Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld
Home / Thema's en doss... / Controle / Visie / Column: ‘Er is ...

Column: ‘Er is een rekenkamerrapport. Wat nu?’

Wie zich verdiept in de procedure die een rapport van een rekenkamer(commissie) moet gaan, stuit op vragen die haast onbeantwoordbaar zijn. Maar misschien moeten we wel niet zo moeilijk of principieel doen.

Beschrijving

Vrijwel alle gemeenten hebben langzamerhand wel de wettelijk verplichte Rekenkamer of Rekenkamercommissie. Diverse regio’s hebben een gezamenlijke Rekenkamer of –commissie ingesteld. Alle denkbare varianten komen voor. Er zijn commissies met alleen raadsleden, met alleen externe leden, combinaties daarvan en met en zonder onafhankelijke voorzitter. Een beetje bijzonder vind ik het zogenoemde directeursmodel waarin de rekenkamer uit slechts één persoon bestaat. Deze brengt rapporten uit en krijgt daarbij ondersteuning van een onderzoeksorganisatie. Amsterdam is hiervan een voorbeeld. Maar wettelijk kan het. Kijk voor uitvoerige informatie op de site van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies via de link in de rechterkolom hiernaast.

Er verschijnen steeds meer onderzoeksrapporten. Die zijn soms spraakmakend. Ze kunnen ook politieke gevolgen hebben. Zie in Amsterdam Zuidoost, rond de kwestie van integriteit van raadsleden waar ik al eerder over schreef. En in Harlingen, waar bijna een heel college verdween als gevolg van een rekenkamerrapport.

Laat ik beginnen met te stellen dat gemeenten relatief weinig ervaring hebben met rapporten van rekenkamers. De wettelijke verplichting om zo’n onderzoeksinstelling te hebben is er nog maar een paar jaar. In tegenstelling tot de rijksoverheid die al veel langer met dit bijltje hakt. Het is dan ook logisch dat er nog wordt gezocht naar behandelprocedures die enerzijds recht doen aan de boodschap van het rapport, maar anderzijds geen overreactie te weeg brengen.

Een rapport van een Rekenkamer of –commissie is een terugblik, die betrekking heeft op de doelmatigheid, de doeltreffendheid en/of de rechtmatigheid van het beleid van het gemeentebestuur. Het kan in principe over alles gaan met uitzondering van de controle van de jaarrekening. Want die is voor wat het aspect rechtmatigheid betreft aan de accountant voorbehouden. De rekenkamer(commissie) is volstrekt autonoom in de keuze van de onderwerpen en de opzet van de onderzoeken. Dat geldt ook voor het formuleren van de conclusies.

De Gemeentewet

De Gemeentewet schiet naar mijn mening volstrekt tekort als het gaat om de regelgeving. Dat heeft er waarschijnlijk te maken dat de rekenkamerfunctie, zoals de commissie officieel heet, pas in een laat stadium tijdens de parlementaire behandeling is toegevoegd. De rekenkamerfunctie is een zwak aftreksel van de rekenkamer geworden. Dat geldt met name voor haar bevoegdheden, zoals het ontbreken van de bevoegdheid om gesubsidieerde instellingen in het onderzoek te betrekken (artikel 184, lid 1c is niet van toepassing op de rekenkamercommissie).

De wettelijke onduidelijkheid geldt ook voor de status en de procedure van rapporten. Artikel 185 Gemeentewet bepaalt dat de rekenkamer(commissie) haar ‘bevindingen en oordeel’ in een rapport vastlegt. De wet vermeldt niet aan wie dat rapport wordt aangeboden. Wel dat ‘de opmerkingen en bedenkingen naar aanleiding van de bevindingen’ worden meegedeeld aan de raad, het college of, indien van toepassing aan de betrokken instelling. Voor de rest blijft in het midden wie er wat met het rapport moet doen. Ik trek dan ook de conclusie dat een rekenkamer(commissie) vrij is aan wie men het rapport aanbiedt. Overigens is de geadresseerde even vrij in wat deze vervolgens met het rapport doet. De praktijk is vaak, dat een uitgebracht rapport openbaar wordt gepresenteerd en wordt aangeboden aan de raad of het college of aan beide. Daarna ligt er een interessante vraag: wie pakt het op? Als de Rekenkamercommissieeen rapport aan het college aanbiedt dan vindt het zijn weg wel via de gebruikelijke advieskanalen. Maar als de Rekenkamercommissie een rapport aan de raad aanbiedt, dan is er een probleem. Wie moet de reactie formuleren en het raadsvoorstel opstellen? Moet het rapport rauwelings, dus zonder pre-advies, in een commissie of politieke markt worden besproken? Daar zitten politieke risico’s aan. Maar wie zou dat pre-advies moeten opstellen? De griffier van de rekenkamercommissie kan dit niet doen want die was betrokken bij de opstelling van het rapport. Het college ook niet want dat is doorgaans partij in het onderzoek. Hoewel het college wel weer bevoegd is om raadsbesluiten voor te bereiden. Moet de gemeente een extern bureau inhuren?

Rol van de griffier

Ik kom tot de conclusie dat als ‘de raad’ moet reageren op een rapport, de griffier de enige is die in aanmerking komt voor het formuleren van een pre-advies en de concept-reactie. Er is echter wel één voorwaarde. De griffier moet niet betrokken zijn bij de opstelling van het rapport. Het is mijns inziens dan ook van belang dat een griffier zich niet bemoeit met het onderzoek van een rekenkamer en de tekst van het rapport ook al geeft hij/zij rechtstreeks leiding aan de griffier van de rekenkamer. Een rekenkamergriffier behoort alleen verantwoording schuldig te zijn aan de rekenkamer en haar voorzitter.

Tenslotte: ook een rekenkamer of –commissie is niet onfeilbaar. Er zijn al voorbeelden van heftige discussies over de inhoud van rekenkamerrapporten. Hoorde het onderwerp wel tot de taken van de rekenkamer? Deugde het onderzoek methodisch wel? Was het rapport niet te kort door de bocht? Waren de conclusies en aanbevelingen niet te politiek getint? In kringen van de NVRR wordt al gediscussieerd over de vraag wie de rekenkamer controleert!

Landelijk is de Algemene Rekenkamer een hoog college van staat met een eigen wettelijke grondslag en uitgewerkte bevoegdheden. Het wordt hoog tijd dat in de Gemeentewet de regulering van de lokale pendant daarvan wordt verduidelijkt.

Tot die tijd moeten we ons maar redden en wellicht niet al te principieel doen. Elke gemeente gaat immers op haar eigen manier met rekenkameronderzoeken om. Zo lang de doelstelling maar blijft dat we ervan moeten leren voor de toekomst. Een rekenkameronderzoek behoort geen politieke afrekening te zijn.

 

krijn-vd-heijden

Krijn van der Heijden, Raadsgriffier Zutphen

14 apr 2008


Uitgelicht

Quick links

Partners


Zoeken in de website: