeld is ook aardig. Vóór de openbaarmaking van een rapport moet er uiteraard wederhoor plaatsvinden. Stel nou, dat een onderzoek over de raad zélf gaat. Mag de griffie dan namens de raad het wederhoor afhandelen? Iemand zal zeggen: ja, want eventuele fouten in het rapport moeten worden hersteld. Maar iemand anders zal roepen: nee, want de griffie mag nooit namens de raad een positie innemen.
Op de agenda!
Elke griffier loopt vroeg of laat tegen dergelijke dilemma’s aan. Het onderwerp zou wat mij betreft binnen de VvG dan ook wel iets pregnanter op de agenda mogen staan. Er bestaat trouwens een prima club die op dit gebied veel denkwerk verricht en daarover ook regelmatig publiceert: de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers & Rekenkamercommissies. Bekijk hun website via de link in de rechterkolom hiernaast.
Krijn van der Heijden.