VvG bezoekt IIMC: Vraag en antwoord
Het IIMC, de internationale equivalent en partner van de VvG, hield zijn 64ste meerdaagse jaarcongres van 23 tot en met 27 mei 2010 in Reno (VS). De VvG was voor het eerst van de partij. Aan de hand van vijftien vragen legt het bestuur hieronder het waarom, hoe en wat van dit bezoek uit en presenteert de resultaten.
Waarom gaat de VvG naar deze conferentie?
De VvG (Dutch Association of Clerks) is sinds 16 oktober 2009
een geassocieerde partner van het Internationale Instituut voor
Municipal Clerks (IIMC). Het IIMC houdt jaarlijks een congres in
een van de staten van de VS of Canada. Dit 64ste congres had de
stad Reno als locatie. Normaal gaan daar vier jaren aan
voorbereiding aan vooraf. Nu heeft het organiserende comité de klus
in twee jaar geklaard.
De feitelijke afstand in kilometers of mijlen en de psychologische
afstand tussen VvG en IIMC is groot. Deelname aan het congres biedt
de mogelijkheid om ter plekke inzicht te krijgen in wie de
Amerikaanse clerks zijn. Wat is hun profiel, scope aan taken, hoe
komen ze in hun functie terecht, met welke bagage wordt iemand
‘clerk’, hoe zijn ze als beroepsgroep georganiseerd en op welke
wijze werken ze individueel en collectief aan professionalisering?
Het zijn allemaal vragen die op afstand niet compleet kunnen worden
beantwoord. Om een goed en scherp beeld te krijgen is de fysieke
aanwezigheid ter plekke nodig. Dit is ook tijdens dit eerste bezoek
duidelijk gebleken.
Naast deze aanleidingen was er ook sprake van een ‘momentum’. Dit
jaarcongres droeg de veelbetekende titel: ‘Adventures in
Professional Education’. Daarmee werd zowel verwezen naar de
doelstelling van IIMC als naar het toeristisch-recreatieve profiel
van de regio die werd bezocht: Reno bij het Lake Tahoe in Nevada
(zeg: ‘Ne-vè-dah’).
Wat is en doet het IIMC?
Het IIMC is in de eerste plaats een instituut. Het is een
organisatie waarvan circa tienduizend mensen lid zijn in hun
hoedanigheid van ‘clerk’: de secretaris van de stad en van
‘city/village/parish/borough council’. Het biedt een infrastructuur
waarin verantwoordelijken voor verkiezingen, financiële
huishouding, planning en control, advocatuur, rechtspraak,
archiefwezen, publieke dienstverlening, informatieverstrekking aan
burgers en interactief bestuur als bonte verzameling onder de
functieaanduiding ‘clerk’ kunnen werken aan hun professionalisering
door gecertificeerde opleidingen en programma’s bij gecertificeerde
instituten.
De kerntaak van IIMC is professionaliseren door educatie. De
organisatie doet dat in de eerste plaats op het Noord-Amerikaanse
continent. De daar aanwezige staten van de VS en Canada zijn
verdeeld in regio’s en worden gecompleteerd door de overzeese regio
‘Region Eleven (XI)’. Daarmee wordt de rest van de wereld als
potentieel bedieningsgebied aangeduid. Op dit moment zijn clerks
uit België, Bulgarije, Israël, Nepal, Nederland, Schotland,
Engeland en Wales, Zimbabwe en Zuid-Afrika lid van de IIMC.
Wie hebben de VvG en Nederland in Reno vertegenwoordigd?
Om een scherpe ‘foto’ te kunnen maken van het IIMC en onze
kansen om profijt te hebben van deze samenwerking, heeft het
bestuur van de VvG besloten om aan dit congres deel te nemen met
twee deelnemers. Naast onze voorzitter Jaap Paans die in zijn
hoedanigheid van ‘international president’ en IIMC-lid genodigde
was van de IIMC-president, heeft het bestuur ook Marion Stein
afgevaardigd in haar hoedanigheid als vicevoorzitter met de
portefeuille Externe Relaties en tevens als lid van het IIMC.
Naast onze twee vertegenwoordigers was de VvG ook indirect
vertegenwoordigd door Andries Knevel, interim-griffier en lid van
IIMC. De Nederlandse delegatie werd gecompleteerd door Wim Fluks
CMC, voormalig gemeentesecretaris van Hengelo en als eerste
Nederlander volgens de IIMC-maatstaven gecertificeerd. Beiden
reisden naar Reno op eigen initiatief.
Met welk doel was de VvG in Reno?
Naast kennismaking met het IIMC en zijn leden, had de
VvG-delegatie ook enkele specifieke reisdoelen meegenomen. Het
eerste doel betrof het vastleggen van een concrete actie om in een
periode van circa zes maanden te komen tot een door het IIMC
erkend opleidingsinstituut in Nederland. Op basis van het
partnerschap tussen de VvG en de Bestuursacademie Nederland (BAN)
is een Topleergang voor griffiers ontwikkeld die beoogt griffiers
verder te brengen op hun ontwikkelpad naar het stadium van de
gevorderde, Sterke griffier.
Op basis van het inhoudelijke programma van de Topleergang is het
IIMC bereid gebleken een aan een van de Nederlandse universiteiten
gekoppeld opleidingsinstituut voor griffiers te erkennen en te
certificeren. De VvG en BAN, en zo mogelijk ook het SIOO, zijn
voornemens hun inhoudelijke doelen op dit punt bij elkaar te
brengen en een onafhankelijke stichting op te richten die aan de
eisen van het IIMC moet voldoen. Inzet van de VvG en BAN is om
binnen een half jaar te komen tot de oprichting van dit vijftigste
Educational Institute. Inzet is het maken van concrete afspraken en
het ondertekenen van een declaratie waarin dit is vastgelegd.
Tweede doel van de reis betrof het vertalen van de strakke
Amerikaanse instapregels van het IIMC naar de Nederlandse en
internationale context. Beoogd resultaat was het onder specifieke
randvoorwaarden loslaten van de regel dat je pas gecertificeerd
kunt worden als instituut, als je over een ‘educational committee
met vier IIMC- gecertificeerde ‘clerks’ beschikt . Hetzelfde geldt
voor de voorwaarde waarbij je als individuele griffier tenminste
twee jaar betalend lid moet zijn van het IIMC alvorens je
gecertificeerd kunt worden.
Inzet was om het IIMC te laten besluiten om speciaal voor Region XI
een uitzonderingsbepaling te maken die het mogelijk maakt om
griffiers die gecertificeerd willen worden te laten certificeren op
basis van het feit dat zij op het moment van aanvragen voldoen aan
de inhoudelijke criteria en tenminste twee jaar betalend lid zijn
van de VvG.
Onderdeel van die uitzonderingsregel zou verder moeten zijn het
onmiddellijk certificeren van maximaal zes Nederlandse griffiers
die hun sporen hebben verdiend als vertegenwoordigers van de
beroepsgroep, op masterniveau zijn geschoold in het werkveld van
griffier en de georganiseerde onderdelen van de VvG (commissies en
bestuur) kunnen vertegenwoordigen in het eerste Educational
Committee van het nieuw op te richten opleidingsinstituut voor
griffiers. Amerikanen noemen dat een ‘jumping board’. Beoogd
resultaat is het maken van concrete afspraken om dit op korte
termijn, oftewel voor januari 2011, tot stand te brengen en vast te
leggen in een realisatieovereenkomst.
Waarom is het van belang dat deze doelen nu gerealiseerd worden?
De VvG heeft in zijn beleidskoers ‘Sterk Bestuur vraagt een
Sterke Griffier’ voor de periode 2008-2015 vastgelegd dat zoveel
mogelijk griffiers in staat worden gesteld om te groeien naar het
profiel van Sterke Griffier in 2015. Drie acties staan daarin
centraal:
1. Het uitwerken van de in het wettelijk kader summier
omschreven rechtspositie van de griffier in een allesomvattende
handreiking.
2. Het ontwikkelen van een professionaliseringsprogramma
waarin alle activiteiten die bijdragen aan het doorontwikkelen van
de beroepsuitoefening zijn opgenomen en die een stimulans zijn voor
griffiers om met elkaar individueel en collectief te bewegen in de
richting van het profiel van een gevorderde, Sterke griffier.
3. Het bieden van stimulansen om zonder verplichting en op
eigen initiatief aan de slag te gaan met de eigen individuele
professionalisering.
Met name als het gaat om de derde categorie kan het
aantrekkelijker maken van deelname aan de Topleergang of het bieden
van mogelijkheden om je door certificering te onderscheiden, is de
relatie met het IIMC van belang. Hoe eerder er overeenstemming is
op de door de VvG geformuleerde aanvullingen van beleid, hoe meer
Nederlandse griffiers op korte termijn gebruik zouden kunnen
maken van de mogelijkheden om zich zo te onderscheiden.
Daar komt bij dat het daadwerkelijk certificeren van een eerste,
gemaximeerde groep Nederlandse collega’s kan bijdragen aan het
internationaliseren van het toetsingskader waarvan de
Noord-Amerikaanse organisatie gebruik maakt. Immers, de
Nederlandse context en de Nederlandse equivalenten van de voor
certificering benodigde activiteiten dienen het uitgangspunt te
zijn en niet de uitingsvormen die zijn geformuleerd op basis van de
Noord- Amerikaanse context.
Hoeveel leden heeft IIMC en hoeveel waren er aanwezig?
De organisatie telt circa tienduizend leden. Op dit moment zijn
er ongeveer 75 buitenlandse leden. Dat aantal is teruggelopen van
een paar honderd naar het huidige aantal. Belangrijke oorzaken zijn
het uitstappen van de Vereniging van GemeenteSecretarissen (VGS)
die tot 2005 geassocieerd lid was van het IIMC (en nu
logischerwijs is geswitcht naar de City Managers) en een dip in de
aandacht voor de internationale component in het afgelopen
decennium.
Tijdens het 64ste jaarcongres was circa acht procent van de
achthonderd leden aanwezig in Reno. Voor IIMC- begrippen is
dat een lage opkomst. Oorzaak is de economische recessie. Anders
dan in Nederland kent men in de VS niet het systeem van ‘samen de
trap op en samen de trap af’ dat onze gemeentefondssystematiek
typeert. Gemeenten zijn per definitie kind van de federale,
statelijke en regionale rekening. Clerks mogen maximaal nog in de
eigen staat reizen, maar niet meer naar verdere bestemmingen
(althans niet voor rekening van de city council). “They cut my
budget” was een veel gehoorde uitdrukking!
Normaal is een deelnamepercentage van tien tot vijftien procent van
het ledenaantal. Overigens is het ledenaantal ongeveer 65 procent
van het totaal aan cities, municipalities en counties op het
Noord-Amerikaanse continent. Opgemerkt moet worden dat naast het
landelijke jaarcongres, jaarlijks ook in iedere staat een eigen
jaarcongres voor clerks wordt georganiseerd in combinatie met
studieactiviteiten.
Aan welke activiteiten hebben onze vertegenwoordigers deelgenomen?
Tijdens dit bezoek van de VvG- delegatie aan het 64ste
IIMC-congres in Reno Nevada hebben onze voorzitter en
vicevoorzitter deelgenomen aan alle officiële ontvangsten die van
zondag 23 tot en met donderdag 27 mei 2010 in algemene zin of ter
ere van de internationale delegaties werden georganiseerd:
• Rehearsal ceremony Parade of the flags
• First time delegate orientation
• Presidents roundtable
• President’s opening reception
• Opening ceremony
• IIMC region meetings
• President elect’s presidents luncheon meeting
• President Stratta Texan farewell party
• IIMC region diners
• Lunch with exhibitors
• IIMC board of directors International presidents & VIP
diner
• All conference event
• Annual business meeting
• Annual reception & banquet
Wij (Jaap Paans en Marion Stein) moesten beiden wennen aan veel
in onze ogen wat opgeblazen programma-onderdelen, wat blijkbaar
onderdeel is van de Amerikaanse cultuur, maar die in onze
Nederlandse cultuur van ‘doe maar gewoon’ niet goed voorstelbaar
zijn. Maar uiteraard als gelegenheden voor ons om te lobbyen waren
ze uitermate nuttig.
Naast deze programmaonderdelen heeft de VvG-delegatie informele
voorbereidende overleggen gevoerd met betrokkenen en ingewijden ter
voorbereiding op de officiële contacten en onderhandelingen, welke
op maandag 24 en dinsdag 25 mei hebben plaatsgevonden.
Los van al deze officiële contacten bood het programma dagelijks
een breed scala aan plenaire sessies van één uur in de ochtenden en
middagen, telkens gevolgd door zes tot acht concurrerende
educational sessions van twee uur. Jammer genoeg hebben we er
daarvan te weinig kunnen bezoeken. Want iedere sessie leverde naast
een inhoudelijk thema ook een educatiepunt op voor de
certificeringtrajecten. Dit jaar werden voor het eerst alle
deelnemers bij binnenkomst en tussentijds vertrek via hun
deelnemersbadge gescand. Op basis van deze scan kan het IIMC voor
zijn leden bijhouden wie de hele bijeenkomst heeft bijgewoond en
punten heeft verdiend voor zijn of haar certificeringtraject. Het
is een vrij schoolse manier van werken maar wel een antwoord op de
kennelijk ook in de VS niet ongebruikelijke handelwijze dat
deelnemers kort na binnenkomst alweer vertrekken met als enig doel
punten te ‘scoren’ voor het certificaat. IIMC heeft op verzoek van
zijn leden nu deze eerlijker registratie doorgevoerd.
Welke contacten zijn er gelegd?
Naast het intensiveren van de bestaande contacten met de
inmiddels past-president, Mary Lynn Stratta MMC, Pamela Smith CMC,
Wim Fluks CMC en Andries Knevel zijn bijna alle contacten nieuw. Zo
hebben we de complete staf van het instituut ontmoet. Chris Shalby
is daarvan de directeur en Denice Cox de ‘Anouk’ van het
Amerikaanse continent. Hen kenden we alleen per mail tot nu toe.
Belangrijke nieuwe contacten waren natuurlijk, in de eerste plaats:
Sharon Cassler MMC, de ‘inkomende’ president, en de voormalige
president Dyanne C. Reese MMC en Vice president Colleen J. Nicol
MMC. In de tweede plaats waren dat de regionale leden van de board
of directors, de 22 regiovertegenwoordigers Bernice Dixon, Carrol
L. Jacobs MMC, Stephanie C. Kelly CMC, Brenda Kay Young MMC, Monica
M. Simmons MMC (voorzitter organisatiecomité), Pamela R. Kolacy
MMC, Bernie White MMC, Jane E. Williams-Warren MMC, Barbara
Blackard MMC, Shari Moore CMC, Jerry Lovett-Sperling MMC, Stephanie
Kalasz CMC, Marc Lemoine CMC, James G. Mullen JR, Melissa Small
MMC, Deborah Miner CMC, Tami K. Kelly MMC, Carol S. Alexander MMC,
Karen Goodwin MMC, Peggy Hawker MMC, Francois Aller. Nick Randle
was afwezig. Hij was in oktober 2009 onze gast bij de ondertekening
van de associatie.
Contacten zijn er verder gelegd met de vertegenwoordiger van de
Belgische vereniging van City clerks and secretaries, Ronnie
Frederiks en de Israëlische, Engelse, Canadese, Zimbabwaanse,
Nepalese, Zuid-Afrikaanse en Bulgaarse voorzitters van hun
verenigingen van griffiers/clerks.
Tot slot hebben we kennis gemaakt met de organisatoren van de
komende IIMC- jaarcongressen die vier jaar vooruit gepland en
georganiseerd worden, in Nashville, Tennessee van 8 tot 12 mei
2011; in Portland, Oregon van 20 tot 24 mei 2012; Atlantic City,
New Jersey van 19 tot 23 mei 2013 en Milwaukee, Wisconsin van 18
tot 22 mei 2014.
Welke resultaten zijn er geboekt?
Op het gebied van kennismaking en wederzijdse begripsvorming is
dit bezoek zeer succesvol geweest. Niet alleen zijn er veel
persoonlijke contacten gelegd, er zijn ook uitwisselingsafspraken
gemaakt en nieuwe collegiale netwerken ontsloten. Als nieuwe leden
‘the first Timers are here!’ hebben onze voorzitter en
vicevoorzitter een goed inzicht gekregen in de veelkleurigheid van
de Amerikaanse clerk. Ook hebben ze nieuwe taakgebieden voor de
Nederlandse griffier ontdekt en nieuwe aanknopingspunten gevonden
voor een verbinding tussen de academische wereld, openbaar bestuur,
politiek en democratie. De persoonlijke contacten en vriendschappen
die zijn gesloten maken de ‘zachte’ kant van het plaatje compleet.
Maar ook de harde kant van het resultaat mag er zijn. De twee
declaraties ter realisatie van het eerste Nederlandse en 50ste
IIMC- instituut voor griffiers en de certificering van een eerste
groep Nederlandse griffiers met als doel om hen verantwoordelijk te
maken voor de totstandkoming van het Educatieprogramma van het
nieuwe instituut, zijn besproken, door de VvG getekend en door IIMC
geagendeerd voor de eerste board-meeting van de nieuwe board die
donderdag 28 mei wordt gekozen. Door te werken aan begripsvorming
tijdens zowel de onderhandelingen met de president en directeur van
IIMC en de informele ontmoetingen met de 28 boardmembers is
draagvlak gecreëerd voor het nemen van uitzonderingsbesluiten.
Tijdens de gesprekken zijn concrete acties geformuleerd die moeten
leiden tot tastbare resultaten op de korte termijn (voor het
zomerreces), voor de middellange termijn (voor de kerst van 2010)
en voor de lange termijn (2011 en verder).
Zo agendeert het IIMC de samenwerkings- en realisatieovereenkomsten
in de eerstvolgende telefonische teleconferentie van de board of
directors die in juni 2010 plaats zal hebben. De VvG en BAN, en
SIOO, werken in juni het aanmeldingspakket uit waarin de
oprichting en inrichting van het opleidingsinstituut voor griffiers
wordt beschreven, inclusief de programma-elementen. De VvG zal tot
oprichting van een stichting moeten besluiten die uitvoering geeft
aan enerzijds de samenwerking met een universiteit en de BAN en
anderzijds de onafhankelijkheid waarborgt.
Concrete resultaten zijn verder de afspraak met de Belgische en
Britse collega’s om in 2011 een regionale bijeenkomst op Europees
niveau te organiseren en de bereidheid van onze regionale
zusterorganisaties om samen met de VvG te werken aan een snelle
vergroting van het aantal leden van het IIMC uit Regio XI en aan
het aandeel van de internationale partners in IIMC ter versterking
van het internationale profiel en context van de organisatie.
Hoe profiteren de Nederlandse griffiers van dit bezoek?
In de eerste plaats had dit bezoek tot doel om de kennismaking
met IIMC te verdiepen. Door aanwezig te zijn hebben we beelden
opgedaan van de wijze waarop de organisatie te werk gaat. Daarbij
hebben we geleerd wat de kwaliteit is van de plenaire,
educatieve sessies en de overige programmaonderdelen van de
conferentie. Inhoudelijk bood onze aanwezigheid de gelegenheid om
te onderhandelen over de mogelijkheden om griffiers in Nederland -
vrijblijvend - in aanmerking te kunnen laten komen voor
certificering op basis van de IIMC- certificaten CMC en MMC. Het
profijt zit hem in onze voorwaarde dat Nederlandse griffiers
gecertificeerd moeten kunnen worden op basis van hun in de
Nederlands context geleverde inspanningen; zowel qua educatie als
qua bijdragen aan de beroepsuitoefening (social/professional
contributions).
Een ander direct profijt ligt besloten in het verwezenlijken van
een door het IIMC gecertificeerd opleidingsinstituut in Nederland.
Doel is om gelijktijdig met de start van het
Professionaliseringsprogramma voor griffiers in januari 2011 te
kunnen beschikken over een onafhankelijk, gekwalificeerd
opleidingsinstituut.
Tot slot - en dat is misschien wel het belangrijkste profijt -
hebben we door onze aanwezigheid en samenwerking een basis gelegd
voor collegiale en kennisuitwisseling op individueel niveau van
clerks en griffiers. Door de websites op elkaar te ontsluiten wordt
ook de informatie(huishouding) gedeeld.
Welke relatie is er met het professionaliseringsprogramma dat de VvG gaat lanceren?
In het ontwerp van het professionaliseringsprogramma dat tijdens
de regiobijeenkomsten, begin 2010, is besproken is IIMC als
samenwerkingspartner gepresenteerd. Daarbij is ook duidelijk
gemaakt dat certificering van griffiers geen doel is van het
professionaliseringsprogramma dat nu wordt ontwikkeld. Dit is ook
nog eens duidelijk beschreven in de discussienotitie die op weg
naar het jaarcongres in de kringen wordt besproken.
Wel vormt de 64-jarige ervaring van het IIMC en zijn focus op
‘professionalism through education’ een inspiratie voor de gedachte
dat een collectieve beweging kan bijdragen aan het individuele
ontwikkelpad van de griffier.
In het professionaliseringsprogramma voor griffiers is de
vrijblijvende mogelijkheid opgenomen dat griffiers zich op basis
van de associatie tussen VvG en IIMC - op basis van hun
persoonlijke voorkeur - kunnen aanmelden voor een certificaat.
Randvoorwaarde is een tweejarig lidmaatschap van IIMC. Inzet van
onze onderhandelingen op dit punt is dat griffiers die daarvoor in
aanmerking willen komen per 16 oktober als lid van IIMC worden
beschouwd. Het moge duidelijk zijn dat de VvG en individuele
griffiers er in dit geval direct profijt van hebben als de
Nederlandse griffiers bij wijze van automatisme lid zijn van de VvG
en de IIMC. Binnen de plannen voor het
professionaliseringsprogramma is die combinatie als beslispunt
opgenomen.
Hoe verhoudt de Nederlandse griffier zich tot de Amerikaanse clerk?
In de eerste plaats verschillen de takenpakketten aanzienlijk.
Veel clerks zijn (ambtelijk of soms zelfs bestuurlijk)
verantwoordelijk voor de verkiezingen. Daarnaast draagt men
verantwoordelijkheid voor de gemeentelijke archieven en
informatiehuishouding en -voorziening. Overeenkomsten zijn er wat
betreft de ondersteuning van de gemeenteraad en de controle op de
dagelijkse uitvoering. Daarbij is de regelstellende (verordende)
bevoegdheid in grote mate gelijk.
Binnen Amerika zijn er van staat tot staat en binnen de staten ook
verschillen in takenpakketten van de Municipal Clerks. Zo zijn er
clerks die rechtstreeks gekozen worden, hoofd van de politie of de
rechtbank zijn. Anderen vallen onder de City manager of de Mayor’s
office. Anders dan in Nederland, zijn clerks in de VS zelden
ambtelijk eindverantwoordelijk maar hebben zij de City Manager
boven zich.
Waar Nederland een gedecentraliseerde eenheidsstaat is gebaseerd op
Grondwet, Provincie- en Gemeentewet, is de Amerikaan vrij om een
gemeenschap te vormen en met de County te regelen dat de
gemeenschap als gemeente verder gaat. Daarbij moet natuurlijk wel
een aantal randvoorwaarden in acht genomen worden maar desondanks
is er een grote mate van beleidsvrijheid. Zo leerden we van het
bestaan van enkele extremen: een Disneygemeente nabij Orlando
alleen voor mensen met huizen gebaseerd op Disneyverhalen. Een
ander voorbeeld in Florida: een gemeente alleen voor 65-plussers!
Stel je voor dat we in Nederland op die basis een ‘Fokke en
Sukkegemeente’ zouden hebben!
Wat de Nederlandse griffier gemeen heeft met de clerk is dat de
meeste collega’s hun vak uitoefenen in zeer kleine tot middelgrote
gemeenten. Zoals in Nederland rond de tweehonderd griffiers hun
raden ondersteunen in gemeenten kleiner dan dertigduizend inwoners,
zo is dat ook in de VS, al is ‘klein’ daar gemiddeld kleiner dan
bij ons.
Verschillen tussen deze groep clerks en griffiers zijn er ook. De
Amerikaanse griffier is in de regel niet hoog opgeleid maar
werkende weg gegroeid naar het niveau van de clerk. In Nederland
geldt voor onze beroepsgroep een percentage van ruim negentig
procent van HBO of hoger opgeleiden en is de route omgekeerd: je
wordt griffier op basis van een kwalificatie. Dit is naast het
normstellende maatschappijbeeld ook de belangrijkste
verklaring voor het verschil in het belang dat Amerikaanse clerks
en wij aan opleidingen en certificering hechten.
Zoals uit het voorstaande blijkt zijn er belangrijke overeenkomsten
en verschillen. Afhankelijk van hoe je kijkt, biedt dit
aanknopingspunten om elkaar te versterken.
Omdat onze beroepsgroep nog veel sologriffiers kent, griffiers die
‘klein’ gehouden worden, is de Amerikaanse context relevant en
leerzaam. Juist in de situaties dat de griffiers in Amerika klein
worden gehouden is de aanwezigheid, beschikbaarheid en de
programmering van educatieve trajecten van betekenis.
Meer over de verschillen tussen de VS en Nederland in het Jaarboek
2010!
Hoe ziet de structuur van het IIMC eruit?
IIMC is een internationaal instituut met circa tienduizend
leden, verdeeld over elf regio’s. De organisatie is naast de
vestiging in Californië in vijftig staten van de VS en de
provincies van Canada gevestigd. In de meeste van deze Staten heeft
IIMC eigen educatieve instituten.
In iedere staat heeft het instituut een eigen board of directors
met eigen commissies. Amerika is verdeeld in negen regio’s waarin
combinaties van een aantal staten zorg dragen voor een regionale
afvaardiging in de board of directors (het bestuur) van de IIMC.
Per regio worden twee directors afgevaardigd. Dit geldt ook voor
Canada (regio X) en ‘de rest van de wereld’ (regio XI).
Als instituut bestaat het IIMC naast het Executive Committee met
vier leden (DB), de board of directors met 22 leden (AB) uit
dertien commissies:
• Budget & Planning
• Conference Education
• Education & Professional Development
• Elections
• Ethical Standards
• International Relations
• Membership
• Mentoring
• Policy Review
• Program Review & Certification
• PR/Marketing
• Records Management
• Research & Resource
DB vergadert twee keer per jaar fysiek op het hoofdkantoor
van IIMC en verder circa tien keer telefonisch per jaar. Het AB
vergadert twee keer fysiek, een keer tijdens het congres en een
keer in het najaar en voor het overige twee tot vier maal
telefonisch per jaar. De commissies vergaderen vooral telefonisch
en tenminste twee of drie keer per jaar tijdens het congres.
Welke acties kunnen we van onze vertegenwoordigers verwachten naar
aanleiding van dit bezoek?
Op basis van de afspraken die in Amerika zijn gemaakt, worden
verschillende acties ondernomen. In de eerste plaats is dat het
voorbereiden en bij het IIMC indienen van een plan om een
opleidingsinstituut voor griffiers op te richten. Dit plan moet
antwoord geven op 21 voorgeschreven onderdelen (vragen) van het
‘application form’ voor nieuwe instituten.
Het VvG- bestuur zal zich moeten uitspreken over de wijze waarop
dit instituut aan de VvG en aan bestaande opleidingsinstituten
wordt gekoppeld: geheel los en onafhankelijk; via een in
gezamenlijkheid op te richten stichting of via een aan de VvG
gelieerde stichting.
Een andere actie is het concretiseren van de lijst van activiteiten
die griffiers voor zichzelf of voor de
beroepsgroep/beroepsuitoefening kunnen ondernemen. Een derde actie
is de eerste gecertificeerde leden van de VvG-leden uit het bestuur
en de commissies aan te wijzen als eerste Education Committee voor
het Nederlandse instituut (jumping board).
Verder zal het reisverslag worden aangeboden aan de leden (via de
website) en het bestuur ter bespreking in de vergadering van juni.
Afhankelijk van de uitkomsten van de kringbesprekingen van het
ontwerp voor het professionaliseringsprogramma voor griffiers
zullen voorstellen worden ontwikkeld over de manier(en) waarop VvG-
leden lid kunnen worden van IIMC.
Hoe is dit bezoek betaald en hoe worden de kosten verantwoord?
De VvG heeft in de afgelopen zeven jaar een terughoudend beleid
gevoerd voor internationale contacten. Er is bewust gekozen voor
het eerst opzetten van onze verenigingsstructuur, positionering en
professionalisering van griffiers alsmede voor het actief bijdragen
aan de kwaliteitsimpulsen voor het openbaar bestuur.
Eerder is daarom de vraag van de Vereniging van
Gemeentesecretarissen (VGS) om hun associatie met het IIMC
per 2005 over te nemen, afgehouden. In het kader van onze Koers
2008-2015 en de inzet op verdergaande professionalisering zijn er
zowel strategische als tactische redenen om nu wel te kiezen voor
het aangaan en onderhouden van internationale contacten, met name
met en binnen IIMC.
Het bestuur heeft in de aanloop naar de 64ste IIMC- conferentie in
twee vergaderingen gediscussieerd over de vraag op welke wijze en
met welk financieel kader ingegaan kan worden op de uitnodiging van
IIMC om de voorzitter en de vicevoorzitter af te vaardigen naar
Reno. Gekozen is voor een terughoudend financieel kader waarin in
de eerste plaats dankbaar gebruik is gemaakt van de bekostiging
door IIMC van de deelname van de voorzitter en vice voorzitter van
de VvG alsmede van vijf overnachtingen van één vertegenwoordiger.
In de tweede plaats is gebruik gemaakt van het feit dat zowel
voorzitter als vicevoorzitter lid zijn van het IIMC. In de derde
plaats is gebruik gemaakt van het feit dat beide leden van het
bestuur in hun hoedanigheid van IIMC-lid ook (maar secundair) hun
eigen stad vertegenwoordigen. De overige, niet reisgebonden kosten
komen derhalve voor rekening van Rotterdam en Den Haag voor zover
deze declarabel zijn en feitelijk worden gedeclareerd.
Voor rekening van de VvG komen de twee vliegtickets en de zes niet
door IIMC vergoede overnachtingen tot een maximum totaal van 3000
euro. Op basis van dit financieel kader is besloten tot het boeken
van budgettair interessante vluchten met United Airlines vanaf
Brussel met tussenstops en overstap in Chicago en San
Francisco.